Goede 'loft gapping' is cruciaal voor beter spel met je wedges.
De verschillende onderdelen van een wedge.
Bob Vokey (rechts) heeft goede adviezen als het gaat om wedges.
Bob Vokey heeft goede adviezen als het gaat om wedges.

Equipment special: wedges

21 september 2017 Redactie GOLF.NL
Wedges zijn een belangrijk én onderschat deel van je golfequipment. Wedge-goeroe Bob Vokey laat zien dat je met de juiste loft en bounce tot betere scores komt.

Wedge belangrijker dan je denkt

Cijfers over het aantal slagen dat je doet met je wedges, laten zien dat het loont om aandacht te besteden aan die clubs in je tas. Statistieken tonen aan dat een gemiddelde golfer die rond de honderd slagen nodig heeft voor een 18-holesbaan gemiddeld zestien slagen (exclusief putts) doet binnen de 55 meter. Voor de golfer die rond de negentig zit is dat dertien keer en ongeveer vijftien procent van je slagen. Ga je richting de tachtig, dan gebruik je ongeveer tien keer je wedge (zie de tabel hieronder). Met andere woorden: een substantieel aantal slagen doe je met een wedge - en dan tellen we de volle slagen met de wedge nog niet mee!

Niveau golfer

Slagen per ronde*

% per ronde

Tourpro

7

10

80

10

13

90

13

15

100

16

16

*Slagen binnen 55 meter

Vier typen

Net als bij je ijzers en metalwoods luidt de boodschap: ga naar een clubfitter. Wedges zijn er in allerlei soorten en maten en het kan een aardig verwarrende klus zijn om de goede wedge te kiezen.

Om te beginnen zijn er vier typen:

1. Pitching wedge

Dit is de wedge met het minst aantal graden loft, die varieert tussen de 44 en 46 graden. Vaak wordt deze wedge bijgeleverd bij je ijzerset.

2. Gap wedge

De naam zegt het al: de gap wedge is er om het gat te dichten tussen de pitching wedge en de sand of lob wedge. Het aantal graden van de gap wedge zit vaak tussen de 48 en 54 graden.

3. Sand wedge

De sand wedge heeft een loft tussen de 56 en 58 graden. Deze club gebruik je niet alleen uit het zand maar ook voor volle slagen, pitches en chips.

4. Lob wedge

De lob wedge heeft een loft van 58 tot zelfs 64 graden om de bal de lucht in te krijgen en zo snel mogelijk te laten stoppen op de green.

Klassiek ontwerp

In het ontwerp van normale ijzers is te zien dat er veel met cavity backs en gewichtsverdeling wordt gewerkt zodat ook een verkeerd geraakte bal, bijvoorbeeld op de teen of hiel, nog afstand maakt. Wedges daarentegen zijn redelijk hetzelfde gebleven. “Voor een wedge heeft al die technologie niet zo veel zin, want het zijn clubs waarbij het niet om afstand gaat maar om gevoel”, zegt Bob Vokey (zie kader), een van de grootste experts op het gebied van wedges. “Je ziet zo en nu dan wedges verschijnen met een cavity back en andere technologieën, maar dat is volgens mij meer marketing dan iets anders.”

Welke wedge heb ik nodig?

“Ga naar een fitter voor de juiste wedges”, geeft Vokey als advies aan alle golfers. “De meeste Tourspelers hebben drie wedges in hun tas. Toen ik mij nog niet bezighield met wedges, dacht ik ook dat het slechts clubs waren waarmee je uit de rotzooi sloeg. Dat is de grootste misvatting. Nu weet ik dat het de clubs zijn waarmee je scoort. De gemiddelde Tourprofessional raakt per ronde elf greens. De gemiddelde recreatie-golfer misschien vijf of zes en dus heb je clubs nodig waarmee je par kunt redden. Als je op een drivingrange kijkt, zie je dat er het minst op wordt geoefend terwijl het de moeilijkste club is. Neem dus ook les want je hebt veel oefening en techniek nodig om chips, pitches, bunkerslagen, herstelslagen en lobshots te kunnen spelen. Veel mensen proberen drives te slaan van driehonderd meter maar daar hebben ze de swingsnelheid niet voor. Voor ballen binnen honderd meter hebben ze wel voldoende swingsnelheid. Je ziet ook vaak dat spelers niet goed gefit zijn. Als ik een speler fit, vraag ik verschillende dingen. Wat zijn je beste slagen? Waar oefen je veel op? Met welke slagen rond de green heb je moeite? Op wat voor banen speel je? Zijn de greens verhoogd? In dat geval heb je namelijk meer loft nodig. Als het vrij vlak is heb je misschien meer aan een gap wedge. Over het algemeen hebben spelers met een handicap hoog in de tien geen lob wedge nodig maar een gap wedge.”

Loft en gap fitting

Een goede gapping is de eerste stap en het belangrijkste aspect bij het kiezen van een wedge. Vokey: “Ik raad altijd aan dat er een verschil van 4 tot 6 graden en 8 tot 12 meter zitten tussen je wedges. Als de gapping goed is, hoef je niet meer die moeilijke halve of kwart swings te maken, maar kan je alle afstanden met een volle of driekwart swing slaan. Dat maakt golf een stuk makkelijker. Gapping is de laatste jaren belangrijker geworden omdat de standaard pitching wedge steeds minder loft heeft gekregen. Vroeger had de pitchting wedge rond de 51 graden aan loft maar dat is tegenwoordig richting de 46 of 47 graden. Als je dan direct van een pitching wedge van 46 graden naar een sand wedge gaat van 56 is het gat te groot en heb je een probleem als de vlag precies op een afstand staat tussen die twee wedges (zie afbeelding in carrousel). Dan kan een 52 graden wedge uitkomst bieden.” 

Bekijk onderstaande tabel voor de opties die je hebt op basis van het aantal graden van je standaard pitching wedge en of je ruimte hebt voor twee of drie wedges.

Loft Pitching Wedge

Gap Wedge

Sand Wedge

Lob Wedge

43

48

52

58

45-46

50

54

58

45-46

52

-

58

47-48

52

56

60

47-48

54

-

60

Bounce

Naast de loft is de bounce belangrijk. Maar wat is het? Op de afbeelding in de carrousel boven dit bericht kan je goed zien dat elke wedge een zool, een leading edge en een trailing edge heeft. Bounce is de hoek tussen de trailing edge en de leading edge van het clubblad. 

Gene Sarazen was de eerste die in de bunker een wedge gebruikte met bounce. Het zorgde ervoor dat club zich niet ingroef en de bal uit het zand omhoog kwam. De bounce (aantal graden) van een club wordt vaak aangegeven naast de loft. Je zou kunnen zeggen dat bounce belangrijker is dan loft want of je goed contact met de bal maakt, hangt niet van de loft af terwijl de bounce daar wel degelijk invloed op heeft. In z'n algemeenheid moet je behendiger zijn voor een wedge met een lage bounce. Je hebt dan minder zool die je helpt als je de bal niet helemaal goed raakt. 

Vokey: “Verder kijk ik bij een wedge-fitting eerst naar het swingtype. Dat doe ik omdat je, ongeacht de condities, altijd je swing meeneemt. Linksbanen zijn doorgaans harder dan polder- of bosbanen en Tourspelers passen hun swing aan op een harde of zachte ondergrond maar als beginner moet je dat niet doen.” 

Ben je een digger of sweeper? Als je een digger bent heb je een steile invalshoek, sla je volle divots en heb je doorgaans een wedge nodig met meer bounce. Als je een sweeper bent kom je niet steil maar vlak op de bal in en sla je weinig (en ondiepe) plaggen. In dit geval heb je een club nodig met een lage bounce.

Type swing/onderhoud

Bounce

Graden bounce

Digger/zacht

Hoog

10-14

Neutraal/normaal

Mid

8-10

Sweeper/hard

Laag

6-8

Tot slot heb je nog de grind maar dat komt pas later in de fitting naar voren; het kiezen van een wedge begint bij de loft en de bounce en als je dat hebt gedaan ligt de grind al zo goed als vast. Je clubfitter kan je hierover advies geven.

Slijtage

Het is vaak onderwerp van gesprek als het over wedges gaat: wanneer zijn wedges versleten? Groeven zijn onmisbaar voor het creëren van spin, maar groeven slijten, en dat kan snel gaan als je veel oefent (vooral uit de bunker). Topspelers als Jordan Spieth vervangen zo’n vier keer per jaar hun lob en sand wedge. Titleist heeft dit jaar onderzoek gedaan en kwam met de volgende uitkomsten:

Aantal rondes

Rol (meter)

Spin (rmp)

0 (nieuwe wedge)

3

8500

75

5,5

7700

125

7,3

6500

“Het is een richtlijn”, zegt Titleist. “Wedges slijten, wat voor techniek wij ook gebruiken om de groeven langer mee te laten gaan. Het gevaar voor gemiddelde golfers is dat ze het niet merken omdat het geleidelijk gebeurt. Natuurlijk snappen wij dat niet iedere golfer zo vaak zijn wedges kan en wil vervangen. Wij adviseren dat als je je korte spel serieus neemt, je na 75 rondes moet bekijken of je wedges nog goed presteren.”

Wie is Bob Vokey?

Als er een naam synoniem staat voor expertise op het gebied van wedges is het die van Bob Vokey. De ambachtsman viert dit jaar de twintigste verjaardag van zijn eigen Bob Vokey-lijn die al jarenlang de norm is. De inmiddels 77-jarige Canadees belandde in de clubreparatie nadat hij erachter kwam dat een carrière als Tourpro niet voor hem was weggelegd.

“Ik sloeg fairwaywoods naar de green, terwijl de andere jongens een ijzer sloegen”, vertelt Vokey als we hem in Duitsland ontmoeten. Vokey begon in San Diego in 1976 zijn eigen winkeltje waar hij clubs repareerde en al snel in contact kwam met Tourspelers. Na een aantal tussenstops bij Taylormade en Founders Club belandde hij bij Titleist, waar grote baas Wally Uihlein hem vroeg een wedge te ontwerpen. Andy Bean was de eerste Tourpro die in 1997 in de St. Jude Classic een ontwerp van Vokey gebruikte: de 456.14 wedge. “De wedge was al goedgekeurd door de USGA, maar ik had slechts een paar prototypes. Bean wilde na een paar oefenslagen echter per se met de club de baan in. Ik belde Titleist en ze gingen akkoord.” 

Na de eerste toernooizege van Bradley Hughes in 1998 met een ‘Vokey’ in de tas ging het hard. In de jaren die volgden werkte hij samen met legendes als Lee Trevino en Seve Ballesteros (“De beste wedge-speler die ik ooit heb gezien”). Tel daar namen als Phil Mickelson, Tiger Woods, Ernie Els, Sergio Garcia, Adam Scott, Rory McIlroy en Jordan Spieth bij op en je hebt een aardige research & development afdeling voor het ontwerpen van de beste wedges. Twintig jaar later is de vakman toe aan de zesde serie van Spin Milled-wedges, waarbij de groeven op speciale wijze worden gefreesd. De wedges van Vokey behoren tot de best verkochte (11 miljoen stuks) en zijn de meest gebruikte op de verschillende Tours.

Winactie

Wat is jouw mooiste slag met een wedge? Mail het naar redactie@golf.nl en onder de leukste inzendingen verloten we twee Titleist Caps met een handtekening van wedgegoeroe Bob Vokey. Update: De twee caps zijn gewonnen door B. van Boesschoten en H. Koot.