Erik Scherder over golf

Zin in hole-in-one? Gewoon doen!

11 april 2019 Redactie GOLF.NL
Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder werd een bekende Nederlander door zijn televisieoptredens bij De Wereld Draait Door, Pauw en Jinek. De man die heel veel weet over het brein heeft een advies voor golfers: speel sneller en zet je onzekerheid opzij!
Erik Scherder wordt ook wel de beweegprofessor genoemd. Op allerlei podia verkondigt hij op aanstekelijke wijze en bruisend van energie zijn boodschap: ga meer bewegen! Dat is niet alleen goed voor de lichamelijke conditie, maar ook ontzettend belangrijk voor de gezondheid van het brein. Bij aanvang van het interview met GOLF.NL wil Scherder één ding vast nadrukkelijk gezegd hebben. “Ik vind golf een prachtige sport.” Vervolgens begint hij smakelijk te lachen. “Ik ben zelf geen golfer en heb me in het verleden een paar keer wat laatdunkend uitgelaten over de sport. Daardoor is een beeld ontstaan dat ik iets tegen golf heb, maar dat is echt niet zo. Die opmerkingen waren vooral bedoeld om een beetje te plagen.” Maar wel plagen met een serieuze ondertoon. Want Scherder wil golfers duidelijk maken dat er voor een positief effect op het brein meer nodig is dan een paar uur rustig van hole naar hole lopen. “Ik ben op golfgebied een leek, maar als ik langs een golfbaan fiets, is mijn beeld dat van mensen die relaxt over de baan wandelen, liefst met een karretje achter zich aan. Als ik over vitaliteitsprogramma’s spreek, roept er soms iemand in de zaal enthousiast: Ik speel golf! Mijn reactie is dan altijd: heel mooi dat u golft, maar neemt u dat karretje ook op uw rug? De inspanning tijdens een rondje golf valt volgens mij tegen.”

Harder lopen

Wil je tijdens een rondje golf aan de fitheid van je brein werken, loop dan vooral flink door, is Scherders devies. “Je moet aan brisk walking doen, dus heel stevig doorstappen zodat je je hart voelt kloppen. En dat eigenlijk minimaal een half uur zonder onderbreking zodat het hart het bloed goed kan rondpompen naar het brein. Dat stimuleert de aanmaak van nieuwe hersencellen en de groei van het aantal verbindingen tussen de hersencellen onderling. Ik zou zeggen, haal die golftas van dat karretje af, doe ’m op je rug en loop harder, dan wordt golf wat we noemen een matig intensieve activiteit en dat is wél voldoende voor een positief effect op het brein.” Of golf de norm matig intensief wel of niet haalt, daarover gaan we maar niet in discussie met de hoogleraar. Wel vragen we of Scherder op de hoogte is van diverse onderzoeken waaruit blijkt dat golfers langer leven en ook langer gezond blijven. “Nee, die onderzoeken ken ik niet maar de uitkomst verbaast me niets. Golfers zitten doorgaans in de hogere welvaartsklasse, dan leef je gemiddeld langer. Als er een studie is die aantoont dat golfers langer leven dan niet-golfers in dezelfde welvaartsklasse, dan wil ik die heel graag zien.”

Maar golfen, uren buiten lopen, is hoe dan ook toch heel gezond?
“Zeker, ik kan ook veel mooie dingen over golf zeggen. Een paar uur lopen, ook in een sukkelgangetje, is stukken beter dan vier uur op een stoel zitten. Golf speel je in de buitenlucht en met andere mensen, die sociale interactie heeft ook een verrijkend effect. Golf is volgens mij ook iedere keer weer anders omdat de omstandigheden steeds verschillend zijn. Hoe meer variatie in je leven, hoe beter het is voor je brein. Ik fiets iedere dag naar mijn werk en kies steeds andere routes, zo blijft de omgeving uitdagend voor mijn hersenen. Als je elke dag hetzelfde rondje fietst, ken je iedere bocht en ieder obstakel en gaat het op de automatische piloot.”

Naar golf vertaald betekent dat dus dat we regelmatig op andere banen moeten spelen?
“Dat lijkt me voor het brein heel goed, ja. Een andere omgeving zorgt voor positieve prikkels. Het is belangrijk op allerlei gebieden steeds nieuwe uitdagingen te blijven zoeken. Ik ben nu 67 en 2,5 jaar geleden begonnen met vioollessen. Viool leren spelen is, zeker als je ouder bent, heel moeilijk, een worsteling vaak. Daar doe ik mijn brein een groot plezier mee want alles wat inspanning vereist is goed, de stofwisseling in de hersenen neemt daardoor toe.”

Veel golfers worstelen op de baan omdat de sport zo moeilijk is, de frustratie slaat regelmatig toe als het niet lukt. Dat is voor de hersenen dus zo slecht nog niet?
“Zolang het niet doorslaat in super veel stress of grote woede en je tegenstander te lijf gaan, zou ik die frustratie toejuichen. Het geeft aan dat je moeite doet om het beter te doen. Als je dik tevreden bent met je golfhandicap, zomaar een balletje slaat en gezellig babbelend over de baan slentert, ook prima, ik gun iedereen alles. Maar gezien vanuit de gezondheid van het brein is het veel beter om steeds weer nieuwe doelen te stellen en moeite te doen een betere golfer te worden, hoe meer je uitgedaagd wordt hoe beter.”

Ongeacht je leeftijd?
“Heel veel hersenstudies laten zien: leef níet naar je leeftijd! Een recent paper van de Amerikaanse onderzoeker Denise Park heeft als titel The busier the better, dat gaat over mensen tussen de vijftig en negentig jaar. Alle cognitieve functies gaan omhoog als je heel actief blijft. Ik hoor mensen die met pensioen gaan vaak zeggen nu ga ik alleen nog leuke dingen doen. Dat ziet er dan niet goed voor u uit, reageer ik dan een beetje pestend. Blijf ook als je ouder wordt dingen doen die moeite kosten, zowel fysiek als mentaal. Ga sporten, een instrument leren bespelen, studeren. Ook al denk je: ik kan het niet, doe het toch. Je houdt de vitaliteit van je brein hoog en verlaagt de risico’s op hersenziekten, dat staat onomstotelijk vast.”

Veel golfers kunnen zich helemaal in het spel verliezen, zijn op de baan alleen met dat balletje bezig en denken een paar uur nergens anders aan. Goed voor de hersenen?
“Heel goed. Als je opgaat in het spel, tob je niet over allerlei alledaagse dingen. Op dat soort momenten kunnen in de hersenen bepaalde netwerken actief worden, onder andere het default mode netwerk. Dat komt alleen boven als je niet cognitief belast bent. Als het default netwerk wordt geactiveerd nemen de creativiteit en het probleemoplossend vermogen toe en is er minder stress, allemaal super belangrijk.”

Hoe kijkt u naar mental coaching bij sporters?
“Als een sporter zich gesteund voelt door een mental coach, is dat natuurlijk prima. Als iemand zegt dat je iets heel goed kan, je diep in de ogen kijkt en zo meer zelfvertrouwen geeft, kan dat stressverlagend werken. Maar ik heb nogal wat van zulke coaches ontmoet en de meesten hebben nul verstand van het brein, dat vind ik een zwaktebod. Het zou helpen als coaches in het algemeen meer verstand zouden hebben van wat zich in de hersenen afspeelt.”

In golf kennen we het fenomeen de yips, een balletje van twintig centimeter in de hole slaan lukt niet meer en er zijn gevallen bekend van golfers die de club niet eens meer konden wegnemen.
“Het fenomeen yips ken ik niet, choken wel. Ik heb veel getennist en moet bij choken aan Jana Novotna denken. Die stond in een finale van Wimbledon heel ruim voor (4-1 en 40-30 in de beslissende set, red.) en plotseling maakte ze dubbele fouten en sloeg ze de simpelste ballen in het net. Met de overwinning voor het grijpen sloeg de stress toe. Er komt dan te veel cortisol vrij, dat stofje zorgt ervoor dat het systeem blokkeert waardoor de vloeiende beweging onmogelijk wordt. Je slaat die bal niet meer vrijuit maar gaat nadenken over de techniek.”

Valt er iets te doen tegen choken?
“Je kunt proberen tijdens een training stressvolle situaties na te bootsen, maar de spanning van bijvoorbeeld een strafschoppenserie in de finale van de Champions League roep je niet makkelijk op. Ik heb tegen voetbalcoaches wel gezegd dat ik het niet slim vind dat voetballers tijdens een strafschoppenserie allemaal stil blijven staan en keurig op hun beurt wachten. Zo hebben ze veel tijd om te denken aan dat super spannende moment dat eraan zit te komen. Veel beter zou zijn om te blijven lopen tot je aan de beurt bent, dan zakt het cortisolgehalte en dat werkt stressverminderend.”

Een golfer die een heel lastige slag heeft over het water waarbij het goed mis kan gaan, kan dus beter niet bij zijn bal staan wachten tot zijn medespelers hebben gespeeld maar moet in beweging blijven?
“Dat zou, denk ik, wel beter zijn. Loop een rondje, even niet denken aan die moeilijke slag die komen gaat, ga als het jouw beurt is naar je bal en sla. Het lijkt me sterk dat die dan niet in de hole gaat, maar dit zeg ik natuurlijk zonder enige wetenschappelijke onderbouwing…”

Veel golfers zijn heel onzeker op de baan. Als er bijvoorbeeld een waterhindernis ligt tussen de bal en de hole dringt de gedachte ‘die bal gaat het water in’ zich onherroepelijk op en slaat de angst toe.
“Acute stress uit angst een balletje in het water te slaan? Daar kan ik me eerlijk gezegd heel weinig bij voorstellen, maar als leek kan ik me moeilijk in golfers verplaatsen. Die onzekerheid zal ongetwijfeld te maken hebben met denken aan de gevolgen van een mislukte slag. Dat moet je proberen los te laten, sla die bal gewoon. Veel briljante mensen zijn jong, ze doen dingen zonder de gevolgen te overzien. Hun prefrontale cortex, het voorste stuk van het brein, is nog niet volgroeid, dat is het deel van de hersenen waar onder andere emoties en impulsen worden gecontroleerd. Jonge golfers zullen die angsten en twijfels op de baan niet of veel minder hebben, het interesseert ze geen hol wat er gebeurt. Dat is als je ouder bent veel lastiger, maar je kunt het wel proberen. Sta je op de golfbaan en je hebt zin in een hole-in-one? Gewoon doen, kan jou het schelen!”
Instructie
Tip van de week: Mental Masterclass #4