Beter golfen

Boosdoeners (12)

Jan van Galen heeft het heft in eigen hand genomen en gaat werk maken van zijn golfspel. Op GOLF.NL deelt hij zijn enthousiasme en ervaringen tijdens zijn journey van 100 dagen, die van hem een betere en tevreden golfer moet maken. Deel 12: baanmanagement.

Voor een golfretraite van drie dagen verblijf ik in De Prins van Oranje, een hotel op het Dormio Resort, pal aan de baan van de International Golf Maastricht. Vanuit mijn appartement op de 7e verdieping kijk ik uit op het clubhuis, de tee van hole 1 en de green van hole 18. In de verte ligt de oude stad. Hier wil ik in alle rust de lessen en indrukken van de afgelopen 90 dagen overdenken. Ik pak mijn aantekeningen en dagboekje erbij, neem plaats voor het raam en zie een montere senior een perfecte bal afslaan.

Niks vrijblijvendheid

Ik ben hier ook om op twee achtereenvolgende dagen te oefenen met PGA A pro Sjors Lemmens, die op deze baan zijn Impact Golf Academie bestiert. De filosofie van Sjors spreekt mij aan. Hij wil niet zo maar een beetje lesgeven, maar echt het beste uit je halen. Niks gezellige vrijblijvendheid, hij verlangt ook van een golfer op leeftijd dat hij er voluit voor gaat. Ik volg Sjors al langer via zijn instructies op Golf.nl, zijn commentaar voor Radio KLM Open en zijn sportprogramma Natrappen op Radio Maastricht. Ik zoek hem op met een doel. Of hij eens goed wil kijken naar mijn baanmanagement, want dat laat te wensen over. Door onrust, onnadenkendheid en te veel willen, staan er aan het einde van de rit telkens weer onnodige strepen op mijn kaart.

Jan van Galen column beter golfen Sjors Lemmens golfleraar

Noteren

Om een beeld te krijgen van mijn accuratesse laat Sjors mij op zijn academy een serie ballen slaan met bijbehorende clubs, over 60, 80, 120 en 140 meter. Kloppen mijn clubkeuzes bij die afstanden? Hoe dicht kom ik bij de targets? De Launch Monitor registreert alles en die liegt niet. Mijn pitches met een P gaan boven verwachting, mijn houten 3 komt redelijk uit bij de 140 meter, maar de slagen met een 7 naar de 120 meter vallen tegen. Ze waaieren nogal uit of zijn te kort. Sjors stopt een scorekaart in mijn handen en wil dat ik nu alleen negen holes ga lopen. Ik moet per hole noteren of ik de fairway raak, met welke club ik de green bereik en hoeveel putts ik tenslotte nodig heb. De uitkomsten bespreekt hij morgen met me.

Baanmanagementfouten

De Maastrichtse blijkt een heerlijke baan, waarvan 4 holes door het glooiende landschap van onze zuiderburen lopen. Maar het valt niet mee. Het regent, het is steenkoud en de baan is zompig. Ik begin niet eens zo slecht, maar vanaf hole 4 steken mijn aloude baanmanagementfouten weer de kop op. De fairway raken is wel in orde en het putten loopt ook wel, maar de slagen halverwege gaan met regelmaat de mist in gaan. Ballen belanden in de rough, in een bunker of slechts 60 meter schuin voor me. Ik geef de kou en alle nattigheid hardop de schuld, maar ik weet wel beter.

Boosdoeners

Als ik Sjors naar waarheid verslag uitbreng, stelt hij voor om nu samen een aantal holes te lopen. Een uur later komt hij tot de conclusie dat ik eigenlijk helemaal geen baanmanagementprobleem heb. Mijn lange slagen met grote clubs zijn de boosdoeners. Dan ben ik zo gericht op mijn techniek en zo gefocust op het resultaat dat ik tijdens de swing helemaal vergeet door te draaien. Ik raak de ballen dan te hoog of te vet. Mijn eindstand houd ik niet lang genoeg vast. Dát moet verbeteren en dáár moet ik aan werken, stelt Sjors, anders blijft het uitdraaien op dubbel bogeys en is handicap 18 uit zicht. Bijkomend probleem is dat ik - net als de meeste oudere golfers - wat lengte mis in mijn slagen. Maar zegt Sjors: “Als je tijdens het spel niet meer aan je techniek denkt en lekker op je gevoel slaat, los je het lengteprobleem grotendeels op, want je gaat vanzelf verder slaan en straks in de warme maanden heb je ook nog eens meer uitrol”.

Kraakhelder

Moet ik mijn doelstelling misschien maar bijstellen en voor handicap 21 of 22 gaan? “Nee!”, roept Sjors stellig. “Elke golfer, in welke leeftijdscategorie dan ook, moet doelstellingen hebben en die van jou is kraakhelder. Niet marchanderen nu, anders ga je er bij voorbaat al vanuit dat het op drie of vier holes niet lukt en dat werkt demotiverend. Vergeet niet dat iedere golfer elke keer weer op de toppen van zijn kunnen moet spelen. Maar dát is juist de uitdaging van dit spel!”
Sjors heeft natuurlijk een punt. Het moet kunnen. Maar mocht het me na deze 100 dagen niet lukken, dan toch wel in de 100 dagen erna. Of de 100 dagen daarna!

Lees meer over
Column
Jan van Galen

Jan van Galen tobt al een tijdje met zijn spel. Dat blijft maar schommelen tussen best wel goed en best wel slecht. Goede voornemens buitelen over elkaar heen. Hij moet toch eindelijk eens serieus les nemen, mag ook weleens wat minder drinken en snacken en vooral meer bewegen. Ietwat overmoedig legt hij zichzelf een deadline op. Over 100 dagen is-ie fitter, opgewekter en de bogey-speler die hij zo graag wil zijn.