Drie vrouwelijke teaching pro's: Monique Paulus, Mariëtte de Groot en Shauni Koel
Monique Paulus, Mariëtte de Groot en Shauni Koel
Beeld: Maarten Eekelaar

'Verbindende rol hoort bij het vak'

27 april 2019 Redactie GOLF.NL
Je ziet ze relatief weinig op de golfbaan, vrouwelijke teaching pro’s. Vreemd, want het is een mooi vak. “Bovendien zou het fijn zijn als golfers op meer clubs kunnen kiezen tussen een vrouwelijke en manlijke pro.” Hoe bewegen Shauni Koel, Monique Paulus en Mariëtte de Groot zich in deze mannenwereld?
Shauni Koel golft al sinds haar zevende en als amateur speelde ze van handicap -3. Sinds een klein half jaar geeft ze les op Burggolf Purmerend. Toch was Koel helemaal niet van plan om als PGA-professional golfers te leren chippen of hulp te bieden bij een hardnekkige slice. Koel had ervoor gekozen kapster te worden. En als haar contract gewoon was verlengd, zou ze nu zo goed als zeker lokken knippen in plaats van golfers de perfecte grip aanmeten. “Ik golf al van jongs af aan op Burggolf Purmerend. Toen ze daar hoorden dat ik niet door kon als kapster, boden ze mij aan de opleiding tot PGA-professional te gaan volgen. Naast de vier mannelijke pro’s wilden ze er graag een vrouw bij. Die kans heb ik natuurlijk met beide handen aangegrepen want ik vind golf geweldig mooi.” Mariëtte de Groot, al meer dan 25 jaar werkzaam als PGA-pro op Golfbaan Kralingen en Monique Paulus, 22 jaar pro en sinds twee jaar werkzaam op Bernardus Golf in Cromvoirt, horen het met goedkeuring aan.

In Nederland werken circa zeshonderd PGA-professionals, daarvan zijn er maar een stuk of vijftig vrouw. Werken de drie vrouwen als pro’s in een echt mannenwereldje?
De Groot: “Ik heb nog meegemaakt dat een vrouwelijke collega bij de uitreiking van haar PGA-diploma een stropdas kreeg. Dat gebeurt nu gelukkig niet meer, maar als je weet dat van alle golfers in Nederland (circa 380.000) ongeveer een derde vrouw is, dan is vijftig vrouwelijke PGA-pro’s op een totaal van zeshonderd wel heel weinig.”
Paulus: “Ik denk dat het voor een club heel goed is als er ook een vrouwelijke pro werkt. Veel vrouwen krijgen liever les van een vrouw en er zijn mannen die het heel leuk vinden om bij een vrouw te lessen, maar er zijn er ook die dat absoluut niet zien zitten. Is ook prima, de klant is koning. Het mooiste is als je het allebei kunt aanbieden. Ik vind de combinatie hier met Roel (Verdonschot, PGA-pro die ook op Bernardus werkt) ideaal.”
Koel: “Ik werk nog maar kort maar tot nu toe heb ik meer mannen op les dan vrouwen. Ik merk wel dat sommige mensen aan mij moeten wennen. Golfers met wie ik eerst clubwedstrijden speelde, moet ik nu vertellen hoe ze hun swing kunnen verbeteren.”
“Dan laat ik zo’n vrouw op een drukke dag een half uurtje bij de eerste tee kijken. Ze ziet dan dat andere golfers ook veel slechte ballen slaan.”
Benaderen jullie vrouwen bij het lesgeven anders dan mannen?
De Groot: “Ja. Niet alle vrouwen zijn hetzelfde natuurlijk, maar gemiddeld genomen zijn vrouwen onzekerder dus daar hou ik rekening mee.”
Paulus: “Vrouwen hebben sneller het gevoel dat ze niet goed genoeg zijn. Mannen meppen gewoon tegen die bal en ze vinden al snel dat ze het heel aardig kunnen. Voor je het weet gaan ze hun vrouw ook nog tips geven.”
De Groot: “Als ik een echtpaar voor het eerst op les krijg, zet ik de vrouw op een plek vanwaar ze haar man niet ziet slaan. Als zij staat te hannesen en haar man hengst die bal door zijn fysieke kracht al een eind weg, kan een vrouw daar heel onzeker van worden.”
Koel: “Bij ons komen veel groepen vrouwen op les. Ik merk dat vrouwen rustiger zijn dan mannen.”
De Groot: “Vrouwen hebben doorgaans eerder last van faalangst. Een vrouw kan een prima bal slaan, maar toch vindt ze dat ze niet goed genoeg is om met anderen in de baan te spelen. Dan laat ik zo’n vrouw op een drukke dag een half uurtje bij de eerste tee kijken. Ze ziet dan dat andere golfers ook veel slechte ballen slaan, dat werkt vaak heel positief.”

Omdat golf leren moeilijk is, haken veel beginnende golfers vaak snel weer af. Moet er anders lesgegeven worden?
Paulus: “Golf is gewoon een lastige sport, het heeft geen zin om net te doen alsof dat niet zo is. Je hebt de swing die technisch gecompliceerd is, maar ook nog zo veel verschillende typen slagen die je in de baan tegenkomt.”
De Groot: “Mijn valkuil als pro was vroeger dat ik te technisch lesgaf. Ik gebruik nu tijdens mijn lessen veel meer oefeningen op het gebied van motorisch leren, daarmee boek ik met minder technische aanwijzingen betere resultaten.”
Paulus: “Toch vind ik dat je niet voorbij kunt gaan aan de techniek. Je moet een leerling in eerste instantie de goede basis leren, anders komt hij of zij later niet verder.”
De Groot: “Tuurlijk, die basis hoort er altijd bij, maar het hoeft niet heel technisch te worden. Mijn ervaring is dat mannen vaak meer willen weten van de techniek, die kopen een boek met golftips of bekijken op internet filmpjes. Een vrouw zie ik niet snel een boek kopen van James Sieckmann, de auteur van Your short game solution en Your putting solution.”
Koel: “Ik geef nog niet zo lang les maar wat mij wel opvalt is dat veel mensen denken even snel golf te kunnen leren. Dat gaat natuurlijk niet.”
De Groot: “Door al die advertenties met golf leren in een dag of weekend ontstaat een verkeerd beeld. Die belofte wordt natuurlijk niet waargemaakt en mensen haken daardoor gefrustreerd af voor ze eigenlijk goed en wel begonnen zijn.”
Paulus: “Er wordt tegenwoordig hoog opgegeven van groepslessen, maar ik vind voor beginners een aantal privélessen veel beter. De basis – grip, oplijnen, set-up – moet er ingestampt worden want dat is zo belangrijk. Een groepje van vijf is misschien gezelliger, maar wat leer je dan in een uur? En als je golf niet goed leert, stop je na een tijdje waarschijnlijk want er is geen lol aan als je die bal niet weg krijgt.”
De Groot: “Als ik hoor dat iemand wil stoppen, stap ik erop af. Onlangs nog, een vrouw vond het sociale heel leuk maar in het golfen had ze te weinig plezier. Ik heb haar zover gekregen dat ze van de oranje tees ging spelen, dan is de baan korter en er staan niet meteen golfers in je nek te hijgen als je afslaat. Vorige week kreeg ik een appje dat ze heel blij is, weer volop speelt en dat andere vrouwen nu met haar meegaan van oranje. Die oranje tees zijn een prima uitkomst.”
Paulus: “We moeten af van dat machogedrag dat de ene kleur beter is dan de andere. Op Bernardus hebben we helemaal geen onderscheid in kleur op de tees.”

Uit onderzoek blijkt dat veel mensen vooral ook golfen vanwege het sociale aspect, daarom zou er bij PGA pro’s veel meer aandacht voor de zogenaamde human skills moeten zijn. Eens?
De Groot: “Mensen golfen vaak ook omdat ze bij een groepje willen horen. Als iemand alleen naar les is gekomen, probeer ik te helpen aansluiting te vinden bij een groepje golfers op de club. Ik vind dat de pro die verbindende rol moet pakken, het hoort bij het vak.”
Paulus: “Uit al die onderzoeken blijkt ook dat vriendelijkheid en aandacht voor beginnende golfers het belangrijkst zijn. Je moet leerlingen een goede swing kunnen aanleren maar zorgen dat die golfers zich op hun gemak voelen, is zeker zo belangrijk. Maar niet iedere pro kan dat, het moet ook in je zitten.”
De Groot: “Een pro moet meer doen dan alleen lesgeven, in de opleiding hoort aandacht te zijn voor die human skills. Was dat zo bij jou, Shauni?”
Koel: “Nee, in de opleiding is daar nauwelijks aandacht aan besteed. Dat zou wel moeten, denk ik.”
Paulus: “Ik schat in dat Shauni het van nature wel in zich heeft, maar het zou absoluut een onderdeel van de opleiding moeten zijn. Met hoeveel mensen heb jij de opleiding gedaan?”
Koel: “22 mensen hebben de C-opleiding gedaan, die duurt drie maanden. Van die 22 zijn er maar zeven doorgegaan naar de B-opleiding die 1,5 tot 2 jaar duurt.”
Paulus: “Een opleiding van drie maanden stelt weinig voor maar die vijftien afhakers hebben door die C-opleiding wel een status. Ze komen de markt op als concurrenten voor pro’s met een lange en dure opleiding. Als er nu een tekort aan pro’s zou zijn, maar dat is absoluut niet zo. Er zijn steeds meer pro’s die moeite hebben werk te vinden, dan moet je als PGA strenger selecteren en puur voor kwaliteit gaan.”
De Groot: “Als je weet dat pro’s nu moeite hebben een baan te vinden, dan moet je als PGA misschien een jaar de opleiding niet aanbieden.”
Paulus: “Dat gebeurt toch niet, want die opleiding brengt geld in het laatje.”

Shauni heeft toch wel de juiste beroepskeuze gemaakt?
Paulus: “Natuurlijk, het is een prachtig vak en ze heeft al werk dus dat is een mooie start. Shauni kan zelf ook goed golfen, dat vind ik belangrijk. Een fatsoenlijke bal kunnen slaan, dat mis je tegenwoordig nog wel eens bij pro’s, zeker bij de vrouwen. Ook daar zou de PGA een stuk strenger in moeten zijn.”
De Groot: “Ik heb na al die jaren nog steeds veel plezier in mijn werk. Ik heb een vrouw op les gehad die jarenlang alleen maar met haar man meeliep. Ze had golf wel geprobeerd, maar dat ging heel moeizaam; haar pro adviseerde haar te stoppen. Een vriendin heeft haar toen naar mij doorverwezen en nu loopt ze niet meer mee met haar man maar speelt ze zelf met veel plezier. Ze stuurde me een foto met een club in de hand op de eerste tee, daar word ik blij van.”
Shauni: “Ik vond lesgeven in het begin best spannend, maar ik heb er steeds meer plezier in. Ik train ook de jeugd op Purmerend, dat is erg leuk.”
Paulus: “Het blijft mooi als je een golfer helpt beter te worden, mensen zijn je dan vaak heel dankbaar.”
De Groot: “Je moet je wel blijven ontwikkelen, meer doen dan alleen op dat matje staan. Ik organiseer reisjes, geef workshops, werk samen met sportpsycholoog Mitchel Kevenaar. Ik zet me ook in om nieuwe leden en aan te brengen en leden te behouden. Ik vind het zonde als iemand die ik heb leren golfen om wat voor reden dan ook stopt.”
Paulus: “Die rol moet je wel krijgen van de club of de golfbaan.”
De Groot: “Ik trek die rol naar me toe, de mensen op de club weten helemaal niet dat ik dat allemaal doe. Ik vraag de wedstrijdcommissie wel eens bij fun evenementen bepaalde mensen bij elkaar te plaatsen in een flight zodat ik weet dat ze het leuk hebben met elkaar. Clubs beseffen vaak niet wat voor belangrijke rol een pro kan hebben.”

Wat moet er gebeuren om meer vrouwen aan het golfen te krijgen?
Paulus: “De meeste vrouwen van onze generatie werken en hebben, zeker als de kinderen nog thuis zijn, een heel druk leven. Golf past daar vaak lastig in. Een uurtje naar de sportschool is zo gedaan, golf leren is tijdrovend en ook nog eens moeilijk.”
De Groot: “In Groot-Brittannië hebben ze een project dat Love Golf heet, dat is een succes. Tijdens de lessen was er weinig aandacht voor techniek en de vrouwen stonden niet op een matje maar gingen snel met elkaar de baan in. De dresscode hebben ze ook losgelaten. Ik weet alleen niet of wij dat moeten willen, in een T-shirt de baan in.”
Paulus: “Op Bernardus zijn helemaal geen regels. Als je komt spelen wordt er niet naar je handicappasje gevraagd en een dresscode hebben we ook niet.”
De Groot: “Maar wil je dat mensen in een joggingpak gaan golfen?”
Paulus: “Dat gebeurt niet, mensen passen zich aan.”
Koel: “Op Purmerend zie je mensen soms in een spijkerbroek, maar wel met een nette polo. Ik denk nooit: hoe die erbij loopt, kan echt niet.”
De Groot: “Ja, het filtert zich vanzelf, dat geloof ik ook wel. Het is ook zonde als bepaalde regels mensen afschrikken.”
Koel: “Zeker jonge mensen hebben nog steeds het beeld van een kaksport, hopelijk gaat dat snel veranderen.”