Albert Jonas Ife
Albert Ife behoorde tot een groep Britse professionals die een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van golf op het Europese continent in de late 19de en vroege 20ste eeuw.

Albert Jonas Ife

Geboren circa 1877, Hayling Island, Engeland

Hanckley Common GC, Engeland 1898-1903

Haagsche G&CC vanaf 1903

Doornsche GC ongeveer 1907-1910

Haagsche G&CC 1910-1927

Overleden 1927

Ife kwam naar Nederland in 1904, gaf les en maakte clubs op veel Nederlandse golfverenigingen. Hij bleef in Nederland met zijn vrouw en vijf kinderen tot zijn vroege dood toen hij 51 jaar was.

Hij werd geboren op Hayling Island (aan de zuidkust van Engeland) rond 1877 (*1). Er is weinig bekend van zijn vroege leven, maar hij is naar Surrey verhuisd voor 1901 (*2) en was in dienst als professional en clubmaker vanaf 1898 (*3).

Ife was een van de weinige clubmakers die ook bekwame ijzersmids waren; het is niet bekend waar hij dit heeft geleerd maar hij bleef zijn eigen ijzer koppen maken tot de Eerste Wereldoorlog. (*4).

In 1903 verhuisde Ife naar Nederland en is hij begonnen met lesgeven op de Haagsche in de zomermaanden. De Schot John Dunn (vader van B. Dunn, de bekende pro van de Noordwijkse) was daar toen professional/caddiemaster, maar hij was geen bekwaam speler of leraar (zijn lessen waren gratis!). (*5)

Ife verhuisde later naar de Doornsche (nu De Pan ), rond 1907 (*6), en hij heeft daar gewerkt tot 1910. Ife werd soms uitgeleend aan de Rosendaelsche, waar geen professional was, om daar les te geven aan de leden.

Rond 1910 ging Ife terug naar de Haagsche, eerst weer om samen te werken met John Dunn. Na 1916 was hij head professional en hij bleef er tot zijn dood in 1927.

Zijn smooth face cleek met de tekst A.J. Ife Maker (foto) is een prachtig voorbeeld van zijn vakmanschap. Deze ijzer is een “Carruthers model short hossel thru bore cleek”, gemaakt rond 1907 en nog in perfecte originele staat.

Een cleek was de naam voor een ijzer-1. Dit exemplaar heeft geen “face markering” (smooth face), net als de meest clubs gemaakt voor 1910.

Thomas Carruthers (Edinburgh) heeft dit revolutionaire clubhoofd ontworpen in 1890 en heeft er meteen een patent voor aangevraagd. Hij heeft er enorm veel succes mee gehad en heeft tientallen duizenden van deze clubs verkocht. Het bewijs dat het een goed opwerp was bleek toen Callaway in 1985, bijna honderd jaar later, een vergelijkbaar model op de markt bracht. 

Carruthers patent liep af in 1904 en toen konden alle clubmakers zijn model namaken. (*8) Dit maakt het mogelijk om deze cleek te dateren tussen 1905 en 1910. Dat Ife in staat was om zo’n bijzonder model na te maken zegt veel over zijn kunnen als ijzersmid.

In Golf in the Making van Henderson & Stirk wordt gemeld dat Ife zijn eigen ijzers bleef maken tot 1914. Hij begon pas ijzeren koppen van de grote Britse fabrikanten te kopen na de Eerste Wereldoorlog (*4). Het kostte een bekwame ijzersmid gemiddeld drie uur om een ijzeren kop te maken en met de komst van massaproductie van clubs was het voor Ife niet meer rendabel om zelf ijzers te maken. Dit wordt bevestigd door Ife's dochter in een jubileumboek van de Koninklijk Haagsche uit 1993. (*5)

In de 19de en vroege 20ste eeuw waren bijna alle clubprofessionals bekwame clubmakers en de pro’s in Nederland waren geen uitzondering. Er zijn nog handgemaakte houten te vinden met legendarische namen als Dunn, Lamberts, Hill, Van Dijk en Oosterveer. Het vak van houten koppen maken was makkelijk te leren en was een mooie extra bron van inkomsten in de rustig wintermaanden. De meeste pro’s hadden hun eigen stempel, met hun naam en die van de club waar zij werkten, en konden die gebruiken om hun houten clubs te markeren.

Ife heeft een aantal heel bijzondere longnose putters gemaakt tijdens zijn verblijf in Nederland. Zijn vakmanschap was uitzonderlijk, wereldwijd zijn er maar drie makers bekend die dat konden.

Eigen ijzers maken was een heel ander verhaal. Het vak ijzersmid was moeilijk te leren en je had speciale faciliteiten nodig om te vak te kunnen uitoefenen. Om deze reden kochten bijna alle pro’s koppen van de grote Schotse fabrikanten en liet de pro’s hun namen op de clubs zetten. De shafts en grips werden wel door de pro’s, op hun eigen baan, in elkaar gezet.

IJzers in de collecties van veel oudere Nederlandse golfclubs (Haagsche, Kennemer, De Pan en de Noordwijkse ) zijn meestal afkomstig van een paar fabrikanten: W. Winton (herkenbaar aan een diamantteken), J.B. Halley (schelpteken) , F.H. Ayres (kruisteken) en Spalding (anvilteken)

Bijna alle ijzers van Ife in de collectie van de Haagsche hebben koppen die gemaakt zijn bij William Winton (Montrose & London). De NGA/Stichting Early Golf bezit een set van zijn ijzers gemaakt door Spalding en een tweede van Winton, en een putter waarmee hij zelf speelde (*7).

Hoeveel ijzers van Ife er nog bestaan is niet bekend. Enkele zijn te vinden in de collectie van de Engelse linksbaan Rye en eentje hangt in het clubhuis van de R&A.

Bijzonder zijn ze, prachtig gemaakt met elegante lijnen en gefit met een topkwaliteit hickory shaft. Ze vormen een belangrijk onderdeel van de Nederlandse golfgeschiedenis.

Op bijna alle oude hickory shaft golf clubs staat de tekst Made in Scotland maar op deze Ife club had Made in Holland mogen staan!

Iain Forrester, namens de NGF Erfgoed commissie

*1  1881 England census

*2  1901 England census

*3  www.hankley.co.uk

*4  Golf in the Making, Henderson & Stirk, Sean Arnold 1982 

*5  Jubuleumboek Koninklijke Haagsche G&CC 1993

*6  100 jaar golf in Nederland, De Pan, 1994

*7  Archief van Robin Bargmann, Nederland

*8  Golf club maker Tom Carruthers, Cualan Press 1988


  • Paginadatum 25 december 2015
  • Auteur Redactie GOLF.NL