De Zaanse Golfclub
Rob Wilderom, baanmanager van de Zaanse
Het clubhuis van de Zaanse Golfclub
Klaver op golfbanen is op sommige plaatsen een probleem
Madeliefjes
De nieuwe holes van de Zaanse

Goede kwaliteit zonder gif

10 augustus 2017 Redactie GOLF.NL
Moeten we vrezen voor belabberde greens in 2020, als gewasbeschermingsmiddelen vermoedelijk helemaal verboden gaan worden? We gingen voor een antwoord op bezoek bij de Zaanse Golfclub waar nog nooit gif op de greens is gespoten.

De oudste holes van de Zaanse cirkelen om een meertje dat in het verleden een natuurzwembad was. De duikplank en looppier zijn er nog en de “badmeester” ook. Beter gezegd, de toenmalige bedrijfsleider van Natuurbad Wijderwormer. Hij heet Rob Wilderom en werd na de sluiting van het natuurbad in 1987 greenkeeper op de golfbaan die toen rondom het meer verrees.

Wilderom klom snel op de greenkeeperladder. Hij werd hoofdgreenkeeper, nam zitting in nationale commissies en was vijf jaar lang voorzitter van de NGA, de Nederlandse Greenkeepers Associatie. De 59-jarige Wilderom is nu baanmanager van de stichting die de Zaanse golfbaan beheert en is ook lid van de commissie management van de NVG (Nederlandse Vereniging van Golfaccommodaties) en adviseur van de DTRF (Dutch Turf Grass Research Foundation).

Kortom, Wilderom is een van de meest deskundigen in Nederland op het gebied van greenkeeping en kent als geen ander het uitzonderlijke verhaal van de Zaanse Golfclub waar de greens vanaf het begin chemievrij worden onderhouden. De Nederlandse golfbanen die zo werken zijn op twee handen te tellen. We spraken met Wilderom over een toekomst waarbij golfclubs het moeten doen zonder gewasbeschermingsmiddelen.

Hopeloze greens?

Om maar meteen de hamvraag te stellen: moeten golfers vrezen dat greens hopeloos slecht worden als gewasbeschermingsmiddelen op sportvelden en golfbanen verboden gaan worden?

“Goede greens zonder chemie: het kan wel. De Zaanse bewijst het al een kleine dertig jaar. Maar het lukt niet zomaar. De golfbanen die denken dat het probleem hun deur voorbij zal gaan zullen bedrogen uitkomen. Het is 5 voor 12.”

Waarom is het 5 voor 12?

“Het verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is uitgesteld tot 2020. De branche van golfbanen en sportvelden hebben een Green Deal met de overheid gesloten, een reeks afspraken. We hebben met elkaar afgesproken om het gebruik van chemicaliën tot 2020 te verminderen om te kijken of we als golfbaanindustrie helemaal zonder kunnen. Het doel van de golfbanen is dat we na 2020 nog een medicijnkastje zullen hebben, dat we bij grote problemen af en toe nog gewasbeschermingsmiddelen mogen gebruiken. Maar die kans schat ik heel klein. 

Chemievrij beheer wordt ons opgelegd door Brussel omdat Nederland de emissienormen niet haalt. Onze overheid moet stappen ondernemen en stort zich als eerste op de sportbranche. Uiteindelijk bepaalt de Tweede Kamer straks of we een volledig verbod krijgen. We krijgen weliswaar een nieuw kabinet maar de druk van Brussel op Nederland is groot. Ik denk daarom niet dat een medicijnenkastje voor golfbanen toegestaan gaat worden. Dat betekent dat we nog drie jaar hebben om ons voor te bereiden op ander golfbaanbeheer. Nog drie jaar om wegen te vinden waarbij de kwaliteit van golfbanen even goed blijft. Het is 5 voor 12 want het is voor veel banen de hoogste tijd om te beginnen met een ander grasprogramma, andere bemesting en een ander beregeningsprogramma. Om klaar te zijn voor de toekomst.”

De Zaanse is wel voorbereid op 2020. Maar hoe doen jullie het? Hoe krijg je goede speelkwaliteit als je op de belangrijkste en meest kwetsbare delen van de baan – de green – geen bestrijdingsmiddelen mag gebruiken?

“Het is allereerst heel belangrijk dat een golfbaan de grassoort heeft die goed in de omgeving gedijt en past bij het klimaat. Bij de Zaanse hebben we destijds eerst met de heer Kappen, een zelfstandige adviseur, gekeken welke grassen hier in de omgeving groeiden. Er zijn 700 grassoorten maar er zijn er maar een paar die bij jouw golfbaan passen. Ik heb van Kappen ook geleerd: ‘Als je begint met gif spuiten, dan kun je eigenlijk nooit meer zonder.’ Met de goede grassen is het vervolgens zoeken naar een preventief beheer waarbij je zo weinig mogelijk ziekten krijgt. Ziek wordt gras op een golfbaan altijd, want het wordt kort gemaaid en bij het maaien verwond je de grasplant. Maar je streeft naar zo weinig mogelijk ziekten.”

Voorkomen is beter dan genezen?

“Ja, het gaat om de ideale verhouding van grond, lucht, water en organische stoffen. En je kunt de grondbalans voor een deel controleren. Water kun je bijvoorbeeld afvoeren met drainage of toevoegen met irrigatie. Lucht kun je beïnvloeden, enerzijds door met machines te prikken en te bezanden, anderzijds door bomen te dunnen. De industrie zit gelukkig niet stilm want we zullen het bijvoorbeeld ook moeten hebben van nieuwe grassoorten die tegen bepaalde schimmels kunnen. Je moet wel bedenken dat het gemiddeld 10 jaar duurt voordat een nieuwe soort op de markt komt. Maar de redding komt niet alleen van nieuwe grassen, het gaat vooral om het basisonderhoud op een golfbaan. We moeten ‘best practices’ met elkaar delen: praktische oplossingen, tips en tricks op allerlei gebieden die goed werken. Je kunt een green bijvoorbeeld de ene dag maaien en de andere dag rollen. Dan blijft de green snel, maar het gras krijgt wel even rust, het wordt niet elke dag verwond door de maaimessen. 

Best practices zijn heel belangrijk en daarom ben ik blij dat er nu openheid is in de wereld van het golfbaanonderhoud. Vroeger was er geslotenheid. Als je aan een andere baan vroeg “Hebben jullie last van schimmels?’, dan was het antwoord ‘Nee hoor!’ Geen enkele baan had schimmel, maar dat was natuurlijk niet zo. Nu is er veel meer openheid: greenkeepers bellen met elkaar, spelen golf met elkaar en bekijken elkaars golfbanen. Door kennis te delen hoeft niet elke baan het wiel opnieuw uit te vinden. Er worden tegenwoordig ook internationale reizen voor greenkeepers georganiseerd om te kijken hoe banen in buurlanden het doen. Maar we moeten bijvoorbeeld ook kijken naar de aanpak van andere sportvelden.”

Zijn we in Nederland deskundig genoeg om de uitdagingen succesvol te overwinnen?

“De erkenning voor golfbaanonderhoud in Nederland is best groot. Het vertidrainen – het prikken van greens en fairways om de lucht- en waterhuishouding van de grond te bevorderen – is een Nederlandse uitvinding. Er wordt altijd gezegd dat de Britten heer en meester zijn op het gebied van golfbaanonderhoud, maar zij kijken ook naar wat wij doen. Nederland is een grasland en een Nederlands bedrijf als Barenbrug loopt voorop in grassen voor golfbanen, het is uniek wat er gepresteerd wordt.”

We komen er dus wel?

“We zijn heel ver maar we zijn er nog niet. Het roer in golfbaanonderhoud moet om. Als we met z’n allen de schouders eronder zetten – de greenkeepers, maar ook de bestuurders en managers – dan komen we heel ver. De greenkeepers weten wat er aan komt en praten erover, maar ik merk dat veel golfclubbestuurders en managers nog geen besef hebben van de ernst van de situatie. En de bestuurders, exploitanten en managers moeten de greenkeepers wel de tijd gunnen om zich voor te bereiden, om de bodemopbouw te verbeteren, om het onderhoud aan ta passen. Besturen en managers moeten greenkeepers de kans geven om de slag te maken, anders is het een verloren geval. Het is ook heel belangrijk dat de golfers weten wat er aan de hand is, want spelers zullen in de toekomst ook wel eens last houden van meer basisonderhoud zoals het prikken van fairways of greens. Aan de andere kant zijn er steeds betere machines die het werk sneller doen of bijvoorbeeld op zo’n manier prikken dat de golfer het nauwelijks merkt. 

Ik ben wel heel blij dat we sinds de oprichting van het Dutch Turf Grass Research Foundation een onderzoeksinstituut in eigen land hebben, met een leerstoel aan de WUR, Wageningen University & Research, die bezet wordt door professor Bernhard Leinauer. Vroeger werd de golfbaankennis in het buitenland heilig verklaard, maar we hebben zelf de beste universiteit van de wereld – Wageningen. Er zijn gelden beschikbaar voor gekomen maar ik denk dat er nog meer geld nodig is om in de nabije toekomst een goede speelkwaliteit te houden. Ik ben er nog steeds voor dat de NGF-contributie – nu 17,50 euro per golfer – met 1 euro omhoog gaat en dat dit geld gebruikt wordt om de kwaliteit van golfbanen in stand te houden. Ik vind dat iedere golfer moet meebetalen want goed onderhoud in een toekomst zonder gewasbeschermingsmiddelen is een probleem dat alle golfers aangaat. We bereiden ons dus goed voor maar ik weet niet of we op tijd goede oplossingen hebben om onkruiden chemievrij te beheren.”

In welk opzicht is onkruid op een golfbaan een probleem?

“Greens onkruidvrij houden en goed houden zonder chemie lukt wel, als we de juiste stappen zetten. Maar tees, fairways en rough onkruidvrij krijgen zonder bestrijdingsmiddelen is veel moeilijker. Het gaat om onkruid dat speltechnisch hinderlijk is. Klaver of madeliefjes op de fairway biedt speltechnisch niet zo’n groot probleem, maar als je bal in de rough tussen klaver of madelieven eindigt, dan vind je hem niet. Wij houden op de Zaanse de rough in landingsgebieden kort. Je kunt het probleem dus deels met maaibeleid oplossen en er zijn ook andere tips en tricks om onkruid duurzaam te bestrijden. Maar soorten als klaver en madeliefjes zijn uiteindelijk een groot probleem. 

Op de Zaanse gebruiken we geen chemie op de greens maar we spuiten wel één keer in de drie jaar tegen madeliefjes op de fairways, omdat het anders uit de hand loopt. Er zijn nu geen goede natuurlijke bestrijdingsmiddelen voor onkruid. En een golfbaan als de Zaanse krijg je nooit permanent onkruidvrij want als de boeren rondom de baan aan de gang gaan met maaien en hooien, dan waaien onkruiden alle kanten op. Het zegt misschien ook genoeg dat het onkruidprobleem voorrang krijgt bij de Dutch Turf Grass Research Foundation – voorrang op schimmelproblemen. Ook onkruid moet uiteindelijk preventief bestreden worden. Als je last hebt van de kruipende boterbloem, dan betekent het dat de grond te nat is. Dan moet je iets aan die natte grond doen. Klaver duidt op armoede, dan moet je plaatsen met klaver dus misschien pleksgewijs stikstof toedienen, wat toegestaan is.”

Nederland is vaak het braafste jongetje in de klas. Geldt dat ook voor onze regels op het gebied van chemievrij golfbaanonderhoud?

“Op de gemiddelde Engelse golfbaan staat nog een grote gifkast en wordt er op los gespoten. In Nederland zijn we inderdaad al bijzonder streng. Er was een tijd dat sommige Nederlandse golfbanen in België haalden wat hier niet was toegestaan, maar België is nu snel strenger aan het worden dan Nederland. In België mogen particulieren sinds kort geen glyfosaat meer gebruiken, het onkruidmiddel dat beter bekend is onder de merknaam Roundup. We hebben het over Europese richtlijnen en elk land komt uiteindelijk aan de beurt, hoewel we met Engeland niet goed weten wat de Brexit op dit gebied gaat betekenen. 

Als je kijkt naar beregening – de irrigatie van golfbanen, dan heeft België al veel strengere regels dan Nederland. Dat is begrijpelijk: Nederland is een waterland en België niet. Maar ik weet zeker dat het in Nederland ook snel gaat veranderen. De golfbanen hier die met oppervlaktewater beregenen hebben nu nog een vrijstelling, maar in de toekomst komt er een watermeter en zal er voor betaald moeten worden. Door de landbouwsector maar ook door sportvelden en golfbanen. De beregening – vooral de sproeiers op de fairways – staat op de gemiddelde golfbaan overigens veel te vaak aan. Het is heel makkelijk om op de knop te drukken want dan blijft het gras groen, maar minder beregening is veel beter. Wij hebben op de fairways van de nieuwe negen van de Zaanse ook beregening geïnstalleerd, voor de ingroeifase en noodgevallen. Maar de fairways zijn na de ingroeifase in 2008 nooit meer gesproeid.”

Er zijn mensen in Nederland golfland die zeggen: ‘De NGF moet zich harder maken voor onze golfbaanindustrie met een kleine 400.000 spelers, we moeten bij de overheid eisen dat de sector over een medicijnenkastje met bestrijdingsmiddelen kan beschikken.' Wat zeg jij daarop?

“We hebben een eigen verantwoordelijkheid om golfbanen zonder chemicaliën te onderhouden. Wat greenkeepers doen is niet te zien. Er staat nergens een bordje op de tee dat je vandaag niet aan je golfbal moet likken omdat de greens gespoten zijn. We willen chemievrij beheer voor onszelf en onze kinderen.”

Maar wordt chemievrij beheer duurder? Kan elke club het zich veroorloven?

“Het hoeft niet per se duurder te worden. Een rondje spuiten op de golfbaan kost veel geld. Voor dat bedrag kun je andere dingen doen. Met goed basisonderhoud, een goede bodem, voorkom je kosten achteraf.”

Reacties

Reacties? Reageer via Facebook of laat onderaan deze pagina een reactie achter. 

Jan op Twitter: 'Laat eerst iedere golfer maar zijn pitchmarks repareren. Dan pas zeuren over slechte greens.'

De Zaanse in het kort

De Zaanse Golfclub bestaat sinds 1988. De eerste negen holes van architect Gerard Jol zijn in 1990 geopend. In 2008 werd de baan in Wijdewormer, niet ver van Zaandam, door Michiel van der Vaart en Gerard Jol uitgebreid met negen holes. 

Gastspelers zijn van harte welkom. Er zijn geen starttijden, er wordt gewerkt met een ballenspiraal. Bel van tevoren of er gelegenheid is om te spelen: 0299-438199. De greenfee voor negen holes is 32,50 euro, voor 18 holes 55 euro. Er zijn ook aanbiedingen zoals “de Zomerdeal”: drie keer een 18-holes greenfee voor 99 euro (geldig tot eind augustus).

De Zaanse was de op-een-na eerste golfbaan van Nederland die het GEO-certificaat ontving, een internationaal erkend keurmerk voor golfbanen met een milieuvriendelijk onderhoudsbeleid. Op de club helpen enkele tientallen vrijwilligers met het baanonderhoud, bijvoorbeeld met het maaien van de tees, semirough en rough, maar ook met het legen van vuilnisbakken en het bijhouden van bloemperkjes.

Meer informatie: zaansegolfclub.com.