Beeld: Merlijn Doomernik
Column

Tussen de oren

Beeld: Merlijn Doomernik
Aafke Romeijn groeide op in een wereld die heel ver van golf afstond. Maar zie: zo veel jaartjes verder stapt ze een nieuwe belevingswereld in. Aflevering 7: Tussen de oren.

Onze golfleraar zei het tijdens onze eerste les meteen, dan waren we maar vast gewaarschuwd. “Golf zit tussen je oren.” Toen snapte ik nog niet precies wat hij daarmee bedoelde. Een beetje met een stok tegen een balletje slaan, dat is toch vooral motoriek en goed mikken? Naïef natuurlijk. Tijdens die eerste les al leerde ik dat als je precies in de goede houding gaat staan, je met je ogen dicht een bal kan putten vanaf een meter. Ik was stomverbaasd. Op alle filmpjes die ik van tevoren had gekeken om me mentaal voor te bereiden zag ik dat de allerbeste golfers ter wereld met enige regelmaat een bal naast sloegen op momenten dat ik zelf dacht: die zou zelfs ik er zonder enige moeite in krijgen. Dan zag je ze in blinde frustratie hun club weggooien - ik snap dat helemaal.

Toen ik aan de beurt was voelde ik opeens zenuwen

Zenuwen

Maar hoe kon het dan dat ik tijdens mijn eerste les met m’n ogen dicht al perfect kon putten? Daar kwam ik snel genoeg achter. “Nu gaan we een wedstrijdje doen,” zei onze leraar. En daar gingen we. Om beurten putten, van steeds iets verder weg. Toen ik aan de beurt was voelde ik opeens zenuwen. Tijdens het oefenen lukte het perfect, maar wat nou als ik nu opeens naast zou slaan? Dat zou gênant zijn natuurlijk, wist ik meteen, en opeens begon ik te twijfelen of mijn houding wel goed was. Moest ik niet een paar centimeters dichter bij de bal moeten staan? Of juist verder weg? En de richting, was die wel goed? Mijn ogen schoten heen en weer van mijn mijn bal naar de hole, ik draaide nog iets bij, schuifelde nog een beetje met mijn linkervoet, bewoog mijn schouders een paar keer heen en weer, en tikte met mijn club tegen de bal. Je raadt het al: de bal ging naast.

Onder druk

Ik moest de neiging onderdrukken om mijn club niet weg te smijten, zo kwaad was ik. Ik had toch goed geoefend? Ik begreep meteen: onder druk is alles vloeibaar, en bij golf geldt dat misschien nog wel meer dan in de rest van het leven. Je kunt trainen tot je een ons weegt, maar zodra je een wedstrijdje speelt of er staat iemand mee te kijken en je wil je bewijzen, dan is opeens alles anders. Als je je zenuwen in bedwang weet te houden en het onder druk wél lukt goed te slaan, dan is voldoening des te groter.

Onder druk is alles vloeibaar, en bij golf geldt dat misschien nog wel meer dan in de rest van het leven

Het meeste last van mijn eigen twijfel heb ik op de drivingrange, wanneer ik tussen de - in mijn ogen - zeer ervaren spelers sta die de bal zonder moeite honderd meter of verder slaan. Afslaan is niet mijn grootste talent, en dat vind ik totaal geen probleem (ik speel immers voor mijn plezier), totdat ik het idee heb dat andere spelers naar me kijken. Dan wil ik opeens laten zien dat ik heus al best goed kan slaan. Maar zelfs als ik lekker bezig ben, hak ik opeens in de mat, sla ik op de bal, en als ik al een keer raak sla dan vliegt de bal alle kanten op.

Wennen

Inmiddels weet ik dat golfen misschien voor de helft techniek is, maar de andere helft zit toch echt tussen je oren. Dat betekent: veel oefenen met mensen om je heen, om maar te wennen aan priemende blikken en hoog gelegde latten. En het lijkt misschien gek, maar het maakt de sport alleen maar leuker. Het is onvoorspelbaar, mentaal uitdagend en succes is afhankelijk van veel factoren. De perfecte ingrediënten voor een leuk spelletje.

Wie neem jij mee golfen?

Schrijf je samen in voor een gratis Open Golfdag bij jou in de buurt!

Klik hier
Lees meer over
Column
Aafke Romeijn

Aafke Romeijn zingt, schrijft en praat over politiek, feminisme, haar kat Henk en pulp-tv. En nu ook over golf, een wereld waar ze tot voor kort nóg geen weet van had.

}