John Ott, initiatiefnemer van het Nederlands Golfmuseum
De kasteelruïne op Golfbaan Landgoed Bleijenbeek
De beker van het KLM Dutch Open

Golfmuseum geopend: 'Het hoeft geen derde golfoorlog te worden'

11 juni 2016 Redactie GOLF.NL
Golf is geen Schotse uitvinding maar een Nederlandse, daar zijn veel harde bewijzen voor. Maar waar of niet, Nederland had niet eens een golfmuseum. Dankzij de inspanningen van John Ott is dat verleden tijd.

Bekijk hier een video over de opening van het Nederlandse Golfmuseum, een productie van het museum zelf.

“Het hoeft geen derde golfoorlog te worden”

Het Nederlands Golfmuseum is eind april geopend door onder anderen Robbie van Erven Dorens, oud-organisator van het Dutch Open, en Jan Dorrestein, een van de beste golfers die Nederland heeft voortgebracht. De vaste tentoonstelling is gehuisvest in een ruimte van het paviljoen van Golfbaan Landgoed Bleijenbeek in het Noord-Limburgse Afferden. Bleijenbeek is de eerste Nederlandse baan die deel uitmaakt van een nationaal park: De Maasduinen.

"De Schotten strijken steeds met de eer, maar de oorsprong van golf ligt in de Lage Landen."

Het idee voor het golfmuseum kwam van John Ott, een vriend van Gerrit-Jan Vink en diens zoon Dirk-Jan, de eigenaars van Bleijenbeek en Golfbaan Landgoed Welderen. De 71-jarige Ott haakte in op een link tussen de golfsport en Afferden. “Bij de opening van de baan twaalf jaar geleden had architect Gerard Jol over Pieter van Afferden gesproken”, vertelt hij. “Deze humanistische geleerde uit Afferden beschreef al in 1545 de regels van het golfspel in een studieboek. Voor Heiner Gillmeister, een sporthistoricus van de universiteit van Bonn, was dit het belangrijkste bewijs dat golf in de Lage Landen is ontstaan. Gilmeisters opvatting is in 2002 overgenomen door de Encyclopaedia Britannica. De Schotten strijken steeds met de eer, maar de oorsprong ligt in de Lage Landen.”

Ott zocht Gilmeister op in Bonn en van het een kwam het ander. In 2014 organiseerde Bleijenbeek een symposium over Afferden als “de bakermat van de golfsport”, nu huisvest de baan het Nederlands Golfmuseum. 

De voorzitter van de museumstichting beet zich vast in zijn project, hij reisde stad en land af – inclusief Schotland – om organisaties en mensen te overtuigen dat het museum meer is dan een commerciële truc om Bleijenbeek op de kaart te zetten. “Ik geloof in persoonlijk contact en heb heel veel tijd besteed aan ontmoetingen en gesprekken”, zegt Ott. 

Het resultaat is een fraaie collectie en steun van de Koninklijke Nederlandse Golf Federatie. Dirk-Jan Vink, de eigenaar van de baan, is trots: “Het Nederlands Golfmuseum past in onze filosofie van een open golfbaan. Er wordt hier gewandeld en gefietst, je kunt met een camper verblijven bij Paviljoen Bleijenbeek, er is een kasteelruïne en het paviljoen met restaurant is voor iedereen toegankelijk.”

De museumstukken

De collectie bestaat uit stukken uit privécollecties en uit items die in 2014 in het Haags Historisch Museum te bewonderen waren, ter gelegenheid van het 100-jarige bestaan van de NGF. In de begintijd werd de sport op straat, in het vrije veld en op ijs beoefend en aan de hand van replica’s van schilderijen, afbeeldingen, teksten en voorwerpen wordt de bezoeker door de geschiedenis van de sport geloodst.

"Het Nederlands Golfmuseum past in onze filosofie van een open golfbaan."

De collectie bestaat uit oude clubs, tassen, karretjes, golfkledingstukken, ballen, knipsels, posters, tegeltjes en boeken, waaronder een replica van Pieter van Afferdens studieboek Tyrocinium Linguae Latinae. Eén van de topstukken is de wisselbeker van het KLM Dutch Open; met de oprichting van het Nederlands Golfmuseum heeft deze cup uit 1920 een vaste stek gevonden. Ook bijzonder zijn loden golfsloffen uit de 17de eeuw, die dienden ter verzwaring van de clubs.

Sommige organisaties en privépersonen geven spullen in bruikleen. Bijvoorbeeld Romana Oosterbeek-Airoldi. “Zij is de weduwe van Herman Oosterbeek, mede-oprichter van Golfclub de Lingewaelsche. Hij wilde zelf een golfmuseum beginnen maar dat is er nooit meer van gekomen.” 

Ook komen er stukken via golfverenigingen naar het museum. “Clubs als Driene, de Rosendaelsche, Veluwse en Haagsche staan zaken af, dat stellen we erg op prijs”, zegt Ott. “Van Golfclub Driene hebben we bijvoorbeeld bogeyborden gekregen, teeborden uit de tijd dat par nog niet bestond en bogey de moeilijkheid van de hole aangaf.”

‘Niet uit op een golfoorlog’

Ott bezocht in de afgelopen jaren onder meer het Brits Golfmuseum in St Andrews, “The Home of Golf” zoals de Schotten zeggen. Ott: “Ik ging er naartoe om inspiratie op te doen, ze stonden me vriendelijk te woord en ik ben de hele dag rondgeleid.” Hij zegt dat hij niet uit is op ruzie: “Het hoeft geen derde golfoorlog te worden.” Maar natuurlijk kwam het boek van Pieter van Afferden ter sprake bij zijn bezoek. “En het museum in St Andrews houdt vast aan het standpunt dat golf zoals het nu gespeeld wordt een Schotse uitvinding is”, aldus Ott.

Er is dus wel degelijk sprake van een golfoorlog, de historici zijn verdeeld in twee kampen. 

In het studieboek van Pieter van Afferden uit 1545 wordt al beschreven dat de bal moet worden gespeeld naar een “kuyl”, maar de Schotten claimen dat zij als eersten naar een hole speelden en dat Vlaamse vissers de sport van Schotland naar de Lage Landen hebben gebracht. “Maar Archie Baird, een Schot uit Gullane die zijn huis heeft ingericht als privégolfmuseum, zegt wel dat Nederland de basis van de golfsport is”, aldus Ott. “Hij zegt juist dat Hollandse vissers bij hun tochten op Schotland strandden en golf gingen spelen als tijdverdrijf.”

Er is dus wel degelijk sprake van een golfoorlog, de historici zijn verdeeld in twee kampen. Het dispuut over de oorsprong van golf is nog lang niet beslecht en zal misschien nooit tot een einde komen. Maar Nederland heeft nu wel een golfmuseum dat de rol van de Lage Landen in de golfgeschiedenis toont. Zoals Michiel Eijkman, de voorzitter van de Stichting Nederlands Golf Archief 'Early Golf', bij de opening zei: “Het past volkomen bij de doelstelling van de Koninklijke Nederlandse Golf Federatie om de rijke geschiedenis van het erfgoed populair te maken.”

De toegang is voorlopig gratis maar een donatie wordt op prijs gesteld door Ott en zijn team vrijwilligers. Intussen worden al voorbereidingen getroffen voor een uitbreiding van de tentoonstellingsruimte, inclusief een filmzaaltje, want Ott krijgt bijna wekelijks nieuwe historische stukken. 

“Ik heb er vijf tientjes voor betaald, maar het is van een onschatbare waarde voor de Nederlandse golfgeschiedenis.”

Of hij vindt ze. Een week voor de opening van het museum trof hij op een rommelmarkt een klassieke golftas met daarin oude golf- en polostokken. Na onderzoek door Ramon van Wingerden, coördinator breedtesport bij de NGF, bleek het te gaan om de tas van Sjuck Bernhard Walraad graaf van Limburg Stirum, een befaamd ruiter en golfer aan het eind van de 20ste eeuw. Specialist Iain Forrester, die ook antieke clubs aan het museum in bruikleen geeft, heeft de stokken gerestaureerd. “Ik heb er vijf tientjes voor betaald,” zegt Ott, “maar het is van een onschatbare waarde voor de Nederlandse golfgeschiedenis.”

Het Nederlands Golfmuseum is dagelijks geopend: Golfbaan Landgoed Bleijenbeek, Bleijenbeek 14, Afferden. Meer informatie en video: bleijenbeek.golfenopeenlandgoed.nl/golfmuseum. Kijk ook op nga-earlygolf.nl; op deze website vinden liefhebbers een digitaal beeld- en tekstarchief.

Dit artikel verschijnt in 2016 ook in GOLF.NL Weekly.

Video en audio

Luister naar een reportage van 1Limburg:


Kijk ook naar deze uitzending van L1.nl en bekijk een video op de Facebook-pagina van Maasduinencentraal.

Dit is een video over het symposium op Bleijenbeek in 2014 over de oorsprong van de golfsport.

Hou ook de Facebook-pagina van het museum in de gaten:

Lees meer over

Clubs Banen