Golftermen

K-L-M-N-O

K

Kern: Middelste deel van de golfbal.

Kort spel: De korte slagen op en rond de green.

L

Lange ijzers: Bijvoorbeeld ijzer-3 en -4, bedoeld voor lange slagen.

Lateraal: Wanneer iets in de lengterichting langs de baan ligt, bijvoorbeeld een laterale waterhindernis, te herkennen aan de rode paaltjes.

Level: Als je par speelt.

Lie (van de bal): De ligging van de bal op de grond.

Lie (van de club): De hoek die de shaft maakt met de zool van de club, gemeten door het centrum van de shaft.

Ligging van de bal: Mag niet worden veranderd of verbeterd, tenzij de regels een uitzondering maken.

Linksbaan: Een golfbaan die is aangelegd op een smalle strook land tussen het strand of de zee en het achterland.

Lob shot: Een kort hoog schot dat meteen stilligt na de landing.

Lob wedge: Een club met een hoge loft (hellingshoek van het clubblad) van 60 graden of groter. Hiermee sla je ballen met een hoge, korte balvlucht die gelijk of snel stilliggen.

Local rules: Tijdelijk of uitzonderlijke regels van de lokale baan.

Loft: De hellingshoek van het clubblad. Aangegeven in graden. Hoe meer loft, des te hoger (in principe) de balvlucht en de te korter de lengte van die vlucht.

Longest drive: De golfer die in een wedstrijd zijn/haar bal het verst op de fairway van een vooraf aangewezen hole slaat, wint de 'longest drive'.

Losse natuurlijke voorwerpen: Mogen nooit worden verwijderd in een hindernis, maar wel op de fairway en green. Kijk hierbij wel uit, want soms krijg je een strafslag als de bal tijdens het verwijderen van voorwerpen verrolt.

Losse obstakels: Door mensen achtergelaten voorwerpen mogen altijd worden verwijderd zonder straf.

Lost ball: Spelers mogen maximaal vijf minuten naar een bal zoeken. Is die tijd verstreken, dan is de bal volgens de regels verloren en moet er met een andere bal verder worden gespeeld.

M

Mallet: Putter met een brede kop.

Marker (persoon): De persoon die van medespelers de score bijhoudt tijdens een wedstrijd of qualifing ronde. De speler is zelf wel verantwoordelijk voor een correct ingevulde kaart.

Marker (voorwerp): Een klein, rond en plat voorwerp om de bal te markeren als deze op de green ligt en wordt opgenomen.

Marshal: Houdt toezicht op de baan en bevordert de doorstroming van de spelers en flights.

Matchplay: Een wedstrijdvorm waarbij twee spelers of ploegen elkaar per hole bestrijden. Een gewonnen hole telt als één punt. Speelt men gelijk, dan wordt het punt gedeeld.

Metal wood: Andere benaming voor hout of wood (zie ook Hout).

Mulligan: Een afspraak met medespelers waarbij één of meerdere (mislukte) slagen mogen worden overgespeeld. Dit mag uiteraard niet tijdens wedstrijden of bij een qualifying kaart.

Moment of inertia (MOI): De weerstand van de club voordat hij om zijn as draait (traagheidsmoment).

Muscle back: IJzer met een dichte achterkant, in tegenstelling tot clubs met een holle rug (cavity back).

N

Nearest point of relief: Het dichtstbijzijnde punt gemeten vanaf de oorspronkelijke balpositie, maar niet dichter bij de hole en zonder last te hebben van de belemmeringen.

Neary: Een wedstrijdje op een vooraf aangewezen par-driehole, waarbij de speler die na één slag het dichtst bij de hole ligt de 'neary' wint.

Negentiende hole: Golfjargon voor (de bar in) het clubhuis.

Nettoscore: De brutoscore van jouw slagen minus het aantal handicapslagen dat je meekreeg.

O

Oefengreen: Hier kun je het putten oefenen.

Offset: De plaats van de shaft ten opzichte van het clubblad. De offset kan in één set per club variëren; dit heet een progressieve offset. Korte ijzers hebben dan minder offset (meer controle), lange ijzers meer (het voorkomen van slice).

Onspeelbaar: Een bal is onspeelbaar als het nagenoeg onmogelijk is om een swing te maken. Alleen de speler zelf kan de bal onspeelbaar verklaren. Dit kost wel één strafslag.

Oplijnen: Zo'n stand innemen die noodzakelijk is voor een optimale slag richting het gekozen doel.

Out of bounds: Een buiten de baan (gemarkeerd met witte paaltjes of een afrastering) geslagen bal. Je krijgt één strafslag en moet opnieuw slaan vanaf de plek waar je je laatste slag hebt gedaan.

Outside agency: Een voorwerp of levend wezen dat geen deel van het spel uitmaakt maar er wel invloed op kan uitoefenen.

> Ga terug naar de hoofdpagina 'Beginnen met golf'.

  • Paginadatum 20 oktober 2015
  • Auteur Redactie GOLF.NL