Tee-schaamte is een hardnekkig fenomeen in de golfsport. Golfers te over die tegen beter weten in vanaf geel spelen, want ‘rood is ze te min’. Eerder dit jaar schreef ik al dat ik me graag wil distantiëren van dit uitermate kinderachtige gedrag, met een bevrijdende ‘topronde’ vanaf rood als gevolg.
Jammer alleen dat ik zelf tóch weer in de val ben getrapt, nu ik ook vanaf geel Breaking 100 probeer te halen. De tijd dringt, want hoewel herfstgolf natuurlijk prachtig is met al die kleuren, worden de dagen waarop je écht kunt scoren met de week schaarser.
Ik ga er alles aan doen om dat varkentje te wassen in 2026, maar daarover later meer. Eerst is het tijd voor een leerzaam intermezzo: negen holes met collega’s Stef en Sietse. Handicaps: respectievelijk -0,2 en 4,9.
Het is geruststellend dat scratchspelers ook maar gewoon mensen zijn
“Het is hondenweer, ik was vanochtend al om 5 uur wakker en de tijd ontbreekt om in te slaan”, hoor ik mezelf zeggen als we richting hole 1 lopen. Ik heb zomaar drie excuses paraat voordat er een bal geslagen is. Kennelijk is er dus ook nog een ander soort tee-schaamte: de angst voor een totale afgang op hole 1, voor de ogen van je collega’s.
Gelukkig breekt Stef meteen het ijs door zijn eerste bal rechts het bos in te jagen op de lastige openingshole: een smalle par 4 waarop de vlag lang verstopt blijft. “Sietse en ik golfen amper nog de laatste tijd”, zegt de op papier beste golfer van ons drieën schouderophalend. Wat dat betreft zijn er geen verschillen: onszelf voortijdig indekken kunnen we allemaal.
De druk is daarmee wel wat van de ketel. Een redelijke afslag met mijn hybride-4 volgt. “In elk geval in het spel!”, roep ik. Sietse tovert op zijn beurt een mooie draw tevoorschijn, een jaloersmakend handelsmerk.
Het doel is om gezamenlijk een bogeyvrije ronde te spelen, maar ik probeer vooral te ontdekken wat de verschillen zijn tussen golfers rond handicap nul en iemand van mijn kaliber (handicap 31). Wat doen Stef en Sietse anders dan ik? En wat kan ik van ze opsteken? Dat ga ik uitvinden in een ronde waarin de paraplu een van de belangrijkste stokken in de tas zal zijn.
Het is geruststellend dat scratchspelers ook maar gewoon mensen zijn. Op hole 3 slaat Stef vanuit de fairwaybunker een absolute wereldbal: midden green, na een van de lastigste slagen in golf.
Het grootste verschil tussen goede golfers en gewone stervelingen zoals ik? De constantheid. Als Stef en Sietse al in de problemen komen, dan zetten ze dat meestal onmiddellijk recht.
Ook ik sla heus weleens een ‘wereldbal’. Zoals onderstaande approach op hole 7, of een chip die vlak bij de vlag eindigt.
Nadat ik op hole 8 uit het niets een bal top, zak ik volledig door mijn hoeven. Plots lukt niets meer. Zo’n black-out beleef ik gelukkig niet vaak meer, maar soms is het vertrouwen in mijn swing nog altijd in één klap verdwenen.
Misschien is dát wel de grootste truc van goed golfen: na een misser niet meteen nóg een fout maken.
Sietse en Stef hebben het (gelukkig) ook niet makkelijk. Recht slaan vanaf de tee blijkt voor hen net zo goed een hele kluif op de Breuninkhof. “Lang, smal… Wat is dit voor baan? Misschien wel de lastigste 9-holesbaan van Nederland!”, foetert Stef, nadat hij net als Sietse een bal is kwijtgeraakt op hole 5.
Het komt helemaal goed met jou als golfer
Op hole 9 komt Sietse naast me staan. Hij ziet de wanhoop toenemen. “Roy, het komt helemaal goed met jou als golfer”, zegt hij bemoedigend. “Je doet al veel dingen goed. Je staat goed achter de bal, chippen en putten gaat prima en je komt vaak redelijk weg van de tee. Het is puur ball striking. Low point control, dus waar raak je de grond? Daar valt de meeste winst te behalen.”
Oftewel: hij ziet hetzelfde als ik voel. Het is de eeuwige zoektocht naar een stabiele swing.
Het gekke is dat ik soms de beste ballen sla als ik nergens over nadenk. Zie je wel, gewoon slaan en niet te veel in je hoofd zitten, denk ik dan. Maar zodra ik alles loslaat, vergeet ik weer dat ik mijn clubblad moet sluiten. En als ik wél aan mijn techniek denk, probeer ik soms zo veel tegelijk te corrigeren dat ik mezelf volledig in de weg zit.
Het is een wankel evenwicht. Niet te veel nadenken, maar ook niet alles loslaten.
Een bogeyvrije ronde als drietal zit er helaas niet in deze vrijdag. Op hole 7 en 9 laten we het collectief afweten. “Het is mooi geweest”, zeg ik tegen mezelf, na een goede tweeputt tot besluit. Tijd voor een drankje in het clubhuis.
Maar verrek, alles blijkt al potdicht te zitten. Andermaal een bewijs dat golf toch echt een mooiweersport is. Regent het? Dan is er kennelijk zo weinig animo dat zelfs het clubhuis vroegtijdig sluit.

Gelukkig vinden we onderdak bij het nabijgelegen Hof van Bussloo. Collega Maaike en de vriendin van Sietse, die ons in het clubhuis hadden willen begroeten, vangen ons hartelijk op.
Nou, daar zit je dan. Met een doorweekt golftenue en een verregende kop aan de varkenshaassaté in een luxe bistro. Even is daar de 'tee-schaamte' weer... Maar het gezelschap is uitstekend, net als het eten.
Soms blijkt ‘hole 19’ stiekem het leukste van de hele ronde. En ook dat is golf.

Wil je reageren of heb je tips? Mail dan naar roy.heethaar@golf.nl.