Tips

Beter leren golfen met deze snelle tips

Beter leren golfen en je handicap verlagen zonder eindeloos te sleutelen aan je techniek? Met deze slimme en praktische tips scoor je meteen beter en ga je zeker een geweldig golfjaar tegemoet.

Knoop onderstaande lessen in je oren en je krijgt gegarandeerd een een lagere handicap in 2023. De tips zijn gebaseerd op de data van Shot Scope, een shottrackingsysteem waarmee golfers hun eigen spel kunnen analyseren.

11 golftips om beter te leren golfen

1. Het eeuwige 'clubje extra'

Laten we beginnen met een tip die iedereen eigenlijk wel kent, maar waar lang niet iedereen iets mee doet: je slaat niet zo ver als je denkt! Ga er om te beginnen niet vanuit dat de afstand die je haalt met een goed geraakte bal ook echt je gemiddelde is. En de data liegen niet: 72 procent van het gevaar op een golfbaan ligt voor de green. Meestal in de vorm van een bunker of waterhindernis. Slechts 28% van het gevaar ligt achter de green. Daarom is het 'lang' missen - dus achter de green - veel minder erg dan 'kort' missen. Neem dus een clubje extra.  

2. Geen houten-3 in plaats van driver

Het klopt dat de kans groter is dat je de fairway raakt met een korte club, maar dit effect is veel minder groot dan je zou denken. Zo raken spelers gemiddeld slechts 1 à 2 procent vaker de fairway met een houten-3 dan met een driver, die je gemiddeld 25 meter (!) verder slaat (er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen). Het is dus een groot verlies in afstand, terwijl je slechts een klein beetje precisie wint. Het spreekt voor zich dat het na een langere slag met je driver makkelijker is om met je tweede slag de green te raken. In onderstaande grafiek zie je het percentage fairways dat wordt geraakt met een driver en met een houten-3.

 


Uit de data van Shot Scope blijkt dat het slaan van een houten-3 versus een driver gemiddeld 0,3 slagen kost. Tussen een bal in de lichte rough of een bal op de fairway is dat verschil hetzelfde. Met andere woorden: in de lichte rough liggen na een slag met je driver is even 'slecht' als met je fairwaywood 25 meter minder ver op de fairway. Kleine kanttekening: een bal die in de fairwaybunker eindigt, kost gemiddeld 1,4 slagen. Blijf dus weg uit die fairwaybunker als je je driver gebruikt. Na een slag in de bomen of struiken moet je vaak met een herstelslag terug naar de fairway, en de data van Shot Scope ondersteunen dit: een slag in de struiken of uit de bomen kost 1,1 slag. 

3. Mik flink op links (als je veel slices slaat)

Als je een slicer bent (en veel ballen slaat met een afwijking naar rechts) is het beter om twintig meter verder naar links te mikken op de lichte rough dan op te lijnen op het midden van de fairway. Dit is logisch als je bedenkt dat de meeste golfers een slice als afwijking hebben, maar er zijn weinig golfers die het echt in de praktijk toepassen. Zie hieronder in een afbeelding het grote effect van het bijstellen van je 'vizier':

Als je vooral hooks (voor een rechtshandige speler een bal die naar links afbuigt) slaat, dan is een bijsturing van veertien meter naar rechts voldoende (omdat bunkers op een golfbaan vaker op rechts liggen dan op links).

Sla je weleens scheef naar links én rechts, dan is het slim om niet het midden van de fairway aan te houden maar het middelpunt tussen twee hindernissen. 

4. Linksachter = winst

De kans is veel groter dat je de green raakt met een wedge dan een ijzer-7. Nu we deze open deur hebben ingetrapt, is er nog wel een andere goede tip voor die slag naar de green. Onderstaande afbeelding laat zien dat het resultaat van een approach naar de green (100 yards = 92 meter) gemiddeld veel beter is als je linksachter op de green mikt. Door je doel te verplaatsen raak je twee keer zo veel greens en verlaag je de afstand tot de hole met 33 procent!

5. Hybride of ijzer?

Tegenwoordig hebben er net zoveel golfers een ijzer-4 als een hybride-4 in hun tas. De hybride wint aan terrein en als je de volgende statistieken bekijkt zou dat eigenlijk nog veel meer terrein moeten zijn. Bij een afstand van meer dan 180 meter is een hybride bijna twee keer zo effectief als een lang ijzer. Tussen 165 en 180 meter is er nog steeds een voordeel voor de hybride, al is die wel kleiner. Lang verhaal kort: voor slagen die langer zijn dan 165 meter kan je beter een hybride in je tas stoppen dan een ijzer. Naarmate je handicap hoger is, is dit effect sterker. Een speler met handicap 8 kan beter met lange ijzers overweg dan iemand met handicap 14, die weer iets beter is met een ijzer dan een speler met handicap 20. Hoge handicap = hybrides!

6. De vermaledijde 3-putt 

Niet geheel verrassend komt een 3-putt minder vaak voor bij een lage handicapper dan bij een hoge handicapper. Opvallender is dat een speler met handicap 0 ('scratch') nog steeds op 7,8 procent van de holes drie putts nodig heeft. Bij een speler met handicap 25 is dat nog veel hoger: bijna 25 procent! Als je de 3-putts op de green weet te vermijden, scheelt dat een speler met handicap 25 maar liefst 4,25 slagen per ronde. 

De meeste 3-putts worden gemaakt bij een afstand van meer dan zes meter, dus bij putts die langer zijn dan zes meter moet je niet denken aan holen, maar de bal zo dicht mogelijk bij de hole laten eindigen, zodat je weet dat de kans dat je tweede putts mist, kleiner is. Wil je dit oefenen? Bekijk dan de video hieronder.

7. Kortetermijngeheugen

Een andere opvallende observatie van Shot Scope op basis van de data is dat hoge handicappers zich meer laten dwarsbomen door een slechte slag. De putt van drie meter na een goede approach is vaak beter dan een putt van drie meter na een matige eerste putt. Bij een lagere handicapper is dat effect geringer, en dus kan je zeggen dat betere golfers beter zijn in 'vergeten' van een slechte slag (of ze hebben een heel slecht kortetermijngeheugen). 

De kunst van dat vergeten is misschien om niet te hard voor jezelf te zijn: zelfs de allerbeste putters ter wereld op de PGA Tour holen slechts 40 procent van de putts van drie meter. Ze zijn echter wel heel goed in de afstandscontrole bij de langere eerste putts. Als ze de eerste binnen een meter krijgen zitten ze goed, want vanaf een meter (drie feet) maken ze 96 procent van de putts.

8. Een te korte putt kan er niet in...

Uit data van Shot Scope blijkt dat van alle putts langer dan anderhalve meter 84 procent te kort is! Dus 84 procent van de putts van die afstand geven we niet eens een kans, want een te korte putt kan er niet in. Kortspelgoeroe Dave Pelz heeft ooit onderzocht dat je moet streven naar een snelheid waarbij de bal niet verder dan een halve meter voorbij de hole eindigt. Een putt met deze snelheid verdwijnt altijd in de hole, zelfs als deze niet in het midden van de hole op lijn is (en er dus via de zijdeur ingaat). 

Er zijn een paar simpele tips om ervoor te zorgen dat je je putts niet te kort laat. Focus op de achterkant van de hole of een klein punt net achter de hole. Kijk naar de hole terwijl je je oefenstroke maakt, dit zorgt voor een beter gevoel voor snelheid. Oefen ook op goed contact op het midden van het blad van de putter.

Bekijk onderstaande instructie voor een betere controle over de snelheid.

9. Hoe dichterbij, hoe beter!

Een vaak gehoorde tip is dat het beter is om een volle slag over te houden (bijvoorbeeld 70 meter) dan een halve slag (bijvoorbeeld 40 meter). Echter, de realiteit is dat hoe dichter je bij de hole ligt, hoe dichter je de bal bij de hole slaat, zoals blijkt uit onderstaande afbeelding. Zo eindigt een bal vanaf 100 meter gemiddeld op 20 meter van de vlag, terwijl een bal van 45 meter op 10 meter eindigt.

 

 

10. Verslaafd aan de lob wedge

Ben jij verslaafd aan je lob wedge bij korte slagen? Golfers met een hogere handicap gebruiken heel vaak de lob wedge: 42 procent. Terwijl betere spelers slechts op 8 procent blijven steken. Een goede tip is om een club extra te nemen. Dus als je denkt aan een lob wedge, pak dan een keer je pitching wedge (met minder loft). Uit data blijkt dat spelers met een goed kort spel veel verschillende clubs gebruiken voor hun slagen dicht bij de green. Daag jezelf dus uit en probeer tijdens het oefenen verschillende clubs uit (en zweer dus niet alleen bij die lob wedge of ijzer-7 voor al je korte slagen).    

Bekijk onderstaande oefening voor het oefenen van chippen met verschillende clubs.

11. 80 procent te kort

Van alle gemiste greens, eindigt 80 procent van de ballen voor de green.


Een belangrijke reden voor het te kort slaan van een bal is de inconsistentie in goed balcontact. Als je de bal raakt met de teen of hiel van het clubblad (en dus niet het midden) verlies je veel afstand. Een misschien nog wel belangrijkere oorzaak in dit slechte balcontact is dat veel amateurs eerste de grond raken en pas de bal, terwijl je juist eerst de bal moet raken en dan pas de grond. Als je ook het idee hebt dat je dit doet, bekijk dan deze instructie. Kort samengevat ziet goed balcontact er zo uit. In onderstaande afbeelding zie je links waar de plag zicht bevindt ten opzichte van de bal. 

Bekijk onderstaande instructie met een muntje om te oefenen voor goed balcontact.

Lees meer over
Golftips Instructie