Beter uit de bunker

Zo kom je beter uit de bunker

Beeld: Golfsupport.nl
Er zijn nog veel golfers bang voor de bunkerslag. Vier PGA Professionals geven je tips om deze gevreesde slag onder de knie te krijgen.

Tip 1. Stuart Mathie: de basis

Als je basistechniek goed verzorgd is bij een bunkerslag, dan is er geen enkele reden om bang te zijn voor deze slag. De volgende aanwijzingen klinken je waarschijnlijk bekend in de oren, maar het kan nooit kwaad om ze te herhalen.

Zorg ervoor dat als je in de bunker ligt:
  1. de balpositie in de bunker links van het midden is.
  2. de voeten licht ingegraven zijn voor meer stabiliteit.
  3. je handen achter de bal zijn (in plaats van voor de bal). Dit zorgt ervoor dat je de loft van het clubhoofd beter gebruikt en de club zich niet ingraaft. 
  4. je gewicht meer op het linkerbeen is om een steilere invalshoek te creëren. 
Denk bij de swing aan de volgende dingen:
  • Sla het zand (en niet alleen de bal) uit de bunker.
  • Vertraag nooit door de bal, maar versnel.
  • Maak altijd je swing af! 

Tip 2. Ronald Stokman: verwachting en afstand

Bij het bepalen van het verwachtingspatroon moet je altijd rekening houden met:
  • De ligging van de bal
  • Condities van de bunker
  • Je eigen vaardigheid vanuit de bunker

Als je het bovenstaande goed hebt ingeschat, kun je bij elke bal in de bunker bepalen wat realistisch is en een haalbaar doel. Om teleurstellingen te voorkomen.

De eerste prioriteit is altijd om de bal uit de bunker te krijgen. Als dat geen probleem is, kun je steeds meer richting green en hole gaan denken. Om de bal uiteindelijk zo dicht mogelijk bij (of in) de hole te krijgen, is het belangrijk om de lengte van de bal vanuit de bunker goed te kunnen bepalen. Er zijn verschillende manieren om de lengte van de bal vanuit de bunker te bepalen. Hieronder de belangrijkste:
  • Lengte van de zwaai
  • Hoeveelheid zand
  • Invalshoek 
  • Tempo van de swing
  • Clubkeuze/loft van de club

Tip 3. Folkert Haak: plugged lies

Als er nieuw zand in de bunker ligt heb je meer kans op een 'plugged' (begraven) ligging in de bunker. Hoe kun je zo'n bal goed uit de bunker krijgen?

  • Houd dezelfde stand aan zoals hierboven bij de basis is uitgelegd.
  • We gaan bij een geplugde ligging echter dieper door de knieën dan bij een standaard bunkerschot. Je moet het idee krijgen dat je heel dicht bij de grond zit.
  • Laat bij het adresseren het handvat van de club richting het zand zakken. Hierdoor komt de teen van het clubhoofd meer omhoog te staan.
  • Maak een steilere swing en sla een paar centimeter voor de bal in het zand.

Deze verandering in de set-up zorgt ervoor dat de sandwedge als een mes door het zand snijdt en de loft van de club ook goed meewerkt. 

Houd er rekening mee dat de bal wat lager vliegt dan bij een normale bunkerslag en dus meer zal uitrollen.

Tip 4. Remco Wijdenis: bounce

De meeste golfers weten dat de bunkerslag de enige slag is waar er geen direct balcontact is. Daarmee is het belangrijk om vaardig te worden in het bespelen van het zand, en dat kan niet zonder goed gebruik te maken van de bounce. De bounce is de hoek van de zool - vaak staat deze hoek ook aangegeven met een getal (aantal graden) - op de club. De zool van de club heeft een leading edge (snijrand) en een training Edge (achterkant van de zool). Bij een bunkerslag willen we als eerste met de trailing edge contact maken in het zand. Als je dit doet kan de club goed blijven versnellen, en zal de club zich niet te diep ingraven. Om dit te kunnen, is de basis (zie hierboven) heel belangrijk. 

Het zand in de bunker geeft perfect feedback over hoe het contact tussen club en zand was. Wat we willen zien is dat de divot in het zand niet te diep is. Als je goed gebruik maakt van de bounce is dat ook te horen aan het geluid (een doffe klap). Het is prima om eerst zonder bal te oefenen, en met een kleine swingbeweging te voelen hoe de club met de trailing edge als eerste door het zand heen glijdt. Als dit goed lukt, maak de beweging dan steeds groter, maar zorg dat je altijd controle blijft houden over de bounce. Als het met een grotere beweging lukt, is het tijd om de bal er weer bij te pakken. Zorg dat de focus op de juiste plek blijft: het bespelen van het zand en niet de bal!

  • Auteur Redactie GOLF.NL