Beeld: Golfsupport.nl
Tips

Chippen: maak snelheid

Beeld: Golfsupport.nl
In deze wekelijkse rubriek geven we makkelijke en handige instructietips om meer uit je spel te halen. De vijfde gaat over chips met snelheid.

1. Chippen: kort weg, snel erdoorheen

 

De meest gemaakte fout bij het chippen is dat veel golfers vertragen bij het chippen. Dit is het gevolg van een te lange backswing, waarbij je ter compensatie (je wil niet dat de bal over de green vliegt) juist gaat vertragen. Het is juist beter om het andersom te doen: maak een kortere backswing en versnel in de downswing. Ga niet haasten en let op het tempo. Je zult zien dat het balcontact veel beter en consistenter wordt.

 

2. Oefen korte putts

 

Voor amateurs zijn putts van iets meer dan een meter belangrijk. Onderzoek heeft aangetoond dat vergeleken met tourspelers dit de afstand (vier foot) is waar we op de green de meeste slagen verliezen, om precies te zijn 13 procent. Met de putts tussen één tot iets meer dan twee meter verliezen we zelfs 46 procent van de slagen. Het zijn dus niet de middellange (vijf meter), maar juist de korte putts (een tot twee meter) die we moeten oefenen om beter te worden. Als je dan ook zorgt dat de lange putts (acht meter en meer) binnen die anderhalve meter eindigen, ben je onverslaanbaar op de greens.

3. Meer snelheid in de bunker

 

Het blijft voor golfers een worsteling: de bunker. Als je kijkt naar instructievideo’s is er één boodschap die altijd terugkomt: snelheid maken en je slag afmaken. Zoals je waarschijnlijk weet sla je niet de bal maar het zand uit de bunker, en vliegt de bal mee. Veel golfers worstelen met de bunkerslag omdat ze niet genoeg snelheid maken in de downswing en vergeten dat het zand een remmende werking heeft. Dus: versnel door de bal en maak je swing af!

4. Verwacht niet te veel

 
We kunnen best streng zijn voor onszelf, en golfers zijn geen uitzondering. Wees realistisch over je capaciteiten, en lach als je een fout maakt. Knoop de volgende feitjes in je oren en vergeet niet dat de beste golfers ook fouten maken. 

  • Slechts zestig procent van de ballen die professionals van de tee slaan, eindigen op de fairway.
  • Als ze in de bunker liggen, maken ze slechts in vijftig procent van de gevallen een up-and-down (= na de bunkerslag één putt).
  • Van negentig meter van de hole eindigen professionals gemiddeld 4,6 meter van de hole (zeker niet dood bij de hole zoals op tv).
  • In de rough van 140 meter raken ze slechts vijftig procent van de greens.
  • Gemiddeld scoren professionals op zowel de par-3- als par-4-holes boven par (ze scoren dus vooral goed op de par-5-holes).
  • Een putt van zes meter wordt slechts in twintig procent van de gevallen gemaakt.

Lang verhaal kort: golf is verdomd moeilijk, dus wees lief voor jezelf.

5. Eerst de bal, dan het gras

De sleutel tot goed balcontact met de ijzers is dat je eerst de bal raakt en dan pas de grond. Het laagste punt van de club (de plek waar je contact maakt met het gras) komt dus pas na de bal. Om dat te kunnen doen is het belangrijk dat je in de downswing goed draait en je gewicht (als je rechtshandig bent) van rechts naar links verplaatst. Rory McIlroy, een van de beste golfers ter wereld, heeft een goede tip: ‘Draai voor je gevoel je linkerknie naar de bal en strek in de finish van je swing je linkerbeen. Dit is een goede trigger voor het verplaatsen van het gewicht en een goede lichaamsdraai’.

Lees meer over
Instructie