Als de gemankeerde linksback van een bierteam die een potje mag voetballen in de Johan Cruyff ArenA. Zo voel ik me een beetje wanneer ik begin maart samen met mijn goede jeugdvriend ‘Tinus’ in de bloedhitte arriveer op de eerste tee van Kuala Lumpur Golf & Country Club (KLGCC) - de Championship Course (West) nota bene.
Van wintergolf in Putten naar een ronde op een internationale topbaan in tropische omstandigheden. En dat met mijn ‘handicapje 38,9’. Het kan verkeren.
Ik heb gebluft over onze handicaps
Nadat ik half februari de Nederlandse kou ontvluchtte voor een rondreis door Zuidoost-Azië, werd ik al snel ingehaald door de realiteit. De onrust in de Golfstaten zorgde voor een uitgestelde terugvlucht en de nodige kopzorgen.
Maar eenmaal in Maleisië - na een trip van tien dagen door het geweldige Vietnam - is er slechts één soort 'golf' waar ik me op wil concentreren: een ronde op de Championship Course van KLGCC. Hoe zal het me vergaan, na zeker zes weken zonder golf? Dat is de grote vraag voor deze opwarmer naar het nieuwe golfseizoen in Nederland en mijn missie Breaking 100.
Tinus woont en werkt in Kuala Lumpur en is sinds kort ook besmet met het golfvirus. Op de basisschool vochten we vroeger al heel wat verhitte duels uit, van flippofights tot knikkerconfrontaties, en nu gaan we voor het eerst de clubs kruisen op de golfbaan. “Ik zorg wel dat we op KLGCC een ronde kunnen spelen”, belooft hij al voordat ik het vliegtuig ben ingestapt.
En hij heeft woord gehouden. “Ik heb gebluft over onze handicaps”, zegt mijn voormalige dorpsgenoot met een knipoog op de dag des oordeels. Maar wie denkt dat je met deze uiterst pientere jonge veertiger - werkzaam bij de Wereldbank - rustig en ontspannen kan toeleven naar een epische golfervaring, heeft het mis.
Tinus is een notoire laatkomer, tot belangrijke sollicitatiegesprekken bij de Deutsche Bank aan toe (zo heb ik me laten vertellen door zijn vrouw). Zo’n type dat gedijt bij hoge tijdsdruk, terwijl de meeste mensen juist bevangen raken door blinde paniek wanneer de laatste kritieke seconden wegtikken voor een belangrijke afspraak.
Zo ook bij ons eerste treffen in de baan. Onze starttijd (11.08 uur) dreigt serieus in gevaar te komen, maar Tinus is de rust zelve. Hij gunt zichzelf nog een uitgebreide blik op de drivingrange, terwijl ik als een havik het parkeerdek scan op zoek naar beschikbare buggy's die naar het clubhuis pendelen. “Daar is er een!”, kraai ik naar Tinus, terwijl in mijn hoofd reeds de final call voor ons wordt omgeroepen alsof we op het vliegveld zijn. (“Last warning for Tinus and Roy: come to the first tee now.”)
Maar zover zijn we nog lang niet. Eerst nog afrekenen, clubs huren, enzovoort. Even rustig inslaan? Jammer dan! Het is al 11 uur geweest als we het ene na het andere imposante gebouw passeren in de buggy. Het is maar goed dat we deze assistentie krijgen, want hoe hadden we anders in vredesnaam de juiste balie kunnen vinden op dit terrein, dat één groot golfdorp op zichzelf is?
Ik haal diep adem, en eindelijk begin ik echt te landen op deze waanzinnige plek
Afijn, als we even later dan eindelijk onze greenfees aftikken, blijkt hoe ongelooflijk strak alles geregeld is bij zo’n internationale topbaan. Caddies staan in rijen opgesteld om al die gretige golfers naar de tees te begeleiden en van alle gemakken te voorzien tijdens de ronde. Maar dat kost dan ook wel een lieve duit: 637 Maleisische ringgit welteverstaan. Omgerekend zo'n 140 euro voor 9 holes.
Ja, we zijn te laat, maar gelukkig blijkt dat niet zo’n groot probleem als ik vreesde. Bij de eerste tee worden we zelfs nog glimlachend welkom geheten door twee jonge Maleisiërs. “Eet nog even wat, drink nog wat”, zegt een van hen, en hij wijst naar de koelbox die aan de buggy hangt. Twee sportdrankjes tussen de ijsblokjes. “Ahhh, net wat ik nodig had”, zeg ik tegen Tinus. Ik haal diep adem, en eindelijk begin ik echt te landen op deze waanzinnige plek.
Want dat is het. Strakke groene fairways, snelle greens, mooie glooiingen. En wat te denken van al die (ontelbare) parelwitte bunkers? Het lijkt bijna alsof we hier op een strandvakantie zijn.
En dan is het tijd voor de eerste afslag. Tinus heeft zich breeduit ingedekt van tevoren. “Ik ben echt heel slecht en top bijna elke bal”, zo heeft hij meermaals herhaald in aanloop naar deze ronde. Iets wat mij bekend in de oren klinkt, want tot voor kort ging ik ook gebukt onder deze hardnekkige golfkwaal.
Maar dan slaat mijn flightgenoot niets minder dan een wereldbal. Een kaarsrechte drive van zeker 200 meter. Ik kan mijn ogen bijna niet geloven. Zelfs caddie Rajendran is diep onder de indruk. “Nice stroke!”
Mijn eerste bal gaat wat ver naar links, maar Rajendran zegt dat ik het nog eens mag proberen. Alleen voor deze ene keer dan. Het is een ‘oefenronde’ immers, al maken Tinus en ik er heus een beladen wedstrijd van. En nu is hij wel goed. Kaarsrecht, midden fairway. Lekkere start dit!
Tinus en ik geven elkaar een high five en vervolgen uitgelaten onze weg. Na een approach die out of bounds vliegt, win ik dankzij een fraaie putt vanuit de fringe alsnog de eerste hole (we spelen matchplay, maar houden tegelijkertijd onze totaalscores bij).
Op hole 2 zegt de goedwillende caddie iets tegen mij wat hij beter niet had kunnen zeggen
De kop is eraf, maar daarna is het voor mij al gauw gedaan met de pret. Op hole 2 zegt de goedwillende caddie iets tegen mij wat hij beter niet had kunnen zeggen. “Stand closer to the ball!”, roept hij voordat ik wil afslaan met de driver. Hij heeft in dit geval misschien gelijk, maar het is een zinnetje dat de hele ronde door mijn hoofd blijft spoken en dodelijk blijkt voor vrijwel al mijn wedge- en ijzerslagen, omdat ik (achteraf bezien) steeds iets dichter op de bal kruip. Met veel shanks en early extensions tot gevolg.
Hoewel ik deze ongeëvenaarde ervaring koester, speel ik misschien wel de slechtste ronde uit mijn leven. Tinus daarentegen piekt als nooit tevoren en lijkt in totale ontspanning over de baan te bewegen. Dat er zo nu en dan een ongeduldige caddie van een volgende flight opduikt om ons aan te sporen “iets meer haast te maken”, werkt bepaald niet in mijn voordeel.
Op hole 8 is het pleit beslecht. Terwijl ik mijn tweede bal met een verkrampte swing het water in jaag, kiest Tinus voor de weg van de minste weerstand. Met een soort ‘consolidatiegolf’ – veilige, korte slagen tot aan de hole – brengt hij koeltjes het benodigde laatste punt binnen.
En zo wint deze topeconoom onze eerste onderlinge golfwedstrijd met 2&1. “Wat een ronde!”, krijg ik nog net uit mijn strot. Want dit doet ergens toch wel denken aan dat ene ijverige klasgenootje van weleer, dat zegt een toets te hebben verknald maar vervolgens doodleuk een 9 gehaald blijkt te hebben.
Nadat we Rajendran vragen om wat plaatjes te schieten voor het fotoalbum - beiden van top tot teen doordrenkt van het zweet - vraag ik de caddie wat mijn verbeterpunten zijn.
En dan komt het… “You stand too close to the ball”, zegt hij. Ik kijk hem aan alsof ik water zie branden, maar besluit mijn gedachten niet uit te spreken. Eerst was het te ver van de bal en nu achteraf constateer je het tegenovergestelde!?
Tinus zegt daarentegen dat hij veel heeft gehad aan deze caddie. “Eyes on the ball, die tip werkte voor mij perfect”, zegt hij terwijl we een klein biertje tot ons nemen op het terras met panoramisch uitzicht over de hele baan.
En dat is nou precies hoe golf werkt, besef ik weer. Houd het simpel, houd het bij die ene swinggedachte die werkt voor jou. Swing vrijuit, en denk niet te veel na in de baan. Bewaar al die technische aspecten voor op de drivingrange en tijdens je golflessen. Maar wat deed ik? Als een idioot was ik elke positie in de (back)swing aan het overdenken terwijl ik aan het spelen was. Met een mechanische, verkrampte swing tot gevolg.
Ik heb deze quote van wijlen Dave Hill (voormalig golfpro uit de VS) al eens eerder aangehaald in mijn dagboek, maar het is tijd om zijn woorden nogmaals tussen mijn oren te knopen: “The golf swing is like sex. You can’t be thinking about the mechanics of the act while you are performing.”
Tinus, die in zijn ogen niets te verliezen had en daarom juist onbevreesd op zijn glansrijke zege afstevende, strooit ondertussen nog wat zout in de wonden. “Misschien moet je de titel van je blog toch maar weer aanpassen: ‘Dagboek van de eeuwige beginner’ misschien?”
De wraak zal zoet zijn.
Wil je reageren of heb je tips voor mijn doel 'Breaking 100'? Mail dan naar roy.heethaar@golf.nl.