Zoals elk jaar speel ik in de zomer veel wedstrijden. Dat verschilt van een maandbeker op Golfclub Almeerderhout - waar ik lid ben - tot een nationale wedstrijd, zoals het NK Strokeplay. Het liefst maak ik die hole-in-one op zo'n moment, maar het is niet een kwestie van uitkiezen. Na de tips van Joost Luiten en Nevill Ruiter ben ik weer vol goede moed en weet ik wat mij te doen staat: op die vlag mikken!
Op zich gaat dat mikken meteen goed, want halverwege juni maak ik vier birdies in één ronde. En dat gebeurt zelfs in een stretch van zeven holes. Echter, geen van de vier is op een par 3. Dat zet mij aan het denken: hoe vaak maak ik eigenlijk een birdie op een par 3? Het zegt niet alles, maar vanaf dat moment ga ik het bijhouden. Ik kom tot een best wel schokkende conclusie: in vijftien qualifying rondes in 2026 lukt het mij slechts vijf keer om een birdie te maken op een par 3. Dat komt neer op acht procent. Het doel is niet om zoveel mogelijk birdies te maken, maar het zegt wel wat. Ik kom gewoon niet dichtbij genoeg.
Elke par 3 moeten we filmen, voor het geval dat
Vanaf eind augustus speel ik zes weken niet, o.a. vanwege vakantie en de Solheim Cup op Bernardus. Begin oktober leg ik mijn clubs weer in de auto en in korte tijd ben ik zes keer op de golfbaan. De tweede keer is dat samen met collega's Roy en Sietse. Roy schreef daar deze week al over in zijn serie Breaking 100. Op Golfpark Breuninkhof is de tweede hole een par 3. Nog voordat ik een ijzer uit mijn tas pak, staat Roy al met zijn telefoon paraat. "Elke par 3 moeten we filmen, voor het geval dat", zegt hij met een lach.
Het is 154 meter naar het midden van de green. Ik pak een ijzer-6 en mik een klein beetje rechts van de vlag vanwege mijn natuurlijke balvlucht van rechts naar links. Als de bal op z'n hoogste punt is, ziet het er plots goed uit. "Looking good", roept Sietse. Hij gaat recht op de vlag af...
"Oh! Huh? Hij raakt de vlag toch?" Sietse denkt even dat ik angstvallig dicht bij een hole-in-one kom. Als we op de green aankomen zien we dat mijn pitchmark toch ruim voorbij de hole is. In de lucht zag het er veelbelovend uit, maar helaas. Ik maak er ook geen birdie overigens.
Twee holes later ligt er opnieuw een par 3 op ons te wachten. Met een lengte van 105 meter voelt dit als een goede kans. Helemaal als Sietse vertelt dat deze hole regelmatig voorkomt in de lijstjes van Makkelijkste hole van Nederland.
Vanwege de tegenwind en regenachtige omstandigheden sla ik een driekwart ijzer-9, maar alsnog haalt de bal de hole niet. Weer geen hole-in-one. Het voelt heel even alsof ik een grote kans laat liggen. Daar ben ik snel overheen als de putt voor birdie erin gaat. Deze twee holes geven mij het wel gevoel dat het een keer gaat lukken.
Twee dagen later ben ik op Het Rijk van Nijmegen voor een teamwedstrijd met vrijwilligers en medewerkers van de NGF. We spelen Texas Scramble en onze derde hole is een korte par 3: 107 meter. Ik sla als tweede af en de eerste bal ligt al op drie meter van de hole. Vanaf het moment van raken weet ik dat mijn bal dichterbij is. De lengte is dan ook perfect, maar de richting niet. Eén meter te veel naar rechts. Weer een kans verkeken. Wel mag ik mijn naam opschrijven voor de neary.
Het is in ieder geval nog geen tijd voor een winterslaap
Ik blijk in vorm, want ook op hole 7 (114 meter) komt mijn bal in de buurt van de vlag. Nu eindigt 'ie 2,5 meter links van de hole. Weer is het de neary. Geen van de andere deelnemers krijgt de bal uiteindelijk dichterbij. Het is geen hole-in-one, maar wel prijs. Met een mooie rugzak van Footjoy keer ik huiswaarts.
Met nog ruim twee maanden te gaan dit jaar begint de tijd wel te dringen. Ik wil mezelf nog minimaal honderd kansen geven. En waar kan dat beter dan op een par-3-baan? Dan heb je elke hole kans! Het is in ieder geval nog geen tijd voor een winterslaap.