Rory McIlroy

Tips voor verdere drives

Rory McIlroy in november 2016
Beeld: Golfsupport.nl
Drive verder met deze vier tips en drills van PGA Professionals.

Tip 1 van Floris de Vries: honkballen

"De meeste mensen beginnen altijd over het inzetten van de heupen voor het slaan van verre drives. Feit is echter dat de armen de meeste snelheid (= langere drives) genereren. Dit is logisch omdat je armen ook de grootste afstand in de swing moeten afleggen, en dus ook het snelst moeten bewegen. Als je verder wilt slaan is het voor heel veel amateurs makkelijker om de armen sneller te bewegen. Het heel wild inzetten van het onderlichaam werkt vaak averechts. Als je dat doet ga je alleen maar schever slaan, en zeker niet sneller/verder. NB: Met alleen de armen bedoel ik niet het bovenlijf (schouders), maar echt puur alleen vanuit de armen."

DRILL: 

"Een goede drill om meer snelheid in je armen te creëren is het slaan van ballen waarbij alles stil blijft behalve je armen. Dus zo min mogelijk rotatie. Bijna als een honkballer. Neem je gewone stand in en experimenteer. Kijk hoe ver je slaat. Je zult zien dat je bijna net zo ver slaat zonder heupindraai of rotatie van het bovenlichaam!"

Tip 2 van Houcine Zioui: weerstand

"De wens om meer lengte vanaf de tee te genereren is iets waar regelmatig naar wordt gevraagd. Meer lengte is afhankelijk van een aantal factoren. Een van de belangrijkste factoren is clubhoofdsnelheid. Om snel resultaat te boeken en de clubhoofdsnelheid te verhogen werk ik vaak met de volgende oefening.
 
DRILL:
  1. Swing eerst met een Powerfan vijf keer zo hard als je kunt en voel de zware weerstand.
  2. Swing daarna met een club zonder clubhoofd of een aimstick zo hard als je kunt, waarbij je duidelijk onderin - bij het diepste punt van je swing een hoog ‘swoosh’ geluid hoort.
  3. Swing vervolgens met je eigen club twee keer zonder bal en probeer de tee te raken.
  4. Als laatste sla je nu drie ballen van een tee, waarbij je zo hard als je kunt de bal probeert te raken.

"Bij deze drill is de balvlucht minder relevant dan de hoogte van de clubhoofdsnelheid. We willen natuurlijk zien dat we na deze oefening meer snelheid kunnen genereren! Probeer deze drill drie keer per sessie en vervolgens ook drie keer per week te herhalen."

Tip 3 van Rogier Kootker: hoog opteeën

"Een veel gemaakte fout bij spelers die verder willen slaan is dat ze de bal te laag opteeën. Wat is te laag? Dat hangt onder andere van de swingsnelheid, de manier van set-up en beweging af, maar duidelijk is dat veel golfers de bal door het te laag opteeën te laag laten vertrekken en hierdoor niet hun maximale afstand halen. Als metafoor gebruik ik altijd een tuinslang. Als je een tuinslang hebt waar het water met zeer hoge snelheid uit komt, dan richt je de tuinslang ook veel hoger om de plantjes achterin de tuin te bereiken. Hoe hoog je de tuinslang mikt, is goed vergelijkbaar met de launch angle (hoe hoger, hoe beter) op de Trackman. Tijdens een nul-meting met Trackman zie je dat 90% van de golfers met de driver een neerwaartse beweging maakt. Als je een neerwaartse beweging met de driver maakt - en de bal hoog hebt opgeteëd - dan raakt de bal de bovenkant van het slagvlak van de driver. Hier zit 5 tot 6 graden meer loft dan op de sweetspot. Het gevolg is dat de bal misschien wel hoog vertrekt, maar met weinig snelheid (omdat je de bal niet zuiver raakt) veel lengte verliest. Het kan zelfs gebeuren dat je de bal boven het clubblad en de bal recht omhoog schiet. Ik hoor dan vaak als reactie: "Deze tee is te hoog voor mij". Veel golfers teeën de bal vervolgens lager op omdat ze bang zijn om eronderdoor te slaan. Als je dat doet is het bijna onmogelijk om het maximale uit je driver te halen. Het zal even wennen zijn, maar als je de bal hoog opteet, en met de hulp van je PGA Professional leert om de bal goed opwaarts te raken, ga je meer lengte halen uit je snelheid. Ik zeg Tee it high and let it fly!" 

Tip 4 van Davey van Mulken: wijde zwaai

"Maak een wijdere zwaai voor meer swingsnelheid! Deze tip leg ik graag uit aan de hand van een voorbeeld. Denk aan twee lopers op een atletiekbaan. De loper in de binnenbocht loopt een bocht in vijf seconden. De loper in de buitenbocht doet dit ook in vijf seconden. Conclusie: de loper in de buitenbocht heeft meer afstand afgelegd en dus aanzienlijk harder gelopen. Als ik dit voorbeeld vertaal naar golf, dan zie ik dat er een veel voorkomende swingfout is waarbij veel snelheid verloren gaat: het buigen van de linkerarm in de opzwaai. Door de buiging zal de linkerarm in de neerzwaai weer snel moeten strekken, want anders top je de bal. Dit strekken van de linkerarm zorgt voor een te vroege pieksnelheid waardoor de club op het raakmoment al flink aan het vertragen is. Daarnaast zorgt het strekken er ook voor dat de club van buiten op de bal inkomt en een slice veroorzaakt."
 

DRILL: 

"Oefen met je normale swingtempo en maak een opzwaai waarbij je de linkerhand van je linkeroksel af beweegt (niet knijpen). De wijdere swing zal automatisch zorgen voor meer swingsnelheid maar ook voor een constanter balcontact."

  • Auteur Redactie GOLF.NL