Beeld: Getty Images
Tips

Creëer ruimte op de tee bij draw of fade

Beeld: Getty Images
Op deze pagina vind je makkelijke en handige instructietips om meer uit je spel te halen. De laatst toegevoegde tip gaat over het creëren van ruimte op de tee bij een draw of een fade.

1. Creëer ruimte op de tee

Heb je een balvlucht van links naar rechts (ook wel fade of in extreme gevallen een slice genoemd)? Dan is het slim om als je op de tee staat de bal meer aan de rechterkant op te teeën. Als je een balvlucht hebt van rechts naar links (ook wel draw of in extreme gevallen een hook genoemd), dan is het verstandig juist meer naar links te gaan staan. Op deze manier creëer je namelijk ruimte voor je balvlucht. Dit is vooral belangrijk als je door een nauwe doorgang moet slaan, bijvoorbeeld een rij bomen.

2. Neem een club extra

Wees eerlijk. Hoe vaak sla je een ijzer helemaal perfect? Waarschijnlijk vaker niet dan wel, en toch ga je je clubkeuze uit van de maximale afstand die je met die club kunt slaan. Het is simpel: als je de bal niet helemaal perfect raakt, haal je de green niet en is de kans op een birdie (of par) kleiner. Neem daarom een club extra (de club waarmee je de achterkant van de green haalt) zodat ook de ballen die je niet helemaal perfect raakt, de green halen. Daarnaast: de meeste bunkers op een golfbaan liggen voor de green, en dus voor de vlag. Let er maar eens op! Door een extra club te nemen haal je de meeste hindernissen ook uit het spel.

3. Ga niet voor de vlag

Als je meer birdies wilt maken, moet je jezelf meer kansen geven door vaker de green te raken. Klinkt logisch, maar weinig golfers bepalen hun tactiek op basis van deze eenvoudige stelling. Ga je voor elke vlag, dan werkt dat waarschijnlijk averechts (met bogeys of erger tot gevolg). Als je op het grote deel van de green terechtkomt, creëer je veel meer kansen en moeten de putts op een gegeven moment wel vallen. Iets wat je vaak hoort, is dat golfers veel beter zouden scoren als er geen vlag op de green zou staan en iedereen alleen op de green mikt in plaats van op de vlag.

4. Geef putts meer break

Veel golfers houden op greens te weinig rekening met de glooiing van de green, ook wel break genoemd. Opvallend is dat veel golfers bij het putten de hole aan de lage kant – amateur side – missen. Dat betekent dat er geen rekening is gehouden met de hoek waaronder de bal naar de hole rolt en dat de gekozen startlijn te dicht naast de hole ligt. Probeer dit eens anders te doen. Probeer bewust de bal aan de hoge kant – pro side – te missen. Geef putts dus meer break dan je denkt en je zult zien dat ze dichter bij de hole eindigen.

Beeld: Ronald Speijer
Beeld: Ronald Speijer

5. Gebruik bewegingen uit andere sporten

De techniek kan je met duizend woorden uitleggen, maar het werkt veel sneller als je daar een andere sport voor kunt gebruiken”, zegt PGA Professional Stein Vugts (op de foto hierboven). “Natuurlijk zitten er ook nadelen aan andere technieken, maar in elke sport zijn er bewegingen die je kunt vertalen naar golf. Als je op de tennisbaan een topspinbal wilt slaan, kom je van binnen op de bal in. In golf is het bij een draw (een bal met een curve van rechts naar links) niet anders. Bij een slice (van links naar rechts) is het precies andersom. Net als bij tennis kom je dan met een open blad van buiten naar binnen in op de bal.

6. Chippen: kort weg, snel erdoorheen

De meest gemaakte fout bij het chippen is dat veel golfers vertragen bij het chippen. Dit is het gevolg van een te lange backswing, waarbij je ter compensatie (je wil niet dat de bal over de green vliegt) juist gaat vertragen. Het is juist beter om het andersom te doen: maak een kortere backswing en versnel in de downswing. Ga niet haasten en let op het tempo. Je zult zien dat het balcontact veel beter en consistenter wordt.

7. Oefen korte putts

Voor amateurs zijn putts van iets meer dan een meter belangrijk. Onderzoek heeft aangetoond dat vergeleken met tourspelers dit de afstand (vier foot) is waar we op de green de meeste slagen verliezen, om precies te zijn 13 procent. Met de putts tussen één tot iets meer dan twee meter verliezen we zelfs 46 procent van de slagen. Het zijn dus niet de middellange (vijf meter), maar juist de korte putts (een tot twee meter) die we moeten oefenen om beter te worden. Als je dan ook zorgt dat de lange putts (acht meter en meer) binnen die anderhalve meter eindigen, ben je onverslaanbaar op de greens.

8. Meer snelheid in de bunker

Het blijft voor golfers een worsteling: de bunker. Als je kijkt naar instructievideo’s is er één boodschap die altijd terugkomt: snelheid maken en je slag afmaken. Zoals je waarschijnlijk weet sla je niet de bal maar het zand uit de bunker, en vliegt de bal mee. Veel golfers worstelen met de bunkerslag omdat ze niet genoeg snelheid maken in de downswing en vergeten dat het zand een remmende werking heeft. Dus: versnel door de bal en maak je swing af!

9. Verwacht niet te veel

We kunnen best streng zijn voor onszelf, en golfers zijn geen uitzondering. Wees realistisch over je capaciteiten, en lach als je een fout maakt. Knoop de volgende feitjes in je oren en vergeet niet dat de beste golfers ook fouten maken. 
  • Slechts zestig procent van de ballen die professionals van de tee slaan, eindigen op de fairway.
  • Als ze in de bunker liggen, maken ze slechts in vijftig procent van de gevallen een up-and-down (= na de bunkerslag één putt).
  • Van negentig meter van de hole eindigen professionals gemiddeld 4,6 meter van de hole (zeker niet dood bij de hole zoals op tv).
  • In de rough van 140 meter raken ze slechts vijftig procent van de greens.
  • Gemiddeld scoren professionals op zowel de par-3- als par-4-holes boven par (ze scoren dus vooral goed op de par-5-holes).
  • Een putt van zes meter wordt slechts in twintig procent van de gevallen gemaakt.
Lang verhaal kort: golf is verdomd moeilijk, dus wees lief voor jezelf.

10. Eerst de bal, dan het gras

De sleutel tot goed balcontact met de ijzers is dat je eerst de bal raakt en dan pas de grond. Het laagste punt van de club (de plek waar je contact maakt met het gras) komt dus pas na de bal. Om dat te kunnen doen is het belangrijk dat je in de downswing goed draait en je gewicht (als je rechtshandig bent) van rechts naar links verplaatst. Rory McIlroy, een van de beste golfers ter wereld, heeft een goede tip: ‘Draai voor je gevoel je linkerknie naar de bal en strek in de finish van je swing je linkerbeen. Dit is een goede trigger voor het verplaatsen van het gewicht en een goede lichaamsdraai’.

Lees meer over
Instructie