“Een golfles is eigenlijk een soort MRI-scan”, concludeert collega Stef Swagers nadat ik voor het eerst in ruim vijf maanden weer eens langs ‘dokter’ Loed ben geweest. Beter had ik het niet kunnen verwoorden, want in nog geen vijf minuten zijn de kwaaltjes feilloos blootgelegd door mijn golfpro.
Weinig lengte in de ijzerslagen, een flinke over-de-top-swing en gebrekkige rotatie: het zijn gebreken die ik zelf ook wel zag, maar waar ik de vinger niet achter kreeg. Na een periode van successen is de klad er weer geruisloos ingekomen. En stevig ook.
Maar ik lig nog niet op de operatietafel of de kiem van het kwaad openbaart zich al. “Je clubface staat wagenwijd open”, zegt golfpro Loed nadat ik twee ballen heb geslagen. “Daar hangt alles mee samen. Je gaat daardoor corrigeren in de downswing en weer voorlangs snijden.”
Hij laat de beelden zien en ik schrik me rot. Waarom is me dit niet eerder opgevallen?
Ik denk terug aan de opmerking die Loed precies een jaar geleden ook al maakte: “Het clubblad is de CEO van je golfswing.” Woorden die hij nu exact herhaalt. We zijn een jaar verder en het is nog steeds Groundhog Day…
“Die kwaaltjes gaan we vandaag niet allemaal verhelpen”, vervolgt Loed. “Het belangrijkste is de kern van het probleem. Het open clubblad dus. Eén troost: je hebt al laten zien dat je echt een goede swing in huis hebt, dus vertrouw erop dat het weer goedkomt.”
Loed lacht minzaam. Daar heb je hem weer, zal hij wel denken. De ziektebron is hoe dan ook vastgesteld: wat is nu het medicijn?
“Het gevoel moet precies het tegenovergestelde zijn en dat moet je sterk overdrijven. Dat is de bedoeling van een drill.” Oftewel: ik moet juist de andere kant opdraaien met mijn pols om zo het clubblad gesloten te houden.
Het is ongelooflijk, maar meteen sla ik weer een aantal goede ballen, puur doordat mijn clubblad recht staat bij impact. En daarmee krijg ik automatisch weer lengte in mijn slagen en een rechtere balvlucht.
EMBED
“Je kunt zien dat je nog steeds iets over de top komt, maar dat is voor latere zorg. Mannen kunnen maar één ding tegelijk. Dus de enige swinggedachte moet nu zijn: de teen van het clubblad moet naar de grond wijzen in de take-away. Controleer dat voor jezelf bij elke oefenswing en tijdens het trainen op de drivingrange. Maar met deze swing kun je echt weer de baan in”, spreekt Loed me bemoedigend toe aan het einde van de les.
De diagnose is gesteld, het medicijn voorgeschreven. Nu is het tijd om te kijken of de behandeling aanslaat. Drie dagen later ga ik de baan in, opnieuw over de grens. Na Bad Bentheim maak ik me op voor 18 holes in Lingen.
De ene Duitse baan is de andere niet, zo wordt me snel duidelijk. Waar ik in Bad Bentheim werd verrast door een peukenautomaat bij de kleedkamer en omgewoelde teeboxen, is de omlijsting hier volstrekt anders. Van een welkomstpresentje in de vorm van een golfbal met clublogo (zouden meer banen moeten doen), tot handige ballenreinigers bij aanvang van werkelijk élke hole.
Meanderend langs de Ems speel je hier afwisselend tussen de bomen en dan weer in de open vlakte of heide. Een streling voor het oog.
Omdat de diagnose nog maar net is gesteld, lijkt het me op voorhand verstandig om de druk niet meteen weer op te voeren. Nog één oefenronde zonder focus op de scores. Vrijuit spelen en zorgen dat het goede gevoel weer terugkomt, om vervolgens in oktober op bekend terrein volle bak voor het einddoel van 2026 te gaan: Breaking 100 vanaf geel.
Ik heb schilder Justin aan mijn zijde en een aangename nazomerzon verwarmt ons gezicht als we arriveren op de teebox van hole 1. Tussen de appelbomen. De herfst nadert, want al het fruit ligt op de grond. Vallen de birdies en parren ook als rijpe appeltjes?
Zodra je de driver tevoorschijn moet halen bij een par 3, weet je dat er iets niet helemaal klopt
Dat is iets te optimistisch, maar de gedachte ‘de teen van het clubblad moet naar de grond wijzen’ werkt. Mijn swing is solide, maar dan landt mijn bal op hole 4 voor het eerst in een van de ontelbare bunkers (van rood tot spierwit - er trekt wat aan je voorbij hier). Een fiasco volgt. Vijf (!) pogingen heb ik nodig om uit het zand te komen.
Een paar bunkers en verloren slagen verder, besef ik ineens waarom: in het zand heb je nou juist wél baat bij een open clubface… Eureka!
Onderweg is het genieten geblazen. Van de glooiingen, de natuur, het afwisselende decor, maar ook van een sterk staaltje Duitse eerlijkheid. Want als we aan de tweede negen willen beginnen, valt Justins oog op het bankje bij hole 10. “Verrek, daar liggen mijn ballen!”, zegt de Zwollenaar.
Hij was er twee verloren, en ze zijn hier netjes neergelegd door iemand anders. 'Attent' is een understatement. "Dit is het hoogtepunt van de dag", knipoog ik.
Al zegt dat ook veel over onze prestaties, want die vallen niet mee op deze uitdagende baan. Par 4’s van 420 meter? Een par 3 van 190 meter? Ik voel me net een keeper die niet bij de lat kan. Dit is te groots, te veel. En dan hebben we ook nog wind tegen…
Een nieuwe swinggedachte dringt zich op: zodra je de driver tevoorschijn moet halen bij een par 3, weet je dat er iets niet helemaal klopt.
De teekleur welteverstaan. Deze conclusie heb ik eerder al getrokken in mijn relaas over tee-schaamte, maar ik heb mezelf nou eenmaal klemgezet met mijn doelstelling voor 2026: Breaking 100 vanaf geel.
“Je zit gevangen in het narratief”, merkte vaste speelmaat Ton een weekend eerder treffend op tijdens ons gezamenlijke buurtfeest. En hij heeft zoals vaker volkomen gelijk.
Ik snak stiekem weer naar blauw. Naar meer spelplezier, naar GIR’s en parren (en een birdie als het kan), in plaats van opleggen voor maximaal een bogey of wanhoopslagen tegen beter weten in. Maar ja, het narratief, hè?
Ik blijf volharden. Eerst genezen, dan scoren - zo luidt het devies. De sleutel heb ik zelf in handen: meer tegengas geven.
Wil je reageren of heb je tips? Mail dan naar roy.heethaar@golf.nl.