In mijn werk functioneer ik het beste als ik niemand om me heen heb. Op mijn eigen werkkamer, prikkelarm, volledige focus. Noem me gerust een einzelgänger, een solist. Ik vaar er wel bij. Werkt dit ook zo met golf?
Die vraag spookt door mijn hoofd als ik in alle vroegte het parkeerterrein van ’t Sybrook oprijd. 9 holes heb ik al vaker solo afgelegd, maar dit wordt de eerste volle ronde waarbij ik niemand aan mijn zijde heb.
De timing had beter gekund. Een dag eerder was het nog 28 graden, nu is het ineens herfst. Regen, bruine bladeren - er zijn zelfs al kale boomtoppen zichtbaar.
De tijd dringt, besef ik ineens. Misschien zijn er nog maar een paar fatsoenlijke golfweken te gaan om mijn doel (Breaking 100 vanaf geel) in 2026 te halen. Eerst baalde ik dan ook dat ik geen speelmaat kon vinden op deze vrije ochtend. Geen qualifying ronde immers, en dus ook geen officiële poging.
Een interessant experiment is het wel. Wat doet 18 holes alleen golfen met mij? Ga ik er beter van spelen, geniet ik er zelfs meer van, of blijkt het gezelschap van een fijne speelmaat van onschatbare waarde?
Ik ga het uitvinden op deze eerste oktoberdag. Op de eerste tee van Zuid is het nog droog, maar dat zal niet lang duren. Als mijn bal op de green van de eerste par 5 ligt, ervaar ik zelfs een nieuw dilemma. Volgens Buienradar duurt het nog zeker twintig minuten voordat de neerslag afneemt: wat nu? Snel putten en weer door, of toch zolang maar schuilen onder een lullig parapluutje?
Ik ben bijna halverwege en er daalt een zekere rust over me heen, naarmate de stilte voortduurt. Een soort golfers high. Andere spelers zijn in geen velden of wegen te bekennen, hooguit een greenkeeper in de verte en wat krassende kraaien.
Ik kom tot mezelf. De teeshots en fairwayslagen gaan goed, net als het chippen en putten. Maar zodra de greens moeten worden aangevallen, komen de aloude gebreken weer tevoorschijn.
Dat geldt zeker op hole 13. Altijd weer hole 13.
Oftewel hole 4 van de Oostlus. Ik wrijf in mijn ogen als ik de openbare weg passeer. Is het een schrikbeeld – een negatieve fata morgana – of zie ik daar echt drie golfers op de fairway staan?
We hadden je al gespot, hoor. Sla rustig af, dan lopen we met z'n vieren naar de green
Het is heus, ik moet de golfbaan tóch delen vandaag. Meteen jaag ik de bal rechts de bosjes in, nadat ik even heb moeten wachten voor mijn afslag. Iets wat ik op de volgende hole nog eens dunnetjes overdoe.
“We hadden je al gespot, hoor”, zegt een vriendelijke vrouw in de buggy. “Sla rustig af, dan lopen we met z’n vieren naar de green, en kun jij vervolgens voorgaan.”
Zeer attent, maar ook zeer ongemakkelijk. Ik ga klaarstaan voor de afslag op deze par 3 van 138 meter en het prettige roesje is ten einde. Deze ‘spontane’ ontmoeting voelt alsof ik uit het niets de beurt krijg van de schoolmeester, terwijl ik net lekker aan het wegdromen was.
Slecht contact en de bal verdwijnt links in de rode hindernis. “Zul je net zien, hè”, lacht een van de vrouwen hardop. Ik vind mijn bal terug aan de rand van een droge sloot, maar besluit te droppen. Duidelijk tot teleurstelling van de vrouw uit de buggy. “Een beetje vent slaat ‘m daar toch uit!?” En weer sterft er een stukje mannelijkheid af.
Ik knoei een dubbel bogey bij elkaar en bedank de vrouwen, zwaai vriendelijk en trek een klein sprintje naar de volgende teebox. Met een verre drive en flinke loei met de hybride-3 verdwijn ik rap uit het zicht. De rust is hersteld. Fijn.
Met nog een paar holes te gaan, is Breaking 100 uit zicht. De teller stopt uiteindelijk bij 105. Het zit er dus aan te komen, en het gaat al veel beter dan in mijn vermakelijke maar matige rondes in Duitsland. Golfpro Loed heeft me duidelijk weer op het juiste spoor gebracht, door te hameren op mijn grootste swingkwaal: een open clubblad.
Maar deze ronde levert wel weer huiswerk op. Zoals achteromkijken op het toilet je iets kan zeggen over je gezondheid, zo kan een vers geslagen divot je veel vertellen over je golfswing. Na een van de weinige geslaagde ijzerapproaches stop ik mijn club voldaan terug in de tas. Tot ik de divot zie. Die wijst helemaal schuin naar rechts de bosjes in, terwijl de bal kaarsrecht ging. Ik swing kennelijk nog steeds over the top, maar corrigeer dat door mijn clubblad recht te manoeuvreren.
Gaan we aan werken. Nu eerst nog even genieten. Tussen de donkergroene naaldbomen loop ik naar de volgende hole. Deze ronde voelt een beetje als alleen op reis gaan, zoals ik in februari nog deed in Maleisië en Vietnam. Maar dan in het klein. Meditatief.
De haven is in zicht, maar ik heb helemaal niet gelachen vandaag
Toch maakt het gevoel van innerlijke rust op de laatste twee holes plaats voor een ander gevoel. Het gevoel dat er iets ontbreekt. De haven is in zicht, maar ik heb helemaal niet gelachen vandaag, dringt het tot me door. Zelfspot, onderling gemopper, lachen om de ander, maar ook de gedeelde vreugde na een prachtbal. Het is voor mij een van de mooiste facetten van golf.
Ik moet denken aan een quote uit een van mijn lievelingsfilms, Into the Wild. ‘Happiness is only real when shared’, concludeert Christopher McCandless in de desolate wildernis.
Deze week ga ik weer de 'Twentsche wildernis' in voor 18 holes. Maar dan met mijn favoriete speelmaat, overbuurman Ton. Eigenlijk is golfgeluk heel gewoon.
Wil je reageren of heb je tips? Mail dan naar roy.heethaar@golf.nl.