Potbunkers: de schrik van de golfbaan

3 juni 2018 Redactie GOLF.NL
In Ierland en Groot-Brittannië stikt het ervan: potbunkers. In Nederland zijn er maar zo’n 25. Wat is een potbunker en – belangrijker – hoe kom je eruit?

In de video bovenaan dit artikel laten we de potbunkers zien en vertelt professional Michael Versteege hoe je de bal er uit slaat. Hieronder gaan we nader in op het fenomeen potbunker.

Op de baan van Golfclub Heelsum bij Arnhem liggen vanaf het begin (2004) twee potbunkers. De zandkuilen zijn dit jaar gerestaureerd en nu weer zeer intimiderend. Ze zijn diep, klein en gemeen: het is moeilijk om de bal er weer uit te krijgen. 

Eén potbunker op de Heelsumse ligt bij de green van hole Sandr 7, de andere op de fairway. Ze zijn ongeveer 1,60 meter diep en de meeste spelers kunnen dus net boven de rand uitkijken als ze in de kuil staan. De bal rolt meestal naar het midden van de potbunker en dan kun je in elk geval een swing maken, maar heel soms eindigt de bal vlakbij de steile wand en dan is een herstelslag zelfs voor professionals uiterst moeilijk.

Wat is eigenlijk de oorsprong van bunkers op golfbanen? Martin Watt, de hoofdpro van Golfschool Heelsum, komt uit Schotland, waar golf vandaan komt, en weet er alles van. ‘In de tijd voordat er met paarden en machines gemaaid werd, zorgden schapen er voor dat het gras kort bleef’, legt Watt uit. 'De maaiende schapen rustten en sliepen op plaatsen achter heuveltjes, uit de wind.' Op hun rustplaatsen werd het door de beweging van de hoeven zanderig. Watt: ‘Toen er behoefte ontstond aan meer golfbanen ging men bewust bunkers graven op de nieuwe banen, als hindernis voor de golfers.’

Kookpot

Het verschil tussen een bunker en potbunker? Gewone bunkers zijn in het algemeen langgerekt, ze hebben flauw aflopende wanden en zijn niet diep. Een potbunker is rondvormig, diep en bijna altijd klein. De bal moet dus snel omhoog als je hem uit het zand terug op het gras wil slaan. De naam is niet een afkorting van de Engelse term ‘pothole’ (kuil, gat) maar van het woord ‘cooking pot’: een potbunker is een kuil in de vorm van een kookpot. 

Een strenge definitie van potbunkers is moeilijk te geven maar er zijn wel vaste kenmerken. Aan de voorkant zit een ingang, soms met een trapje, en links en rechts van die entree loopt de wand meteen snel steil omhoog. Als je er in staat, kun je maar net zien waar je naartoe moet. En in bijna 100 procent van de gevallen zijn de wanden van potbunkers opgebouwd met gestapelde graszoden. 

Potbunkers zijn er pas in een later stadium van de golfsport gekomen want de eerste zandhindernissen – door schapen gevormd – waren vrij vlak en ruig. Het waren golfers en greenkeepers die de zandhindernissen dieper maakten en ze hadden daar een goede reden voor. Als het zand wat dieper kwam te liggen, waaide het niet bij elke storm over het gras heen. Een potbunker is dus niet de moeder van alle bunkers, maar wel de grootste schrik van alle hindernissen op een golfbaan. 

Potbunkers komen vooral voor op linksbanen aan zee, waar het altijd waait, maar je treft ze soms ook aan op binnenlandse golfbanen die op zandgrond zijn gebouwd. De Heelsumse (27 holes) is een baan op zand. ‘Op Golfclub Heelsum streven we er naar een fraaie heidebaan te creëren zoals je ze veel in Groot-Brittannië aantreft’, vertelt baancommissaris Peter Smits. ‘We hebben recent de renovatie van alle 110 bunkers afgerond, in overleg met onze architect Steve Marnoch en onderhoudspartij De Enk. Ze zijn nu allemaal voorzien van beter zand en we hebben bij deze bunkerrestauratie ook onze twee potbunkers opgeknapt.’

Kunstgras 

De wanden van potbunkers worden zoals gezegd opgebouwd met opgestapelde graszoden. Alle zandhindernissen waarbij deze techniek is gebruikt, worden ‘revetted bunkers’ genoemd. De laag zoden zorgt er voor dat de bunkers niet instorten én ze voorkomen dat golfballen zich in de wanden boren. 

Bij de renovatie van de potbunkers op Heelsum is gekozen voor gestapelde kunstgrasplaggen. Deze techniek van het Britse bedrijf EcoBunker is ook gebruikt op Golf & Businessclub De Scherpenbergh. Smits: ‘Een potbunker die is opgebouwd met grasplaggen moet je eens in de drie tot vijf jaar opnieuw opbouwen. Met kunstgrasplaggen hoeven we dat naar verwachting maar eens in de 20 jaar te doen en er is tussentijds ook minder onderhoud nodig. We streven op Heelsum naar duurzaam beheer en we gebruiken liever geen kunstgras in de baan, maar in dit geval vinden we het verantwoord. In de potbunkers is kunstgras van hockeyvelden hergebruikt en we voeren het artificiële gras na 20 jaar weer af.’

Als je niet weet dat het kunstgras zoden zijn, dan zie je niet. Maar mocht het plastic later toch zichtbaar worden, dan is er een trucje voor. Smits: ‘De wanden insmeren met een laagje yoghurt en bier, dan krijg je een soort algenvorming en een natuurlijke aanblik.’

Potbunkerwedstrijdje

De afronding van de bunkerrenovatie op de Heelsumse en de opening van de nieuwe potbunkers is in april gevierd met een ‘potbunkerwedstrijd’. Voorafgaand aan de wedstrijd gaven de pro’s een demonstratie met welke techniek je het beste uit de bunkers komt. In een video bovenaan dit artikel heeft Michael Versteege, een van de vier pro’s op Heelsum, deze demonstratie nog eens over gedaan. In de wedstrijd op Heelsum werd gestreden om de neary vanuit de potbunker naast de green. De strijd werd gewonnen door lid Olivier Willemsen die de bal uitholede vanuit de zandkuil.

Wie bij hole Sandr 7 gaat kijken, zal zien dat de potbunker naast de green heel veel ballen opslurpt. Bij de zandkuil op de fairway is dat niet het geval. Die ligt op zo’n 200 meter van de tee en is vooral in spel voor de betere golfer die ver slaat. De potbunkers bieden een fraaie aanblik maar zijn de leden wel blij met de kookpotten in hun baan? ‘De meeste leden zijn positief over de vernieuwde potbunkers’, zegt baancommissaris Smits. ‘Sommigen vinden zelfs dat we er meer moeten gaan aanleggen in onze baan en daarover zullen we gaan nadenken.'

De andere 108 bunkers op de Heelsumse? Ze zijn een makkie vergeleken met de potbunkers … Ze zijn niet heel diep en zien er heel mooi uit. Ze hebben ruwe en onregelmatige randen en kronen van heide. Waarom? Omdat dit een natuurlijker beeld geeft. De schapen die vroeger het gras op de golfbanen maaiden, maakten immers nooit een ronde diepe kuil...

Potbunkers in Nederland

De beroemdste potbunker van de wereld is de Road Hole Bunker op de Old Course van St Andrews. In Nederland kun je op de volgende banen stranden in één of meer potbunkers.
  • Golfclub Heelsum (2; ontwerp Hans Hertzberger en Steve Marnoch, 2004)
  • Heiloo (1, ontwerp Alan Rijks, 2004)
  • Texel (2, diep en ondiep; ontwerp Alan Rijks, 1997)
  • De Scherpenberg (5; ontwerp Tom MacAulay en Alan Rijks, 1999; de potbunkers zijn geïntroduceerd door de vroegere Engelse hoofdgreenkeeper op de baan)
  • Golfbaan Midden-Brabant (2, ontwerp Alan Rijks, 2001)
  • Marine Golfclub Nieuwediep (1, ontwerp Alan Rijks, 1995)
  • The Duke (1; ontwerp Alan Rijks, 1991)
  • Noordwijkse (ontwerp Paul de Jong, Ken Cotton, 1969)
  • Koninklijke Haagsche (ontwerp Charles Alison, Harry Colt, 1938)
  • Kennemer (ontwerp Hary Colt, 1928)
  • Domburgsche (12; ontwerp E.C. Warren, 1914)

Volgens golfbaanarchitect Alan Rijks hebben de oude kustbanen (Domburgsche, Noordwijkse, Kennemer, Haagsche) allemaal ‘potbunkerachtige’ hindernissen: ‘Dat heeft te maken met het grote voordeel dat een potbunker biedt: het zand blijft in de bunker, zelfs als het stormt.’ Echte potbunkers - rondvormig, diep en wanden van gestapelde zoden – zijn er in Nederland niet veel. De meeste liggen op de 9-holes baan van de Domburgsche Golfclub uit 1914.

‘De Domburgsche heeft de meest originele potbunkers van Nederland’, zegt architect Rijks, die in de afgelopen jaren aanpassingen aan het ontwerp van E.C. Warren heeft gedaan en die ook op zijn eigen ontwerpen potbunkers heeft laten bouwen, bijvoorbeeld op de Texelse. ‘Hoofdgreenkeeper Arjen Bosschaart van de Domburgsche zorgt er voor dat ze er prachtig bij liggen, hij is een van de weinigen in Nederland die weten hoe een echte potbunker gebouwd moet worden’, zegt Rijks. ‘Het is namelijk een hele kunst om het goed te doen. De bodem moet niet vlak zijn maar licht hellen, op zo’n manier dat ballen naar het midden rollen. Anders kom je er nooit uit. De wanden moeten opgebouwd worden met speciaal daarvoor gesneden graszoden en je moet goed zand gebruiken zodat ballen niet pluggen.’

Hoofdgreenkeeper Bosschaart vertelt dat alle 12 de bunkers op de Domburgsche potbunkers zijn. ‘En ze zijn allemaal opgebouwd met gestapelde zoden. We gebruiken zoden die we zelf snijden uit een oud weitje op het terrein. Dat weitje is niet zo zanderig en daar kunnen we goede, stevige zoden uit halen. We snijden er zogenoemde blokzoden uit, een soort stoeptegels zeg maar. Ze zijn 30 bij 30 centimeter en 5 centimeter dik.’ Bosschaart moet elke bunker ongeveer eens in de vijf jaar renoveren. ‘Een gemiddelde potbunker is qua zandoppervlakte zo’n 8 bij 6 meter groot. Als je een potbunker helemaal opnieuw moet opbouwen, dan zijn twee man daar een weekje mee bezig. We doen potbunkerrenovaties altijd in de winter, in de zomer zijn we druk met maaien. Het is een mooi winterklusje, een potbunker opbouwen, je wordt er lekker warm van.’

Een van de leden in de potbunker bij de green
Niet in één slag eruit
Instructie van Michael Versteege, bekijk de video
Michael Versteege staat in de potbunker en is aan de achterkant nauwelijks te zien
Michael Versteege staat in de potbunbker en is aan de voorkant net te zien
De aanleg van een van de potbunkers
Het stapelen van de zoden die de wand van een potbunker vormen
Het werk is af
Een van de leden in de kuil bij green Sandr 7
Michael Versteege, een van de vier pro’s op Heelsum

Lees meer over

Banen Greenkeeping