Dagboek van een beginner

Golfen is net als autorijden, beseft Roy in zijn eerste baanles: 'Nu ga ik het pas leren'

Al het begin is moeilijk. Zeker bij golf. Eindredacteur Roy Heethaar en contentmanager Maaike Olde Olthof schrijven in de rubriek ‘Dagboek van een beginner’ beurtelings over hun vorderingen en flaters als startende golfers. Roy krijgt te maken met fysieke malheur, maar hij laat zich niet kisten tijdens een leerzame les in de baan. 

Voorzichtig, heel voorzichtig, krijg ik het idee dat mijn niveau begint te stijgen. Een gewaagde conclusie voor een zelfkritische golfer als ik, maar het staat bij deze genoteerd. Al is het maar om op terug te kunnen vallen als de wanhoop weer eens - onherroepelijk - toeslaat.

Maandenlang heb ik gezwolgen in zelfmedelijden, kreeg ik gevoelsmatig niks gedaan in talloze winterse sessies op de drivingrange. Maar als er honderd treden zijn op weg naar ultiem golfgeluk, dan heb ik nu stilletjes aan toch maar mooi een paar stapjes omhoog gezet.

Houd moed!

Alle medebeginners wil ik dan ook graag op het hart drukken: houd moed! Als je blijft volharden, begint er vroeg of laat echt iets van een basisniveau te ontstaan. Heus. Dat besef dringt althans bij mij door bij het inslaan voor mijn allereerste baanles.

Drivingrange PW

Gevoelig als ik ben voor sfeer, kan ik dat niet los zien van het gemoedelijke decor waarin ik me bevind op deze prachtige dinsdagochtend in mei. Golfclub PW in Enschede: ik ben hier nog niet eerder geweest, maar dit bevalt mij wel. Geen overweldigende grandeur, maar een bescheiden entree langs een boerenerf. En een drivingrange die samensmelt met het veld van de gelijknamige hockeyclub. Hoe charmant.

Bij de derde afslag met mijn ijzer-9 is het al raak: “Doelpunt”, schreeuw ik in het luchtledige wanneer de bal rechts achter in het doel verdwijnt. Er zijn kennelijk van die dagen waarop je de smaak meteen te pakken hebt. Acht ballen geslagen en louter loepzuivere balcontacten. Het kan verkeren. Meester Marc, die mijn kant komt oplopen, heeft het ook gezien: “Mooie bal, Roy!”, jubelt de golfpro. Ook hij lijkt verrast.

Verrek, zeg ik tegen Marc, de huisarts belt

Het zonnetje schijnt, de lucht is blauw, maar toch zeg ik zo nu en dan ‘auw’. Helemaal zorgeloos golfen, dat is me natuurlijk nog niet gegeven... Ditmaal ben ik behept met fysiek ongemak: een dikke enkel door een dazensteek. Te weinig om over te klagen, maar als Marc en ik wat bijkletsen tijdens de warming-up, begint mijn telefoon te trillen. “Verrek”, zeg ik tegen Marc, “de huisarts belt.”

Geen excuses

In de ochtend had ik voor de zekerheid wat foto’s van mijn dikke enkel naar de assistente gemaild. En het lijkt haar, na overleg met de huisarts, toch verstandig mij een antibioticakuur en -zalf voor te schrijven. Ik haal mijn schouders op, so be it. Dat kuurtje komt later wel, het is nu tijd voor mijn eerste baanles. Mijn enkel mag dan dik zijn, lopen gaat aardig. En ik ga dit zeker niet als excuus aandragen, neem ik me stellig voor. We gaan negen holes lopen vandaag en Marc schaaft ondertussen aan mijn spel. Ideaal.

Roy krijgt les in de baan

Meteen al bij de eerste tee, blijkt dat mijn kennis van de regels en etiquette diep is weggezakt. Ik zet mijn golftas namelijk op de afslagplaats in plaats van ernaast en even later sla ik een plag uit de grond bij het inslaan. Een doodzonde. “Dat mag echt niet! Alleen een oefenslag door de lucht op de tee. Het zou wat zijn als iedereen hier de plaggen uit de grond zou slaan…”, verzucht Marc.

Welke club kan ik nu het beste pakken?

Ik beloof deze jammerlijke fouten niet nog eens te maken, maar de vier opvolgende holes zet ik mijn golftas doodleuk wéér op de tee. Afijn, tot zover de schoonheidsfoutjes: tijd voor het spel. De afstand van de eerste hole is 194 meter. “Welke club kan ik nu het beste pakken?”, vraag ik aan Marc. “Je bent er nu toch, help me eens even.”

Zelf nadenken

Maar zo werkt het niet bij Meester Marc. Zelf nadenken. Na wat gesteggel komen we uit bij een ijzer-5. “Als je de bal goed raakt, kunnen we dit als ijkpunt nemen.” Tuurlijk: ik begin met een mishit, maar mag van de goedhartige golfpro nog eens aanleggen. Zoef, die gaat wel lekker! 150 meter, lang niet slecht.

Als we bij de bal zijn aangekomen, test Marc mijn rekenvaardigheden. "Stel dat je nog 100 meter te overbruggen hebt, welke club zou je nu dan nemen?" Daar ga je me niet op pakken, vriend: “Een p’tje”, antwoord ik triomfantelijk. “Juist”, grijnst Marc.


In het vervolg van de vruchtbare baanles komt alles voorbij: chippen, pitchen en zelfs weer een soevereine bunkerslag (mijn favoriete onderdeel, net als bij mijn golfmaatje Maaike). Maar ook coursemanagement, greens lezen en een lesje putten. Golfen is net als autorijden, besef ik. “Nu ga ik het pas echt leren.”

De tip van de dag

Dat komt vooral doordat het veel concreter wordt gemaakt. Je komt steeds in nieuwe situaties terecht waar je telkens weer op moet anticiperen. En dat spel alleen is al fascinerend. Maar het meest steek ik toch op van het chippen. Met de kortste balletjes heb ik aanvankelijk de grootste moeite deze ochtend. De fijngevoeligheid ontbreekt. Maar dan zegt Marc iets zinnigs: “Denk aan de puttbeweging. Als je die uitvoert, zul je resultaat zien.”


En warempel, het werkt. Waar ik in mijn vorige les bij golfpro James veel baat had bij een simpele oefening om het juiste gevoel voor de backswing te krijgen, is dit nu dé tip van de dag.

De twee uur zijn voorbij gevlogen en ik stap met een voldaan gevoel in de auto. Ik ben er klaar voor Maaike, tijd voor de volgende ronde. Op de terugweg vergeet ik pardoes mijn voorgeschreven kuur af te halen bij de apotheek.