“Dit was mijn allerslechtste sessie ooit.” Met die woorden sjokte ik begin deze maand richting de uitgang van ’t Sybrook, na een les waarin ik op zoek ging naar een medicijn voor mijn backswing-yips. Ik had de neiging me te verontschuldigen bij mijn golfpro Loed, zo beroerd voelde ik me over mijn eigen golfspel.
Maar wie de bodem ziet, kan ook weer omhoogkijken. Zelfs in deze sport. Na mijn sombere blog van twee weken terug, kwam er hulp uit onverwachte hoek. En sindsdien zie ik het licht plots weer helder schijnen.
Volg niet je natuurlijke instinct, maar doe het omgekeerde
Mede dankzij de volgende conclusies van een attente lezer (die liever anoniem blijft): ‘De kern van wat ik zie als ik naar je golfvideo’s kijk, is dat je te veel naar de golfbal slaat en te weinig een golfswing maakt’, schrijft hij in zijn uitgebreide e-mail.
Zijn volgende inzicht is misschien nog wel interessanter: ‘Volg niet je natuurlijke instinct, maar doe het omgekeerde. Hoogspringer Dick Fosbury deed hetzelfde in 1968. Tot die tijd maakten alle hoogspringers een buikrol over de lat. Fosbury deed als allereerste ter wereld het omgekeerde: hij sprong ruggelings over de lat. Het leverde hem olympisch goud op in Mexico City en eeuwige roem. Want sindsdien hanteren alle hoogspringers de ‘Fosbury-flop’.’
Fascinerend. Het draait niet alleen om wát werkt, besef ik, maar ook waaróm het werkt. Of nog beter, in de woorden van wijlen Johan Cruijff: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’
Na deze verhelderende inzichten (ik sta open voor al jullie input, beste lezers!) vlieg ik vol opwinding naar buiten om ze onmiddellijk te vertalen naar mijn swing. Ik gris mijn verstofte impactmat uit de garage en leg aan in mijn stenen achtertuin.
De setting oogt allicht wat knullig, maar soit. Onmiddellijk is het goede gevoel weer daar. Mijn armen volgen automatisch de beweging van mijn lichaam en ik swing niet meer over de top. Maar hoe is het mét bal?
Ik kan niet wachten om het in de praktijk te brengen, en dat hoeft gelukkig ook niet lang. Twee dagen later ben ik op Golfclub Zwolle voor 18 holes met een van mijn golfmaten: schilder Justin Verboom (25). Hij is ongeveer gelijktijdig met mij begonnen aan deze sport, maar dankzij ogenschijnlijk iets meer aanleg en vrije tijd nu al gezakt naar handicap 15. Chapeau. Ik ben benieuwd hoe en of ik me überhaupt kan meten met deze jonge Zwollenaar.

Wat in de eerste plaats al helpt, is dat we anderhalf uur van tevoren arriveren op de baan. Rustig bijpraten, lunchen en aansluitend ontspannen inslaan op de drivingrange. Wat een weelde. Deze aanloop heeft ongetwijfeld een positievere uitwerking op de ronde dan het gebruikelijke gestress en gehaast (zoals vorige maand in Kuala Lumpur).
Justin, die een mooie swing heeft als je het mij vraagt (zie video hierboven), heeft wat fysieke ongemakken en mijn vertrouwen is nog broos. Dus besluiten we deze zondag vanaf rood te spelen. “Eens kijken wat het mij brengt. Het belangrijkste is dat ik het goede gevoel weer ga ervaren in de baan”, zeg ik, terwijl we naar de eerste tee lopen.
Ik moet denken aan de woorden van Ries, die ik onlangs interviewde voor de rubriek '9 versus 18'. Hij ziet veel golfers op zijn club die per se willen spelen vanaf geel. ‘Een typisch mannending’, noemt hij dat, terwijl het je spelplezier en de snelheid in de baan kan ondermijnen. Laat ik zijn inzichten ook eens opvolgen en niet zo kinderachtig doen. Rood is voor mij immers nog altijd de aanbevolen teekleur in de GOLF.NL-app.
‘Vandaag is rood... de kleur van mijn tee’, zingt het rond in mijn hoofd. Oei, ik weet niet of Marco Borsato de juiste swinggedachte is, maar daar gaan we dan…
Ik rek mezelf eens goed uit, trek de driver uit de tas en denk aan alle nieuw verworven inzichten. Ik adem diep in en rustig uit. Een oefenswing en zoefff, de eerste slag is raak. Waar ik normaal als een diesel moet opwarmen en steevast de eerste hole om zeep help, draait het nu meteen als een tierelier.
Na twee bogeys volgen twee parren en we komen na exact 1 uur en 45 minuten (ik kan dus wel vaart maken, Gerard Louter) door in 44 slagen. Precies evenveel als Justin. Wat een middag. Nu al! (Niet aan de score denken, niet aan de score denken, fluistert een stemmetje in mijn hoofd.)
Ik voel me gezegend. De frustraties van de afgelopen weken hebben plaatsgemaakt voor een soort gloed, een voldaan gevoel dat door mijn aderen stroomt. Ik zie de wereld nog nét niet door een roze bril, maar veel scheelt het niet.
Is die backswing-yips dan ineens verdwenen? Nee, maar het hindert me veel minder. De rust in mijn swing is terug en dat geeft vertrouwen. En vertrouwen geeft rust. Dit samenspel kan je de ene dag tot wanhoop drijven, maar op een dag als vandaag is er sprake van pure symbiose.
Ik raak maar liefst 10 van de 14 fairways, wat mijn solide ronde toch wel het meest onderstreept
Dat uit zich onder meer op hole 7. Nadat ik de mist in ga met een shank en een verprutste bunkerslag, houd ik het hoofd koel door de bal vanuit een helling in de rough keurig bij de vlag te chippen. Zo houd ik de schade beperkt tot een triple bogey en voorkom ik de eerste streep op de kaart.
En die zal er ook niet komen, hoewel op de tweede negen de wind flink opsteekt en de omstandigheden – alsmede de holes – steeds uitdagender worden.
Op hole 10 volgt eerst het hoogtepunt van de dag. Na een solide drive - midden fairway - en een net niet zuivere approach, maak ik een up & down vanuit de bunker. Er gaat weinig boven dat doffe gevoel van de club die dankzij de bounce door het zand glijdt en de bal – mét spin – dicht bij de vlag laat landen. Weer een par!
Zes maak ik er maar liefst in totaal. Goed voor een van de zeven vinkjes die ik na deze middag mag zetten op mijn zelfbedachte challengekaart (zie hieronder). Zeven positieve vinkjes in dit geval… Ik raak maar liefst 10 van de 14 fairways, wat mijn solide ronde toch wel het meest onderstreept. Met het korte spel en de approaches ‘houd ik de scores goed bij elkaar’, zoals dat zo mooi heet. Wat heerlijk dat ik die uitspraak ook eens op mezelf mag betrekken.
Vanaf hole 13 kak ik wat in, hetgeen gebruikelijk schijnt te zijn bij 18 holes, maar ik verlies in de hele ronde slechts één bal. Met mijn tweede slag op hole 13 probeer ik meters te maken na een korte drive die door de wind is tegengehouden. De overmoed met mijn hybride-3 wordt direct afgestraft, want ik vind mijn naar links afgeslagen bal niet terug.
Oh ironie. Precies een jaar eerder beleefde ik, eveneens op 19 april, mijn eerste bescheiden doorbraak als golfer dankzij de ontdekking van deze hybride-3 - ditmaal brengt hij me exact een jaar later in wederom een doorbraakronde juist in de problemen.
Met een lange putt houd ik de streep ook hier gelukkig van de kaart (een 8 op par 5). En dat kunstje herhaal ik op de lastige slothole, waarin ik traditioneel aan het ‘goochelen’ sla. Na een perfecte afslag, jaag ik de tweede bal in het riet met mijn ijzer-7. Ik besluit de bal te droppen, maar top ‘m vervolgens richting de overkant de bosjes in. Eenmaal op de green tover ik nog één keer met de putter.
Justin heeft al afgesloten met een par als ik aanleg voor een putt van zeker 12 meter. Hij valt warempel in de hole! Wederom een 8 op een par 5, maar ook hier gelukkig net geen streep. "Wat een safe", roept de sportieve Zwollenaar bij wie de handen op elkaar gaan voor deze monsterputt.
Na 3 uur en 59 minuten stappen we voldaan het clubhuis binnen. Als we de scores optellen blijkt die laatste putt nogmaals goud waard: ik heb Justin – met zijn handicap 15 – zelfs verslagen. 94 tegenover 95 slagen.
Dankzij 49 Stablefordpunten zakt mijn handicap van 38,9 naar 35,3, maar het belangrijkste: mijn doel voor 2026 is nu al behaald! Alhoewel: “Telt dit eigenlijk ook vanaf rood?”, vraag ik mezelf onmiddellijk hardop af.
Nee, is mijn conclusie. Een ‘typisch mannending’ of niet, het telt pas echt vanaf geel. De zwaartekracht is niet alleen goed voor mijn golfswing, maar ook om beide benen op de grond te houden.
Wil je ook reageren of heb je tips voor mijn doel 'breaking 100'? Mail dan naar roy.heethaar@golf.nl.