Vraag het aan GOLFNL

'Tips voor rondje na 2 maanden geen golf?'

Elke week komen hier de beste en leukste golfvragen aan bod! Deze keer beantwoorden we vragen over die eerste ronde na een lange rustperiode, leggen we voor Joep het stroke-indexsysteem uit en behandelen we een regelvraag van Bert.

"Toen het nieuws kwam dat de golfbanen weer open mogen heb ik meteen een starttijd geboekt, maar door de sluiting van de banen heb ik twee maanden geen club aangeraakt. Hebben jullie tips voor dat eerste rondje?"

Deze vraag is, in een aantal varianten, door meerdere GOLF.NL-bezoekers gesteld. Sjors Lemmens, head-Professional Impact Golf Academy Maastricht, geeft antwoord. 

Mijn advies bestaat uit drie verschillende delen:

1. Swingritme

Laten we ons in de eerste rondes niet druk gaan maken over een linkerpolspositie, hoogte van de backswing en meer van dat soort technische dingen. Probeer de vrijheid die je voelt wanneer je weer de baan op mag, terug te laten vloeien in je golfswing. Daarmee bedoel ik dat je met een rustig ritme je backswing begint en dan vrijuit je slag afmaakt, waarbij je volledig op je linkerbeen (als rechtshandige golfer) draait. Dat laatste moet je doel zijn bij iedere bal die je slaat.

Je ziet vaak bij golfers die lang niet gespeeld hebben, dat hun swing erg snel en kort wordt, gecombineerd met een eindstand die niet op links eindigt. Hierdoor verlies je veel lengte, maar erger nog… de kans dat je de bal te vet raakt of topt is veel groter.

Mocht je thuis alvast wat willen oefenen, maak dan oefenswings waarbij je op je ritme en eindstand let en waarbij je altijd de grond raakt (bijvoorbeeld op een deurmat). Heb je de mogelijkheid voor de ronde in te slaan op de range, focus ook dan vooral op een vloeiend ritme en de eindstand. Dit geldt trouwens ook voor je korte spel en putten, zorg voor een rustig en natuurlijk ritme waarbij je focus ligt op de afstand die je wilt overbruggen.

2. Verwachtingsmanagement

Laten we in de eerste ronde niet meteen verwachten dat we onze handicap gaan verbeteren en ga er ook maar vanuit dat er een paar serieuze afzwaaiers tussen zitten. Dat hoeft in de praktijk niet te gebeuren, maar als je op voorhand geen consequentie aan het resultaat verbindt, neemt het onderbewustzijn meer het heft in handen, met meestal een beter resultaat tot gevolg. En mocht je dan toch een misser slaan, onthoud dan hoe lekker het is om weer op de golfbaan te zijn en kijk uit naar je volgende slag! 

Bekijk voordat je gaat spelen de video met de uitleg van het coronaprotocol om veilig te kunnen golfen.

3. Coursemanagement

Play smart & safe! Ga bijvoorbeeld op 120 meter niet meteen de vlaggen dicht bij het water of de bunker aanvallen, maar kies een plek waarbij je de meeste foutenmarge hebt. Het gevoel bij het korte spel heeft het meeste tijd nodig om weer op niveau te komen. Kies daarom bij het chippen en de kortere pitches niet direct voor de hoge risicovollere slagen, maar zoek de simpelere lage route naar de green wanneer die optie er is. Je zult zien dat je door het verkleinen van de risico’s zeker geen slechtere scores noteert. 

Sjors Lemmens, head-Professional Impact Golf Academy Maastricht

‘Golf Pro Cast’

Sjors maakt sinds kort ook podcasts waarin hij praat met collega PGA-professionals over de technieken en verschillende visies in de golfsport; leuk en leerzaam voor golfers die net wat meer willen weten. Aflevering 3 is nu online met Inder van Weerelt en gaat over coursemanagement en statistieken. (iTunes, Spotify)

"Ik speel regelmatig op de Nijmeegse baan van het Rijk van Nijmegen, en daar heb je een uphill par-3 van 190 meter, met een stroke index van 15 (een hole met stroke index 1 is de moeilijkste hole van de baan, en de hole met stroke index 18 is de makkelijkste, red.). Het valt mij op dat lange/moeilijke par-3's vaak toch een hoge stroke index hebben. Hoe kan dat?" - Joep Oude Egbrink

Je kan zeggen dat de moeilijkste holes op een baan vaak een lage stroke index hebben (en vice versa), maar veel meer dan dat kun je niet zeggen. Dat komt omdat de stroke index niet alleen gebaseerd is op de objectieve moeilijkheidsgraad van een hole. 

Het systeem van stroke index is bedacht voor het verrekenen van handicaps voor matchplaywedstrijden. Als je tegenstander drie slagen meer krijgt (op basis van playing handicap), dan krijgt hij/zij deze op de drie moeilijkste holes – dus de holes met stroke index 1, 2 en 3.

Op een eenvoudige par 3 van 100 meter maakt een minder goede speler meer kans om de hole te winnen dan op een lange par-5. Uit statistieken blijkt vaak dat de moeilijkste holes van een baan de moeilijke par-5’s zijn, gevold door de moeilijke par-4’s, de andere par-5’s, de andere par-4’s en tenslotte de par-3’s.

Uiteindelijk gaat het erom dat een speler slagen krijgt op de holes waar hij/zij er ook echt wat aan heeft, en daar spelen ook andere factoren een rol bij dan alleen de moeilijkheidsgraad.

De objectieve moeilijkheidsgraad (de gemiddelde bruto score in vergelijking tot par) van elke hole is de eerste richtlijn van de Europese Golf Associatie (EGA) om tot een stroke index te komen. Andere criteria gaan over 'een evenwichtige verdeling van de te ontvangen slagen':

  • Alleen even of oneven stroke indices op de eerste negen holes en andersom voor de tweede negen holes; bij voorkeur oneven voor de langste negen.
  • Stroke indices 1 t/m 4 niet toekennen aan de holes 1, 2, 3, 16, 17 of 18.
  • Verdeel de holes in zes groepen: 1, 2, 3/4, 5, 6/etc. De som van elk van de zes groepen van drie holes moet liggen tussen 27 en 30.
  • Vermijd index 1 tot en met 6 op opeenvolgende holes.

Voor matchplaywedstrijden met handicapverekening is het van groot belang dat de stroke index gelijkmatig is verdeeld over de achttien holes. Voorbeeld: als de beginholes een lage stroke index hebben, dan is een speler die weinig slagen krijgt te veel in het voordeel als de partij na achttien holes all square is en de wedstrijd verdergaat op de 19de hole (hole 1). Een stroke index aan hole 17 of 18 toekennen is ook niet eerlijk. De speler die weinig slagen krijgt, heeft dan misschien al lang verloren en heeft geen gebruik kunnen maken van zijn slagen.

Eigenlijk zou er op elke baan een aparte stroke index moeten zijn voor de witte, gele, blauwe en rode tees, maar dat zou alles veel gecompliceerder maken. De stroke index is een compromis, en op basis van de richtlijnen maken clubs er het beste van. Een stroke index vaststellen is verplicht maar de criteria van de EGA zijn richtlijnen, geen regels. 

De stroke index is belangrijk bij de berekening van stablefordpunten maar "de stroke index heeft minimale invloed op het uiteindelijke stablefordresultaat en daarmee op de handicapmutatie", zegt de EGA op basis van onderzoeken. 

De conclusie? Moeilijke holes op een baan hebben vaak een lage stroke index, en makkelijke vaak een hoge, maar er zijn veel andere richtlijnen die clubs kunnen volgen (of niet). Dat de par-3 uit jouw voorbeeld een hoge stroke index heeft ligt vermoedelijk aan die extra criteria want die hole zal op basis van de gemiddelde bruto score waarschijnlijk niet stroke index 15 hebben…  

Sietse Herrema, GOLF.NL 

"Mag je iets (een tak of een ander voorwerp) tussen de club en de bal leggen als je daarmee de bal beter uit een moeilijke ligging kunt slaan, bijvoorbeeld als je achter een boom ligt?" - Bert Kabbes

Nee, dat mag niet. De basis van het spel is 'speel de bal zoals die ligt'. Je mag (op een paar uitzonderingen na) geen handelingen verrichten om de omstandigheden die je slag beïnvloeden, te verbeteren. Voorwerpen, zoals losse obstakels of losse natuurlijke voorwerpen (zoals takjes en dergelijke) mag je niet in een bepaalde positie plaatsen zodat je je bal beter kan spelen.

Regel 8.1a luidt:

Behalve bij een aantal uitzonderingen dat is toegestaan volgens Regels 8.1b, c en d, zijn de volgende handelingen niet toegestaan als die de omstandigheden die je slag beïnvloeden, verbeteren:

  • Levende of vastzittende begroeiing verplaatsen, buigen of breken. Dergelijke handelingen mogen ook niet bij een vast obstakel, een integraal deel van de baan, een out-of-boundsmarkering of een teemarker op de afslagplaats, wanneer je van die afslagplaats een bal speelt.

  • Een los natuurlijk voorwerp of een los obstakel in een bepaalde positie plaatsen (zoals om een stand op te bouwen).

  • Het oppervlak van de grond veranderen.

  • Zand of losse aarde verwijderen of aandrukken.

  • Dauw, rijp of water verwijderen.

Straf voor overtreding van Regel 8.1a: algemene straf: verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Christine Saxton, Teammanager Regels & Handicap NGF

Vraag het aan GOLF.NL!

Heb jij een brandende golfvraag? Vraag het aan GOLF.NL! Mail naar redactie@golf.nl of stuur een bericht via FacebookTwitterInstagramLinkedIn. Wie weet beantwoorden we de vraag in de volgende editie van Vraag het aan GOLF.NL!

De vragen kunnen over alle aspecten van golf gaan. Wil je iets weten over de golfregels of het nieuwe handicapsysteem? Ben je een trouwe volger van Joost Luiten, Anne van Dam en de andere Nederlandse golfers en ben je benieuwd naar hun kansen? Worstel je al heel lang met een slice of met een ander swingprobleem? Heb je een dringende vraag over Tiger Woods, andere topspelers of de diverse Tours? Ben je benieuwd of de shafts in je clubs wel passen bij je swing? Wil je iets weten over golfbanen en/of golfclubs? Alle golfvragen over alle onderwerpen zijn welkom.  De redactie zal, soms met hulp van kenners van buitenaf, je vraag beantwoorden.  

Lees meer over
Vraag het aan GOLFNL