Beter golfen

Het uur U (13)

Jan van Galen nam het heft in eigen hand en maakte werk van zijn golfspel. Op GOLF.NL deelde hij zijn enthousiasme en ervaringen tijdens zijn journey van 100 dagen, die van hem een betere en tevreden golfer moesten maken. Deel 13 (slot): Het uur van de waarheid..

Vandaag is het D-day. Hier op Golfcentrum Amsteldijk, waar ik de afgelopen 100 dagen sleutelde aan mijn techniek, mijn fitheid en mijn mentale weerbaarheid, moet ik van mijzelf over 18 holes handicap 18 halen of minimaal in de buffer lopen, al bestaat die officieel niet meer. Als het me lukt ben ik eindelijk de bogeyspeler die ik al zolang wil zijn. Van sportpsycholoog Mitchel Kevenaar mag ik me dit niet opleggen, want zegt hij, een doorsnee speler als ik verbetert zijn handicap gemiddeld een keer in de tien rondes die hij loopt en hij komt maar twee keer in zijn buffer. Zeven rondes speelt hij dus slecht, tussen aanhalingstekens. Jan Zwemmer, mijn optimistische pro in dit traject, vindt wél dat ik er voor mag gaan. Maar dan niet piekeren en dralen onderweg.

Dagboekje

Om in de juiste spirit te komen, poets ik mijn clubs op tot ze weer blinken. Ik zoek mijn mooiste outfit bijeen en in plaats van mijn afgetrapte shuffels trek ik een paar fonkelnieuwe Duca del Cosma’s aan. Deze jongen kan voor de dag komen. Bij de koffie raadpleeg ik mijn dagboekje maar weer eens. Niet teveel nadenken, focussen, door de bal heenslaan, kalm blijven en voor elke nieuwe slag even rustig adem halen. Onthouden! Het is een prachtige voorjaarsdag met weinig wind. Excuses zijn er niet. 

Bemoedigend

Ik kies er bewust voor om met een mij onbekende flightgenoot de baan op te gaan. Vrienden zouden mij met hun goedbedoelde raad alleen maar meer druk geven. Het lot verbindt mij aan Justin D’Arcy, een aardige en charmante Engelsman, die hier al jaren woont en werkt en golfen met de paplepel kreeg ingegoten.
Hole 1 is een par 3 van 120 meter. Ik voel spanning, maar sla toch beheerst af. De bal belandt voorop de green. Ik heb wel drie putts nodig. Niet bij stilstaan nu. De eerste punten zijn binnen. Op hole 2, een par 4 met dogleg en de moeilijkste van de hele baan gaat het direct fout. Mijn afslag top ik, mijn derde slag belandt in de slootwal voor de green en de slag daarna komt bij lange na niet bij de vlag en er resten drie putts. Strafslag. Streep. Justin die een fraaie par maakt, spreekt me bemoedigend toe. “Bad luck, niet meer aan denken, gewoon doorgaan.''

Birdieputt Jan van Galen column beter golfen
Een putt voor birdie!

Een putt voor birdie!

Missie

Ik heb hem toch maar mijn missie opgebiecht. De derde hole, een par 5 en de op een na moeilijkste hole, doe ik in zes slagen. Dat geeft de burger weer moed. Hole 4, een par 3 van 160 meter verpruts ik door een afzwaaier, twee halve missers en opnieuw drie putts. Tweede streep. Ik sta qua stableford al met 4-0 achter. Maar dan herpak ik me en loop de rest van de eerste negen uit met bogeys en een dubbel bogey en eindig op een par 3 van 121 meter met een birdie. Ja, een birdie!
De tweede negen begin ik prima met bogeys en een dubbel bogey, maar op hole 14, een par 5 produceer ik een afslag in het water, twee halfbakken tussenlagen en ik heb drie putts nodig om uit te holen. Streep nummer drie. Een vergelijkbaar patroon herhaalt zich op hole 17. Streep vier. Op de laatste hole putt ik gelukkig weer voor birdie, al wordt het uiteindelijk een par. Ik kom er tenslotte af met 94 slagen en dat is mijn beste resultaat ooit. In stableford gedacht heb ik 29 punten bij elkaar gesprokkeld.

Corona-elleboog

Justin verzilvert op hole 18 zijn achtste par. Hij heeft niet alleen uitstekend gespeeld, maar mij ook bij de les gehouden. We geven elkaar ter bezegeling een corona-ellenboog.
Mijn doel is dan wel niet gehaald, maar ik had “slechts” vier triple bogeys in plaats van de gebruikelijke zes of zeven en er zaten maar zes echte misslagen tussen. De vijf drie-putts waren onnodig, maar daar stonden een birdie en een bijna birdie tegenover. Justin, die goed heeft geobserveerd is het ook opgevallen. “Die paar missers daargelaten, sloeg je echt prima ballen. Maar je putten is te gespannen, te onzorgvuldig. Daar zou ik aan werken”.

Zegeningen

Thuis, met een biertje op de bank, tel ik mijn zegeningen. In deze 100 dagen hebben pro Jan en de andere golfspecialisten die ik mocht ontmoeten mijn ogen behoorlijk geopend. Nu, zonder de druk van een challenge met deadline en met de zomermaanden in aantocht komt die steady bogeyspeler vast in beeld. Maar belangrijker is eigenlijk dat ik een vrijer en wijzer golfer ben geworden. Het verkrampte moeten is passé. Overmorgen ben ik gastspeler op de Lage Vuursche. Ik ben er klaar voor!

Lees meer over
Column
Jan van Galen

Jan van Galen tobt al een tijdje met zijn spel. Dat blijft maar schommelen tussen best wel goed en best wel slecht. Goede voornemens buitelen over elkaar heen. Hij moet toch eindelijk eens serieus les nemen, mag ook weleens wat minder drinken en snacken en vooral meer bewegen. Ietwat overmoedig legt hij zichzelf een deadline op. Over 100 dagen is-ie fitter, opgewekter en de bogey-speler die hij zo graag wil zijn.