In de periode van 2003 tot 2014 verzamelde een leger van driehonderd vrijwilligers op elk PGA Tour toernooi (exclusief majors) in meer dan 160.000 rondes twaalf miljoen slagen.
Beeld: Getty Images

Cijfers liegen niet (meer)

24 april 2017 Redactie GOLF.NL
Sommige golfers verliezen zich in eindeloze statistieken. Maar in hoeverre helpen die cijfertjes je eigenlijk in de baan? Weinig, blijkt. Maar hier is verandering in gekomen, dankzij de nieuwe meetmethode ‘strokes gained’.

Misschien heb je het wel eens gedaan of doe je het bij al je rondes: het noteren van statistieken op je scorekaart. Hoeveel fairways en greens heb ik geraakt? Hoeveel putts had ik nodig? Hou er maar mee op, want je wordt er niets wijzer van. We gaan terug in de tijd en nemen Joost Luiten in 2014, het jaar waarin de Nederlander op de European Tour met meer dan 1,8 miljoen euro een uitstekende elfde eindpositie in de Race to Dubai haalde. Kijk je naar zijn statistieken van 2014, dan staat hij met zijn stroke average (plaats 29), driving accuracy (60), driving distance (90), greens in regulation (44), putts per GIR (84), putts per round (77) en sand saves (107) slechts één keer in de top dertig in de ranglijst van een van die categorieën. In 2013 verdiende Luiten bijna een kwart minder aan prijzengeld, maar scoorde in vier categorieën beter dan in 2014, waaronder stroke average, drive accuracy en greens in regulation. Een ander goed voorbeeld is Rory McIlroy. Hij won in 2012 een major en behaalde drie andere overwinningen, maar in de klassieke golfstatistieken is hij nergens te bekennen.

Tellen van putts nutteloos

Blijkbaar heeft een hoge notering in een van de categorieën geen enkele voorspellende waarde als het gaat om topklasseringen of overwinningen op de Europese Tour. Vragen als Wie is de beste putter? of Wie heeft het beste korte spel op de Tour? zijn onmogelijk te beantwoorden. Het verschil tussen een enorme afzwaaier en een op een meter gemiste fairway wordt niet opgenomen in fairways hit. Het tellen van putts is misleidend en nutteloos. Een twee-putt vanaf achttien meter is een goed resultaat. Een twee-putt van halve meter is een enorme teleurstelling. De belangrijkste factor in het bepalen van de moeilijkheidsgraad van een putt is de afstand, en die wordt niet meegenomen. Toch is het, door gebrek aan beter, een tijd lang zo gegaan, en hoor je nog steeds veel professionals na een ronde het aantal putts en fairways opdreunen. Dankzij een slimme Amerikaan komt daar snel verandering in.

Twaalf miljoen slagen

Met de wens een goede drive met een matige putt te kunnen vergelijken − en de klassieke statistieken naar de prullenbak te verwijzen − ging Mark Broadie aan de slag. De Amerikaanse professor van de Columbia Business School vroeg meer dan tweehonderd golfers hun rondes in een computer in te voeren op zijn homecourse. Op luchtfoto’s van de holes liet hij de spelers noteren waar elke bal werd geslagen. Een aardig tijdrovende klus, maar na een aantal jaar was zijn database gevuld met meer dan honderdduizend slagen. De PGA Tour was al eerder begonnen met het kostbare proces van het verzamelen van data. In de periode van 2003 tot 2014 verzamelde een leger van driehonderd vrijwilligers op elk toernooi (exclusief majors) in meer dan 160.000 rondes twaalf miljoen slagen. Putt-locaties werden op een inch nauwkeurig genoteerd en swinglocaties op een feet nauwkeurig. Golfprofessor Broadie ging aan de slag met de data en ontwikkelde het concept strokes gained, dat hij in het vorig jaar verschenen boek Every Shot Counts uitlegt en sinds 2012 gebruikt wordt als officiële statistiek op de PGA Tour.

Er komt aardig wat kijken bij het registreren van alle slagen op de PGA Tour:

Tien besten drijven boven

Strokes gained werkt zeer eenvoudig: je staat op de tee van een par-vier. Uit de data blijkt dat de gemiddelde score op de hole een 4,1 is. Je slaat je bal met één slag op de fairway. Vanaf die plek zegt de data dat het nog gemiddeld 2,8 slagen kost om uit te holen. Dat betekent dat met de eerste slag een stap is gezet van 1,3 (4,1 – 2,8)
richting het gemiddelde van 4,1. Omdat je dat hebt gedaan in één slag, is het aantal slagen dat je met deze slag wint op het gemiddelde, je strokes gained, 0,3. Met deze eenvoudige rekenmethode kunnen verschillende onderdelen van het spel tegen elkaar afgewogen worden. Zo is het mogelijk aan te tonen dat het holen van een putt van drie meter meer of minder waard is dan een drive van 210 meter op de fairway, ook al heb je voor allebei één slag nodig. En wat blijkt? Als je de data van de PGA Tour verwerkt met de strokes gained-methode, zoals Broadie deed, komen de tien meest succesvolle spelers in de periode 2004-2012 naar boven drijven: Tiger Woods, Jim Furyk, Luke Donald, Phil Mickelson, Rory McIlroy, Vijay Singh, Ernie Els, Sergio Garcia, Steve Stricker en Adam Scott.

Approaches sleutel tot succes

De vraag hoe deze absolute top zich onderscheidt van de rest, is te beantwoorden met één tabel. Het verschil tussen de top veertig beste spelers op de PGA Tour en de gemiddelde Tourspeler is als volgt opgebouwd:

spelonderdeel

aandeel

approaches (>100 yards)

driving

korte spel

putten

40%

28%

17%

15%    

Bovenstaande percentages zijn gebaseerd op data uit de periode 2004-2012. Ze laten zien dat het lange spel, en vooral de langere slagen naar de green, het grootste deel van het verschil in succes verklaart tussen gemiddelde tourspelers en de allerbeste tourspelers. Deze verhouding gaat ook op voor het verschil in spelniveau tussen amateurs en Tourspelers en beginnende en gevorderde amateurs. Sean Foley, coach van topspelers als Justin Rose en jonge talenten als Ollie Schniederjans, omarmde de strokes gained-methode. “Voor succes is afstand een veel betere indicator dan nauwkeurigheid”, was zijn conclusie. “Er is geen sportpsycholoog op de wereld”, zegt Foley, “die een speler beter kan overtuigen van het feit dat hij goed is op een bepaald gebied dan strokes gained. Veel van wat we voor waarheid aannemen is door nostalgie aan ons overgeleverd. Ik benader strokes gained puur zakelijk. De spelers die ik coach, zijn ontvankelijk voor deze op data gebaseerde stortvloed aan mogelijkheden, maar we hebben nog een lange weg te gaan.”

Meer over 'strokes gained' op PGATour.com.

Mythes

Naast het presenteren van resultaten in zijn boek geeft Mark Broadie aan de hand van zijn data nuttige tips. Ook weerlegt hij een aantal klassieke golfmythes. Een kort overzicht.

Mythe 1

Drive for show, putt for dough

Putten leverde een bijdrage van 35% aan de 315 overwinningen op de PGA Tour tussen 2004 en 2012. Dat betekent dat slagen buiten de green een aandeel van 65% hebben.

Mythe 2

Tiger is het beste omdat hij het beste putt

Putten droeg gemiddeld 28% bij aan zijn 24 overwinningen in de periode 2003-2012. Tiger won ten opzichte van het PGA Tour-gemiddelde per ronde 1,4 slagen met putten en 2,94 slagen met de slagen van tee tot green.

Mythe 3

Het korte spel is belangrijker dan het lange spel

85% van het verschil tussen een Tourspeler en een topamateur komt van het spel van tee tot green. Dat gaat ook op voor het verschil tussen een speler die in de 80 scoort en een speler die in de 100 scoort. Putten is belangrijk, maar golf is niet een veredelde puttwedstrijd.

Mythe 4

Korter opleggen voor een volle wedge is beter dan zo dicht mogelijk bij de green

De meeste spelers scoren slechter van 70 meter dan van 25 meter. Zelfs als elke lay-up op 25 meter in de rough ligt, en elke lay-up op 70 meter op de fairway.

Mythe 5

Nauwkeurigheid is belangrijker dan lengte

Voor Tourprofessionals levert het achttien meter verder slaan van een drive een voordeel op van 0,57 slagen per ronde. Dit voordeel is nog groter voor amateurs.

Tips

Tip 1

Oefen putts van iets meer dan een meter (4-foot)

Voor amateurs zijn putts van iets meer dan een meter belangrijk. Vergeleken met Tourspelers is het de afstand waar we de meeste slagen verliezen, om precies te zijn 13%. Met de putts tussen een tot iets meer dan twee meter verliezen we zelfs 46% van de slagen.

Tip 2

Speel eens een ‘worst ball scramble’

Ga eens met twee ballen de baan in en sla overal twee ballen. Speel in plaats van de beste, verder met de slechtste. Het werkt voor het verbeteren van je concentratie, geduld en consistentie. Ben Hogan, Greg Norman en Luke Donald oefende regelmatig op deze manier.