Tips voor moeilijke liggingen

'Golf is not a game of perfect' is een beroemde uitspraak van sportpsycholoog Bob Rotella. Met andere woorden, hoe goed je ook bent, je zult altijd te maken krijgen met moeilijke liggingen. Wat moet je dan doen? Vier PGA Professionals geven tips.

Tip 1. Marloes Olling: op een helling

Een perfecte bal slaan is alleen mogelijk als je goed staat opgelijnd. En hoe zat het ook al weer met die lastige schuine liggingen? Voor veel golfers is het lastig een bal te slaan die uphill of downhill ligt op een helling. Maar met een paar aanpassingen is het echt goed te doen.

Uphill

De bal ligt bij een uphill ligging boven mijn voeten. Voor een goed resultaat moet je het volgende doen:

  • Door de helling wordt de hellingshoek op de club groter, de club krijgt dus extra loft. De bal zal daarom wat hoger en korter vliegen. Neem dus een club extra, bijvoorbeeld een ijzer-7 in plaats van een ijzer-8.
  • De balpositie is in het midden van mijn voeten.
  • Ik grip de club korter.
  • Heel belangrijk is het aanpassen van je schouderlijn aan de hoek van de helling.  Swing vervolgens met de helling mee.
  • Bij deze ligging gaat de bal automatisch wat meer naar links. Door de downhill ligging blijf je vanzelf wat meer op rechts hangen, doordraaien op je rechterbeen zoals bij een vlakke ligging kan bijna niet. Accepteer dat, ga niet tegen de helling vechten. Maak een gewone rustige swing en mik wat rechts van je doel. De bal zal vanzelf terugbuigen terug naar links.

Fout
De schouders niet gelijk zetten aan de hoek van de helling. De kans is dan heel groot dat je de club steil in de grond hakt voor de bal.

Downhill

Bij een downhill ligging is het in veel opzichten precies andersom.

  • Neem minder club. De downhill ligging zorgt ervoor dat er minder loft op de club komt. De bal zal lager gaan dan vanaf een vlakke ligging en meer rol krijgen. 
  • Speel de bal iets meer achter in je stand, dus meer naar je rechtervoet (als je rechtshandig bent).
  • Zet ook nu je schouders parallel aan de hoek van de helling. Als je dat niet doet hel je achterover en sla je waarschijnlijk voor de bal in de grond.
  • Bij een downhill ligging heeft de bal de neiging naar rechts af te buigen. Mik daarom wat links van het doel om dat te compenseren.
  • Ga niet de bal de lucht in lepelen maar vertrouw erop dat de loft de bal omhoog brengt. Probeer mooi in balans te eindigen.

Tip 2. Jan Maarten Nijhoff: flopshot

Soms zijn er situaties waarbij er maar één manier is om bij de vlag te komen, bijvoorbeeld als er een bunker tussen de bal en de vlag ligt en je met een hoge bal - een flopshot - over de hindernis moet slaan om op de green te komen. Om een hoog flopshot te slaan moet je bij het adresseren op de volgende punten letten:

  • Ga breed staan om stabiliteit te creëren in je onderlichaam. 
  • De balpositie ligt bij een flopshot verder naar links in je stand, ongeveer ter hoogte van mijn linkerhak. 
  • Het clubblad zet je open zodat de groeven recht omhoog staan. Denk er aan dat je eerst het clubblad open zet en daarna pas de club vast pakt. Je zou er een glas op moeten kunnen zetten. 
  • Vervolgens ga je wat dieper door de knieën, alsof je gaat zitten. Tegelijkertijd breng je met je handen het uiteinde van de shaft naar beneden. Dit zorgt ervoor dat je nog meer loft op de club krijg en de bal nog beter omhoog vliegt. 

Als je goed achter de bal staat is het tijd om vol overtuiging te swingen. Tijdens de swing let je erop dat je in de backswing je polsen knikt.  In de neerzwaai hou je je benen passief zodat de club voor je lichaam komt en onder de bal kan komen. 

Bekijk hier een video waarin ik de aandachtspunten nog een keer op een rij zet:

Tip 3. Guido Loning: uit hoog gras

Wat doe je als je bal in hoog helmgras ligt? Dit gras met lange sprieten oogt vaak mooi op de baan, want het laat vaak de afscheiding tussen de fairway en de rough duidelijk zien. Maar als je bal erin komt ben je minder vrolijk. Omdat het gras zo lang is, heeft dit effect op de stand van het blad op het moment dat je de bal raakt. Wanneer je een gewone slag uit het hoog helmgras doet, draait het clubblad naar binnen. Meestal resulteert dit in een slag waarbij de bal niet omhoog gaat en snel stopt. Je zult dan vaak nog een keer uit de rough moeten spelen. Om dit te voorkomen doe je het volgende: open het blad van de club waarmee je gaat spelen. Leg de bal wat achter in je stand en gebruik een club met genoeg loft. Vaak is het verstandiger om een veilig schot te spelen zodat je zeker weet dat je de bal weer in het spel brengt op de fairway.

Om het goede gevoel te krijgen voor het raken van een bal in het hoge gras heb ik de volgende oefening:

  • Zoek een plek op de baan waar het gras heel hoog is en pak de club met één hand vast
  • Sla nu met volle vaart tegen het gras aan en kijk wat er met het clubblad gebeurt
  • Open nu het clubblad en doe de slag nog een keer met één hand. Je zult gelijk het verschil voelen, want de club heeft op deze manier veel minder last van het gras. 
  • Leg nu een bal in het gras en pas deze techniek toe. Je zult zien dat de bal er veel beter uit komt! 

Tip 4. Sjors Lemmens: kale ligging

Na een warme zomer zie je met name op hogere punten in de baan vaak harde plekken ontstaan waarop nauwelijks meer gras groeit. Als de bal tot stilstand komt op deze harde en droge ondergrond, zie ik vaak de angst toeslaan bij spelers. Ze zijn bang om de bal niet meer zuiver te raken. Je wordt inderdaad sneller afgestraft wanneer je iets te vroeg de grond raakt, maar met de volgende aandachtspunten kun je dit voorkomen.

De meest voorkomende fout is dat het clubhoofd te vroeg het diepste punt bereikt. Het wordt dus heel belangrijk dat de grond pas geraakt wordt nadat je contact hebt gemaakt met de bal. In je setup maak je de aanpassing door de bal wat meer naar rechts te verplaatsen ten opzicht van je normale balpositie. In de swing is het van belang dat je gewicht zich niet naar rechts gaat verplaatsen, want dat maakt het moeilijker qua timing om bij impact exact op de goede plek terug te komen. Zet daarom je gewicht ongeveer 60% op je linkerbeen en zorg dat je gewicht tijdens de backswing zo min mogelijk wordt verplaatst. Focus vooral op het draaien van je schouders. Daarbij mag de opwaai ook wat steiler zijn dan normaal. Dit alles zorgt ervoor dat je de bal makkelijker in de neerwaartse zwaai gaat raken met een beter resultaat als gevolg.

Wanneer je dit wilt oefenen (en ook nog eens het gras wilt sparen) kun je het beste in een bunker gaan staan. 
  • Trek in het zand een lijn op het punt waar de bal zou liggen. 
  • Maak een swing en kijk of je precies op de lijn of tot maximaal 3 centimeter achter de lijn het zand raakt.
Als je dit na een paar swings onder de knie hebt, en dus steiler inkomt op de bal, zal je op de het gras ook meer plag gaan slaan, zelfs bij een kale ligging, en dat is in dit geval alleen maar goed.  
  • Auteur Redactie GOLF.NL