Banen & Clubs

Potbunkers: schrik van de golfbaan

In Ierland en Groot-Brittannië stikt het er van: potbunkers. In Nederland zijn er maar zo’n 20. Wat is een potbunker en – belangrijker – hoe kom je er uit?

Op de baan van Golfclub Heelsum bij Arnhem liggen vanaf het begin (2004) twee potbunkers. De zandkuilen zijn in 2018 gerestaureerd en nu weer heel intimiderend. Ze zijn diep, klein en gemeen: het is moeilijk om de bal er weer uit te krijgen. 

Ze liggen bij de green van hole Sandr 7 en op de fairway, zijn ongeveer 1,60 meter diep en de meeste spelers kunnen dus net boven de rand uitkijken als ze in de kuil staan. De bal rolt meestal naar het midden van de potbunker en dan kun je in elk geval een swing maken, maar heel soms eindigt de bal vlakbij de steile wand en dan is een herstelslag zelfs voor professionals uiterst moeilijk.

Martin Watt, de hoofdpro van Golfschool Heelsum, komt uit Schotland, waar golf vandaan komt, en vertelt waarom we bunkers op golfbanen hebben. "In de tijd voordat er met paarden en machines gemaaid werd, zorgden schapen er voor dat het gras kort bleef", zegt Watt. De schapen rusten en sliepen op plaatsen achter heuveltjes, uit de wind. Op hun rustplaatsen werd het door de beweging van de hoeven zanderig. Watt: "Toen er behoefte ontstond aan meer golfbanen gingen ze ook bewust bunkers graven op de nieuwe banen, als hindernis voor de golfers."

Kookpot

Een potbunker, zo leren we op GC Heelsum, onderscheidt zich van andere zandhindernissen. Een gewone bunker is in het algemeen langgerekt, ze hebben met flauw aflopende wanden en zijn niet diep. Een potbunker is rond en diep en heeft steile wanden die opgebouwd zijn met gestapelde graszoden. De naam is niet een afkorting van de Engelse term ‘pothole’ (kuil, gat) maar van het woord ‘cooking pot’. Een pothole is dus een kuil in de vorm van een kookpot. 

De eerste bunkers – door schapen gevormd – waren vrij vlak en ruig. Pas later kwamen er potbunkers: mensen maakten de zandhindernissen dieper met als grote voordeel – voor het onderhoud – dat het zand niet steeds over het gras waait. Een potbunker is dus niet de moeder van alle bunkers, maar wel de grootste schrik van alle zandkuilen op een golfbaan. 

Potbunkers komen vooral voor op linksbanen aan zee waar het altijd waait, maar je treft ze soms ook aan op binnenlandse golfbanen die op zandgrond zijn gebouwd. De Heelsumse (27 holes) is een baan op zand. "Op Golfclub Heelsum streven we ernaar een fraaie heidebaan te creëren zoals je ze veel in Groot-Brittannië aantreft", vertelt baancommissaris Peter Smits.

Opgestapeld

De wanden van potbunkers worden opgebouwd met gestapelde graszoden. Alle zandhindernissen waarbij deze techniek is gebruikt, worden ‘reveted bunkers’ genoemd. De opgestapelde zoden zorgen er voor dat de bunkers niet instorten en voorkomen dat golfballen zich in de wanden boren. Bij de renovatie van de potbunkers op Heelsum is gekozen voor gestapelde kunstgrasplaggen. Smits: "Een potbunker die is opgebouwd met graszoden moet je eens in de drie tot vijf jaar opnieuw opbouwen. Met kunstgrasplaggen hoeven we dat maar eens in de twintig jaar te doen en er is tussentijds ook minder onderhoud nodig. We streven op Heelsum naar duurzaam beheer en we gebruiken liever geen kunstgras maar in dit geval vinden we het verantwoord. In de potbunkers is kunstgras van hockeyvelden hergebruikt en we voeren het artificiële gras na twintig jaar weer af."

Als je het niet weet, dan zie je niet dat de wanden zijn opgebouwd met kunstgraszoden. Maar mocht het plastic toch zichtbaar worden, dan is er een trucje voor. Smits: "De wanden insmeren met een laagje yoghurt en bier, dan krijg je een soort algenvorming en een natuurlijke aanblik."

Fraai aanblik 

Als je bij hole Sandr 7 gaat kijken, dan zie je dat de potbunker naast de green veel ballen opslurpt. Bij de zandkuil op de fairway is dat niet het geval. Die ligt op zo’n 200 meter van de tee en is vooral in spel voor de betere golfer die ver slaat. De potbunkers bieden een fraaie aanblik maar zijn de leden wel blij met deze diepe kuilen op hun baan? "In het algemeen wel, de meeste leden zijn positief", zegt baancommissaris Smits. "Sommigen vinden zelfs dat we er meer moeten aanleggen in onze baan en daarover zullen we gaan nadenken." 

Sommige leden vinden zelfs dat we meer potbunkers moeten aanleggen in onze baan

De andere 108 bunkers op de Heelsumse? Ze zijn een makkie vergeleken met de potbunkers … Ze zijn niet heel diep en zien er heel mooi uit. Deze bunkers hebben met opzet ruwe en onregelmatige randen en kronen van heide. Waarom? Omdat dit een natuurlijker beeld geeft. De schapen die vroeger het gras op de golfbanen maaiden, maakten immers nooit een ronde diepe kuil.

Potbunkers in Nederland

De beroemdste potbunker van de wereld is de Road Hole Bunker op de Old Course van St Andrews. In Nederland kun je op de volgende banen stranden in één of meer potbunkers.

  • Golfclub Heelsum (2; ontwerp Hans Hertzberger en Steve Marnoch, 2004)
  • Heiloo (1, ontwerp Alan Rijks, 2004)
  • Texel (2, diep en ondiep; ontwerp Alan Rijks, 1997)
  • De Scherpenberg (5; ontwerp Tom MacAulay/Alan Rijks, 1999; de potbunkers zijn geïntroduceerd door de vormalige Engelse hoofdgreenkeeper)
  • Golfbaan Midden-Brabant (2, ontwerp Alan Rijks, 2001)
  • The Duke (1; ontwerp Alan Rijks, 1991)
  • Noordwijkse (ontwerp Paul de Jong, Ken Cotton, 1969)
  • Koninklijke Haagsche (ontwerp Charles Alison, Harry Colt, 1938)
  • Kennemer (ontwerp Hary Colt, 1928)
  • Domburgsche (12; ontwerp E.C. Warren, 1914)

Volgens golfbaanarchitect Alan Rijks hebben de oude kustbanen (Domburgsche, Noordwijkse, Kennemer, Haagsche) allemaal ‘potbunkerachtige’ hindernissen. "Dat heeft te maken met het grote voordeel dat een potbunker biedt: het zand blijft in de bunker, zelfs als het stormt." Echte potbunkers – rond, diep en opgebouwd met gestapelde zoden – zijn er in Nederland niet veel. De meeste liggen op de 9-holesbaan van de Domburgsche Golfclub uit 1914. "De Domburgsche heeft de meest originele potbunkers van Nederland", zegt architect Rijks, die in de afgelopen jaren aanpassingen aan het ontwerp van E.C. Warren heeft gedaan en die ook op zijn eigen ontwerpen potbunkers heeft laten bouwen, bijvoorbeeld op de Texelse.

Stevige zoden

"Hoofdgreenkeeper Arjen Bosschaart van de Domburgsche zorgt ervoor dat ze er prachtig bij liggen, hij is een van de weinigen in Nederland die weten hoe een echte potbunker gebouwd moet worden", zegt Rijks. "Het is namelijk een hele kunst om het goed te doen. De bodem moet niet vlak zijn maar licht hellen, op zo’n manier dat ballen naar het midden rollen. Anders kom je er nooit uit. De wanden moeten opgebouwd worden met speciaal daarvoor gesneden graszoden en je moet goed zand gebruiken zodat ballen niet pluggen."

Een echte potbunker bouwen, het is een hele kunst om dat goed te doen

Hoofdgreenkeeper Bosschaart vertelt dat alle twaalf bunkers op de Domburgsche potbunkers zijn. "Ze zijn allemaal opgebouwd met gestapelde zoden. We gebruiken zoden die we zelf snijden uit een oud weitje op het terrein. Dat weitje is niet zo zanderig en daar kunnen we goede, stevige zoden uit halen. We snijden er zogenoemde blokzoden uit, een soort stoeptegels zeg maar. Ze zijn 30 bij 30 centimeter en 5 centimeter dik." Bosschaart moet elke bunker ongeveer eens in de vijf jaar renoveren. "Een gemiddelde potbunker renoveren is qua zandoppervlakte zo’n 8 bij 6 meter groot. Als je een potbunker helemaal opnieuw moet opbouwen, dan zijn twee man daar een weekje mee bezig. We doen potbunkerrenovaties altijd in de winter, in de zomer zijn we druk met maaien. Het is een mooi winterklusje, een potbunker opbouwen, je wordt er lekker warm van."

Lees meer over
Banen Instructie