Beeld: Getty Images
Topgolf

Spelen in het golfparadijs

Beeld: Getty Images
Donderdag begint op de Augusta National Golf Club de Masters, de major die voor veel golfers iets magisch heeft. Gerard Louter was als verslaggever drie keer bij de Masters. En hij kreeg de kans de beroemde baan te spelen. Dat liep niet helemaal zoals gehoopt.

Welke golfbaan wil je het allerliefst een keer spelen? Stel golfers die vraag en het antwoord zal heel vaak zijn: Augusta National, de baan van de Masters. Voor miljoenen golfers over heel de wereld is de Augusta National Golf Club in Georgia het golfparadijs. Sinds 1934 wordt de Masters er gespeeld, geen andere golfbaan ziet er mooier en aantrekkelijker uit op televisie en de holes zijn ieder jaar weer een feest van herkenning.

Uitverkorenen

De Masters heeft iets magisch, golfliefhebbers dromen ervan eens op Augusta National af te slaan. De kans daarop is minimaal, want Augusta National is een van de meest exclusieve Golf Clubs in de wereld. Een starttijd krijgen is slechts weggelegd voor een kleine groep uitverkorenen. Ik was ooit één van die uitverkorenen. En na 12 holes gaf ik er de brui aan. Ziek, zwak of misselijk? Nee, dat niet. Geen golfballen meer in de tas omdat ik ze allemaal in het azuurblauwe water voor de green van hole 12 had geslagen (Augusta National voegt kleurstof toe om het water blauwer dan blauw te krijgen)? Was dat de reden maar, daar had ik nog wel mee kunnen thuiskomen.

Het was het jaar 2000, mijn eerste Masters. Niet de meest boeiende editie. Vijay Singh won met drie slagen voorsprong op Ernie Els, van een spannende ontknoping was geen sprake. Deerde mij niet, om alleen al rond te kunnen lopen op Augusta National en het spel van nabij te mogen volgen - ieder jaar proberen talloze golfers vergeefs een toegangskaartje voor het toernooi te bemachtigen - was fantastisch. Augusta National oogt prachtig op tv, in real life, badend in de voorjaarszon schittert de baan pas echt. Het gras is altijd groener aan de overkant, maar dat geldt niet als je op Augusta National bent.

 

Beeld: Getty Images
Beeld: Getty Images

Ik werkte in die tijd bij Golfers Magazine. Meteen na de ronde stukken tikken voor een website hoefde toen nog niet, van twitter en social media had nog niemand gehoord, een golfstukjesschrijver kon nog genieten van het leven. Ik deelde die week op loopafstand van Augusta National een appartement met Robbie van Erven Dorens, bijgenaamd de Nederlandse ‘Mister Golf’, de man die jarenlang het Dutch Open organiseerde.

Glazen champagne

Ieder jaar ging Robbie naar de Masters om contacten te onderhouden en spelers te strikken. De ochtenden op Augusta National begon Robbie onder de wit-groene parasols voor het clubhuis. In zijn bonte gezelschap mannen als Freddy Alcantara, voormalig president van de Venezolaanse Golf Federatie en de minstens zo flamboyante voorzitter van de Braziliaanse Golf Federatie wiens naam mij even ontschoten is. Mannen met mooie en sterke golfverhalen die iedere ochtend op stoom kwamen met een glas champagne gemengd met een klein scheutje sinaasappelsap. Onder de parasols bij de heren aangeschoven, kon ik niet anders dan erkennen dat het de ideale manier was om een nieuwe, veelbelovende dag van de Masters af te trappen. ‘s Avonds ging ik in het kielzog van Robbie mee naar besloten borrels waar hot shots uit de internationale golfwereld elkaar troffen. Robbie stelde mij steevast voor als “Gerard Louter, a big publisher of golfmagazines in the Netherlands”. Ik besloot het spel maar mee te spelen en knikte vriendelijk.

Vreugdesprongetje

Ja, het was een mooie week, die een voor mij gedroomd einde leek te krijgen. De maandag na het toernooi wordt een klein groepje journalisten in de gelegenheid gesteld Augusta National te spelen en zo de baan ‘van binnenuit’  te leren kennen. Je geeft bij aankomst in het perscentrum je naam op, dan is het een paar dagen wachten en heel erg hopen dat je bij de loting tot de ongeveer twintig gelukvogels behoort. Waar andere journalisten jaar na jaar de boot missen was het voor mij meteen raak: op een a4tje dat nogal achteloos aan een mededelingenbord was geprikt in het perscentrum stond zowaar mijn naam: op maandag 10 april in het prachtige jaar 2000 mocht Gerard Louter met een club in zijn handen de eerste tee opstappen van het golfparadijs. Ik maakte een klein vreugdesprongetje en deelde mijn opwinding met een van de vriendelijke dames achter de balie in het perscentrum. Ik had vanuit Nederland geen clubs meegenomen, van zelf een rondje spelen op een van de banen in de buurt van Augusta National zou het die week toch niet komen. Spontaan bood de dame in het perscentrum aan dat ik de set van haar man mocht gebruiken.

Beeld: Getty Images
Beeld: Getty Images

Maandagochtend vroeg, het was nog donker na een heel koude en heldere nacht, stopte ik voor een mooi houten huis in een lommerrijke wijk van Augusta. Zoals beloofd lag er een golftas voor de deur, van gebutst roodbruin leer en gevuld met clubs die bij de eerste editie van de Masters in 1934 nog redelijk modern waren geweest. De Masters hecht aan tradities, de vrouwen die het perscentrum bemanden deden dat werk al jaren en waren serieus op leeftijd. Dat gold zeker voor de “golden girl” die zo vriendelijk was de golfset van haar man aan mij uit te lenen.

Bescheiden wit huisje

Met de antieke clubs arriveerde ik een half uur later bij de hoofdingang van de Augusta National Golf Club. Wie denkt daar een glorieuze entree aan te treffen, heeft het mis. Zonder navigatie zou je zo goed als zeker eerst een keer aan de ingang voorbij rijden, en misschien ook nog wel een tweede keer. Aan de rand van de weg staat een onopvallende groene paal met daaraan een wit bord ter grootte van een schaakbord en de tekst: “Augusta National Golf Club, Members Only”. Daarachter een groen hek (veel is groen op Augusta) en een bescheiden wit huisje voor de poortwachter. Het adres: 2604 Washington Road. Dat is niet bepaald in een fraai natuurgebied. Washington Road is een lange doorgaande weg geflankeerd door Wendy’s, Hooters, McDonalds en al die andere fijne etablissementen die je kunt verwachten langs dit soort Amerikaanse wegen. Achter het hek van de Augusta National Golf Club wacht een heel andere wereld. De oprijlaan, Magnolia Lane, is 302 meter lang. Aan beide kanten staan 61 magnolia’s die het woord majestueus wel verdienen, ze dateren van 1850. Aan het einde van de oprijlaan is een rotonde, met in het midden een grasperk en in gele bloemen de kaart van Amerika met een vlag op de plek van Augusta, het beroemde logo van de club.

Pimento cheese

Ik ging bij die rotonde naar rechts, parkeerde mijn auto en liep met de leren golftas over mijn schouders naar het clubhuis. Natuurlijk had ik een Masters-trui aan, gekocht in de enorme shop op het terrein; denk formaat Albert Heijn XXL. Voor iedereen die het geluk heeft de Masters te bezoeken is het een grote uitdaging: als de tassen al tot de rand vol zitten niet nóg een paar polo’s, truien of wat dan ook te kopen met dat veel te verleidelijke Masters-logo. Wat daarbij niet helpt is dat de prijzen vrij schappelijk zijn. Dat geldt zeker voor het eten en drinken in de baan. De befaamde pimento cheese sandwich kost nog steeds maar $ 1,50. Ik had me verheugd op dat  veelgeprezen broodje, maar vond het nogal een flauwe en slappe hap. Bij het clubhuis die maandagochtend wachtte een veel grotere teleurstelling: vanwege nachtvorst waren de greens nog niet bespeelbaar, alle starttijden werden een flink stuk opgeschoven, onduidelijk was wanneer er afgeslagen kon worden. Ik moest vroeg in de avond vliegen, van Augusta naar Atlanta Airport is minstens 2,5 uur rijden, dit kon wel eens krap worden. Om dit veel te lange verhaal niet nog langer te maken: het duurde en duurde maar voor de greens ijsvrij waren, Augusta National had nog niet het subair system waarmee ze tegenwoordig warme lucht in de greens kunnen blazen of water kunnen wegzuigen.

Kostbaar grapje

Na een 3-putt op hole 3 ben ik de baan afgestapt, ik had een vlucht Atlanta-Amsterdam te halen. Mijn drie Amerikaanse medespelers en de in witte overalls gestoken caddies verbluft achterlatend: “Je gaat toch niet weg, this is once in a lifetime!?” Twintig jaar geleden was een vliegticket omzetten een stukje lastiger dan nu en het zou ongetwijfeld een kostbaar grapje zijn geweest, maar ik had natuurlijk niet moeten stoppen. Zodra de Masters in aantocht is, word ik er door deze of gene in het Nederlandse golfwereldje altijd fijntjes aan herinnerd: “Stoppen na twaalf holes op Augusta National, dat doe je toch niet, en zeker niet als golfjournalist!” Uiteindelijk is het ook maar gewoon een golfbaan jongens, met holes, vlaggen en bunkers, verweer ik me dan. Gelul natuurlijk, achteraf heb ik grote spijt, het is een schandvlek op mijn golfstukjesschrijversblazoen.

Gelukkig was mijn flight wel gestart op hole 10, dus Amen Corner, hole 11, 12, en 13, en die andere prachtholes op de tweede negen heb ik allemaal gespeeld. En hole 1, 2 en 3. De gammele oude driver in mijn geleende golftas heb ik alleen op hole 10 gebruikt, na die halve misser sloeg ik heel wat beter af met een moderner slagwapen van een flightgenoot. Het waren hoe dan ook twaalf onvergetelijke holes. Voor wie ook een keer op Augusta National gaat spelen: de baan is eigenlijk opmerkelijk vriendelijk, best brede fairways, niet veel rough, maar op en rond de sterk glooiende en supersnelle greens weet je niet wat je meemaakt en dat is een schitterende ervaring.

Beeld: Getty Images
Beeld: Getty Images

Joost Luiten

In 2014 en 2015 was ik weer bij de Masters, nu voor Golf.nl om Joost Luiten te volgen. Mooi was het om de beste golfer van Nederland op de tee van hole 1 een paar minuten voor zijn afslag met een strak gezicht in gedachten verzonken naar de fairway te zien turen. “Ik was echt nerveus, de Masters is mijn favoriete toernooi, ik wilde er zo graag spelen, als je daar dan voor de eerste ronde op die tee staat is dat heel bijzonder”, zou Luiten na de ronde vertellen. De Masters laat niemand onberoerd. 

Golftheater

Helaas dit jaar geen Joost Luiten of een andere Nederlander in het deelnemersveld. Voor mij daarom geen vierde bezoek aan de Masters en dus ook geen kans om hole 4 t/m 9 nu wel te spelen (in 2014 en 2015 werd ik uitgeloot voor het media-rondje). Jammer, maar ik ben de laatste die mag klagen. Drie keer de Masters bezoeken en twaalf holes van de baan spelen, dan ben je een bevoorrecht golfer. Vanwege covid-19 kon het toernooi dit jaar niet in april gespeeld worden, maar staat de strijd om het groene jasje deze week op het programma (12-15 november). Ik ga op Ziggo Sport één dag verslag doen van de Masters, het mooiste golftheater op aarde, en de andere drie dagen heerlijk thuis genieten voor de tv. Als mijn dochter een keer verveeld even meekijkt zal ik trots zeggen: “kijk, op die prachtige baan heeft je vader twintig jaar geleden ook gespeeld.” Over mijn zes pijnlijk gemiste holes ga ik waarschijnlijk zwijgen. 

.