Greenkeeper Andrew onthult zijn mooiste plek op De Leeuwenbergh: 'Voor golfers met thuis alleen een balkonnetje is dit hun luxe tuin'
28 maart 2026Edwin Alblas
De golfbaan is veel meer dan gemaaide fairways en kortgeschoren greens met een gat erin. Natuurlijk hebben golfers tijdens hun ronde niet alleen oog voor de bal, maar ook voor de natuur. In deze rubriek onthullen greenkeepers hun favoriete plek op de baan. Voor Andrew Knott van De Leeuwenbergh in Den Haag is dat een eilandje (waar mogelijk klaterend applaus lonkt).
Oh oh Den Haag, mooie stad achter de duinen. De Schilderswijk, Lange Poten en het Plein… Deze liedtekst zit verankerd in ons collectief geheugen. Hoewel De Leeuwenbergh er niet in voorkomt, is deze locatie wel degelijk ook een uniek stukje Den Haag.
Luxe tuin
“Een golfbaan midden in de stad is bijzonder”, glundert greenkeeper Andrew Knott dan ook bij de ontvangst in het clubhuis. “Veel mensen die hier spelen hebben thuis misschien geen tuin of alleen een klein balkon. Voor hen voelt de golfbaan als een groene omgeving, een luxe tuin, waar ze midden in de natuur kunnen zijn. Bloemen, bomen en open ruimtes spelen daarin een belangrijke rol.”
Op de vraag of stedelijke groei een gevaar vormt voor deze golfbaan, verraadt zijn gelaatsuitdrukking al zijn zorg. Oprukkend beton is altijd een bedreiging op groene plekken in de stad, ook hier, weet hij. Vanuit het stadhuis wordt er nadrukkelijk gekeken naar het stuk grond dat ligt ingeklemd tussen de Vliet en de A4, maar als natuurgebied o zo relevant is.
Fascinerend om te zien hoe de vleermuizen zich door de baan bewegen
Dat wil Andrew maar al te graag duiden. Hij pakt een iPad erbij om zijn punt te maken en vertelt met behulp van Google Maps zijn verhaal. Over de opvoedkundige functie van de golfbaan, die mensen bewust maakt van het belang van een evenwichtig natuur. Over wat er groeit en leeft op en rond de golfbaan en waarom de mensheid daarbij gediend is.
Van vogels tot vleermuizen
Je komt op De Leeuwenbergh geen herten tegen, zoals op de golfbanen in het duinen- en bosgebied, maar de flora en fauna hier zijn niet minder belangrijk, aldus Andrew.
“Als we bloemen krijgen, trekken die hopelijk insecten aan. En insecten vormen weer voedsel voor vogels en vleermuizen. Zo ontstaat er een keten die het hele ecosysteem op en rond de golfbaan versterkt. We hebben ’s nachts onderzoek gedaan naar vleermuizen. Met nachtzichtapparatuur konden we zien hoe ze vanuit de stad richting het water vliegen en daar jagen. Het was fascinerend om te zien hoe ze zich door het landschap bewegen.”
Muggen verklappen een hoop
Niet alleen de vleermuizen verruilen op gezette tijden de stad om zich te vermaken op De Leeuwenbergh. Op de digitale kaart trekt Andrew met zijn wijsvinger de vlucht van muggen, die als het ware een natuurlijke route nemen en zich bij een bomenrij afsplitsen richting water. “Door dat soort bewegingen te volgen, kunnen we zien hoe dieren het gebied gebruiken. Dat helpt ons om de baan natuurvriendelijker in te richten. De natuur was er natuurlijk altijd al, maar door gerichter beheer proberen we die nog beter te ondersteunen.”
‘Steward of the land’
Het greenkeepersteam van Andrew haalt in alle eerlijkheid meer plezier uit het in stand houden en verbeteren van de natuur dan het maaien van een fairway of een green. De term greenkeeper dekt dus al lang de lading niet meer? Hij beaamt dat met een knikje. “In Engeland heb ik een collega weleens horen zeggen dat hij zich meer een steward of the land voelt en dat vind ik wel mooi omschreven. We verzorgen het land.”
Een belangrijk onderdeel van dat beheer is simpelweg onderhoud. “Door gebieden regelmatig te maaien en het gemaaide gras af te voeren, verandert langzaam de vegetatie. In het begin is dat even werk, maar als je dat een paar jaar volhoudt, zie je dat bepaalde planten verdwijnen en andere soorten juist terugkomen.”
Op die manier ontstaat er ruimte voor meer natuurlijke begroeiing, weet Andrew. “Zo kun je natuurcorridors creëren, verbindingen waarlangs dieren, vogels en insecten zich door het landschap kunnen verplaatsen. Het mooie is dat de natuurprojecten die we hier oppakken ook goed samengaan met golf. Spelers merken dat de baan groener en levendiger wordt, terwijl de speelbaarheid behouden blijft.”
Een mooie naam voor deze plek ontbreekt nog
Klaterend applaus op de mooiste plek
Maar wat is tussen al dat groen dan Andrews favoriete plek? Vanuit het clubhuis kun je die al zien liggen: het eilandje langs de fairway van de dogleg twaalfde hole. Op De Leeuwenbergh is dat de hole die bij het clubhuis uitkomt en waar je voor het oog van een vol terras in de zomer op klaterend applaus hoopt.
Het eilandje was niet meer dan een overwoekerd perceel en doet na uitdunning nu dienst als baken voor onder meer vogels en insecten. Het perkje met bloemen, een door een creatieve greenkeeper gemaakte houten waterbak en twee eendenkooien maken het tot een klein paradijs dat voor de mens via een houten brug is te bereiken. Een mooie naam voor deze plek ontbreekt alleen nog…
Dit is geen landingsgebied voor geslagen golfballen, maar speelt dus een belangrijke rol in het ecosysteem. “Het is onderdeel van de natuurcorridor. Langzaam begint alles zich met elkaar te verbinden. De rommelige stukken verdwijnen en maken plaats voor een gezondere basis. Dat maakt het voor vogels en insecten mogelijk om zich vrij door het gebied te verplaatsen.”
In de ochtend is de baan op z’n mooist, stelt Andrew resoluut. “Dan zie je de natuur echt tot leven komen. Vogels worden wakker en zijn druk, dieren laten zich zien en het is rustig op de baan. Er staan geen golfers achter je te wachten en er speelt niemand voor je. Je hebt dan echt het gevoel dat je midden in de natuur bent.”
De ontdekkingen van een vogelkenner
Vogelkenner Bart, spelend lid, houdt regelmatig bij wat er zoal op De Leeuwenbergh wordt gespot. Hij deelt zijn ontdekkingen maar al te graag met Andrew. De laatste vier jaar krijgt de club regelmatig bezoek van de grote en kleine zilverreiger, het aantal groene bonte spechten is in de afgelopen jaren flink vermenigvuldigd omdat dode bomen blijven staan en ook de zeldzame middelste bonte specht is al gesignaleerd, net als de vuurgoudhaan. Bovendien lijkt de ijsvogel zich op de baan te hebben genesteld.
Andrew prijst zich gelukkig op deze plek in Den Haag, waar winstbejag geen beleid is, maar elke euro die wordt verdiend terugvloeit in de baan en projecten. “In mijn werk is het belangrijk dat je de vrijheid hebt om ideeën te ontwikkelen en dingen uit te proberen, als ze maar passen bij het landschap en het type grond dat je beheert. Binnen die grenzen kun je heel creatief zijn.”
Sportaccommodatie van het jaar?
Op de weg terug via de green van 12 naar het clubhuis zijn veel zonnepanelen te zien. “De energie slaan we op in batterijen voor later gebruik. Op die manier proberen we zo efficiënt mogelijk met energie om te gaan.”
Het is dan ook ‘geen toeval’ dat De Leeuwenbergh dit jaar een van de vijf gegadigden is voor de titel 'Sportaccommodatie van het jaar 2026', een verkiezing waarin duurzame energie, materiaalhergebruik en biodiversiteit centraal staan. In juni wordt de winnaar bekend.
Druivenschillen als medicijn
Onderweg stopt Andrew even op de green om wat zwarte kruimels uit te vegen. De korreltjes zijn gemaakt van druivenschillen. Via-via kwam Andrew erachter dat het natuurlijke middel een uitstekend medicijn voor de greens is. “We gebruiken hier ook geen herbiciden en fungiciden. We proberen de ziektes en problemen op een natuurlijke manier op te lossen en werken met biologische processen om het bodemleven te versterken.”
“Het gaat uiteindelijk om balans”, besluit Andrew. “Mooie landingzones creëren voor golfers en ruimte laten voor de natuur. Dat maakt dit een betere plek om te spelen en een prettigere plek om te werken.”