Ken Brown putt tips One Putt
Ken Brown

Puttinstructie van Ken Brown

12 augustus 2018 Redactie GOLF.NL
In zijn boek One Putt legt Ken Brown uit hoe je een perfecte putt uitvoert. Hier vind je enkele tips uit het boek van de Schotse BBC-commentator en voormalige Tour-pro.

De basis van de grip

Er zijn veel manieren om je putter vast te houden. En vaak maakt het niet eens zo veel uit hoe je dat doet, als je je altijd maar aan drie belangrijke basisprincipes houdt. 

1 Klap in je handen. Voor een goede grip moeten de handpalmen naar elkaar wijzen. Om steeds de juiste grip te krijgen, kun je de volgende handelingen verrichten. Ga rechtop staan met je armen langs je lichaam. Je handpalmen wijzen dan al automatisch naar elkaar. Dit is een natuurlijke houding die je ook tijdens het grippen wilt vasthouden. Breng vervolgens je armen naar voren en je handen bij elkaar en pak zo de grip van de putter vast (zie foto's onder). Als je je handen houdt alsof je wilt klappen, staan ze in de beste positie om de putter loodrecht op de bal te kunnen houden. 

ken brown putt tips

 

2 Niet knijpen. Vermijd spanning in je handen. Zeker als je geen vertrouwen hebt, houd je je putter vaak veel te strak vast. Gevolg is dat je minder gevoel hebt en dat je swing niet ‘vrij’ is. Met de juiste spanning heb je meer controle over de snelheid van de bal en het ritme van de slag. Maar wat is de juiste spanning? Hiervoor is er de ei-test (zie tekening onder). Doe alsof je twee eieren in je hand hebt (of pak er echt twee eieren bij). Hou ze zo stevig vast dat ze niet vallen en ook niet breken. Op een schaal van één tot tien (waarbij tien staat voor knijpen zo hard als je kan en één voor het zo los vasthouden van de putter, dat die net niet uit je handen valt) moet je een vier of vijf scoren. Tiger Woods probeert altijd op een vijf te zitten.

egg test ken brown one putt

 

3. Geen dominanten. Laat je handen met elkaar samenwerken waarbij beide even dominant zijn tijdens de slag. Het is moeilijk om bij impact je clubhoofd recht te houden als je ene hand meer kracht uitoefent dan de andere. Als je deze drie basisprincipes gebruikt, zul je zien, dat:

  • je clubblad recht op het doel blijft;
  • je de bal raakt met de sweet spot (de optimale plek op je clubblad om je bal te raken; met minimaal inspanning haal je het maximale resultaat);
  • je de balsnelheid beter kunt bepalen;
  • je het clubhoofd van de putter ritmisch kan bewegen.

Adresseren

Bij het adresseren is het belangrijkste uitgangspunt: begin en eindig in dezelfde positie. Het is cruciaal om je lichaam tijdens de set-up in precies de goede positie te plaatsen ten opzichte van de bal. Zorg ervoor dat je romp zo min mogelijk beweegt tijdens de slag.
  • Je schouderlijn moet parallel zijn aan de lijn waarop je de bal wilt laten beginnen. Dit omdat die schouderlijn de swinglijn van de putter bepaalt. 
  • Hou de binnenkant van je bovenarmen strak tegen je bovenlichaam; zo maak je een geheel van je armen en romp, wat stabiliteit geeft en cruciaal is voor de controle van je swinglijn.
  • Laat je onderarmen lekker naar beneden hangen, met je handen een fractie vóór het clubblad.
  • Hoe en hoe wijd je je voeten hebt staan, is persoonlijk. Alles is in principe goed mits je stabiel, in balans en zonder spanning boven de bal staat. 
  • Plaats iets meer gewicht op je voorste voet.
ken brown one putt

 

De slag

De slag kun je onderverdelen in vier fasen: de backswing, impact, vlak na impact en de follow-through. Bij die vier stadia zijn er verschillende aandachtspunten.

Backswing
  • Beweeg zo min mogelijk en je hoofd moet helemaal stil blijven.
  • Verzeker je ervan dat de shaft en je linkerpols in bijna dezelfde positie zijn als tijdens het adresseren.
  • Hou je grip licht en stabiel.
  • Hou je bovenarmen dicht tegen je borst voor stabiliteit. Zo voorkom je (ook) dat die onafhankelijk gaan swingen.
  • Gebruik alleen je armen tijdens de swing; je polsen werken als een scharnier die slechts in beweging wordt gezet door het gewicht van het clubhoofd. 
Impact
  • Tijdens/bij impact bevindt de putter zich in precies dezelfde positie als tijdens/bij het adresseren, met de shaft, linkerhand en -onderarm in lijn met elkaar.
  • De bal is geraakt door de sweetspot.
  • Hou je ogen op de bal gericht.
  • Je handen zijn nog steeds een beetje vóór het clubblad.

ken brown instructie

 


Net na impact
  • Hou je lichaam en hoofd stil: hoe stabieler de slag, des te betrouwbaarder het resultaat. Je kijkt de bal dus niet na. 
  • Het clubhoofd swingt door terwijl het dicht bij de grond blijft.
  • Om balans te houden blijft de gewichtsverdeling hetzelfde als bij het adresseren, dus hou iets meer gewicht op de voorste voet. 
Follow-through
  • Draai je hoofd nu een beetje mee terwijl je lichaam op zijn plek blijft.
  • Het gewicht van het swingende clubhoofd zorgt ervoor dat je linkerpols als vanzelf ontspant.
  • Hou je bovenarmen nog steeds dicht tegen je lichaam aan.

Ken Brown over de juiste set-up:


One Putt 

De instructie op deze pagina’s komt uit het boek One Putt, The Ultimate Guide to Perfect Putting van Ken Brown. De Schot is vooral bekend als golfcommentator van de BBC waarin zijn unieke filmpjes over de baan (“Ken on the Course”) een vast onderdeel zijn. Brown was vroeger Tour-pro. Hij boekte op de European Tour vier zeges, waaronder het KLM Open van 1983 op de Kennemer in Zandvoort, en speelde vijf keer voor Europa in de Ryder Cup. Brown was vooral een goede putter en had als bijnaam One Putt. 

One Putt, The Ultimate Guide to Perfect Putting is (alleen in het Engels) online te bestellen bij de uitgever (octopusbooks.co.uk) en bij amazon.com en bol.com (ISBN 978-0-600-63110-1, prijs ongeveer 16 euro).

De maand juli stond op GOLF.NL in het teken van de fairway, de maand augustus in het teken van putten. Nog niet helemaal op de hoogte? Kijk hieronder voor de artikelen en de instructievideo's over deze thema's.

Lees meer over

Puttmaand