Nieuwe ballen, een golfhorloge en een hybride-4 om het gat in mijn tas te dichten. Nadat ik eerder al mijn arsenaal had uitgebreid met nieuwe wedges, heb ik de afgelopen weken opnieuw flink geïnvesteerd om mijn hoofddoel voor 2026 zo snel mogelijk te halen: Breaking 100 vanaf geel.
Ik heb er alles aan gedaan. Toch moet ik na twee nieuwe rondes concluderen dat hét antwoord helemaal niet ligt in mijn golfuitrusting, maar in iets wat ik niet kan vervangen. Het belangrijkste ‘instrument’ ben ik zelf.
En dat instrument staat telkens weer anders afgesteld. Zo kijk ik inmiddels heel anders naar een aantal zaken waar ik een jaar geleden nog heilig van overtuigd was. Ook dat is vooruitgang, zullen we maar zeggen. Golf blijft tenslotte een onophoudelijke zelfstudie.
In mijn vorige blog stelde ik mijn kijk op Pitch & Putt al bij (van truttig naar nuttig) en nu doe ik datzelfde met mijn gebruik van de driver.
‘Lekker in de tas laten’, was vorig jaar nog mijn overtuiging. Maar tegenwoordig is de driver mijn wapen. Vrij constant tussen de 200 en 220 meter en meestal kaarsrecht.
Een goede basis voor spelen vanaf geel, zou je denken. Maar daar is toch wel iets meer voor nodig, zo zal blijken.
Want zodra het loopt met de driver, gaat het weer mis met de ijzers. En vice versa. Zal de dag waarop alles samenvalt in een symbiotisch samenspel ooit komen? Ik verheug me erop.
Terwijl ik mijn driver tegenwoordig dus koester, kijk ik met angst en beven naar mijn putter. ‘Beste aankoop ooit’, schreef ik nadat ik bij Twente Golf vorige zomer 275 euro aftikte voor een nieuwe PING Anser.
En ja, alle korte putts waren lange tijd raak. Maar door deze discipline ietwat te veronachtzamen, zijn zelfs putts van 30 centimeter tegenwoordig een beproeving. Tja, zonder liefde en aandacht verwelkt alles in golf.
Mijn huidige puttingskills doen me denken aan deze sublieme Gummbah-strip:

De man met die roze broek? Dat ben ik.
En dan nog iets: ook mijn perceptie van 9 versus 18 holes kan op de schop.
Roy logenstraft Wereld Handicap Systeem in eerste 18 holes: 'Ik kom nu pas op stoom' – zo luidde de kop boven mijn blog in oktober vorig jaar, nadat ik dankzij een sterke tweede negen mijn handicapdoel voor 2025 had behaald.
Nu, heel wat 18-holesrondes verder, moet ik concluderen dat ik gewoon saai met de massa meega. Nee, ik ben geen bijzonder geval. Nee, ik tart de statistieken niet. Ook ik presteer het slechtst tussen pakweg hole 12 en 16. Ontnuchterend maar waar.
En dat bewijs ik nog maar eens op De Koepel, waar ik in de bloedhitte een eerste poging doe om vanaf geel de magische grens van 100 te slechten, nadat het vanaf rood en blauw al is gelukt.
Halverwege ben ik op koers, maar op hole 13 gaat het mis. Mijn bal ligt helemaal links in de rough na de afslag. En in plaats van de bal veilig weer op de fairway te spelen, probeer ik de 155 meter tot de green te overbruggen met mijn hybride-5.
Het gevolg: mijn bal belandt links tussen de bomen en daarna klinkt het driewerf ‘TOK!’ bij mijn volgende slagen. Een 9. Weg is het vertrouwen in Breaking 100. Op hole 16 doe ik er met een quadrupel bogey (8) nog een schepje bovenop.
Ik kom nog een heel eind, met een totaalscore van 105, maar het zijn dus deze holes waarop ik het laat liggen.
Natuurlijk had ik hier veilig moeten opleggen op hole 13. Barslecht coursemanagement doet me de das om. Maar dit is wat er gebeurt als je 18 holes speelt. De (mentale) scherpte neemt af, zeker als het 36 graden is en je met te weinig suikers in de tas rondloopt. Allemaal dingen waar ik als golfer simpelweg mee moet leren omgaan.
Ik begin fatalistische trekjes te vertonen zodra het doel uit zicht raakt
Een week later strandt ook mijn volgende poging. Op Amelisweerd vink ik in plaats van nieuwe doelen vooral nieuwe dieren af: van rivierkreeftjes tot reeën. Ook leuk.
Net als op De Koepel in Wierden, laat ik het ook op deze voor mij nieuwe baan in Utrecht liggen op de tweede negen. Mijn fonkelnieuwe golfhorloge, nieuwe ballen en extra club (hybride-4) ten spijt.
Ja, de Garmin S44 geeft me overzicht en rust in de baan, de hybride-4 (een tweedehands Ping G25, als aanvulling tussen de hybride-5 en -3) komt met name van pas op de lange par-3’s en de Srixon AD333-ballen voelen heus goed aan. Maar… het is nog altijd vlees en bloed dat de doorslag geeft.
En dat vlees is bij tijd en wijle zwak. Nadat ik een goede uitgangspositie verspeel door wederom te putten als een verlamd Gummbah-typetje, begin ik fatalistische trekjes te vertonen zodra het doel uit zicht raakt. Verstandig golf wordt dan ineens roekeloos golf, resulterend in maar liefst vijf strepen op de kaart.
Ik denk terug aan de wijze woorden die scratchspeler Thomas tijdens een baanles tot mij sprak deze zomer: "Goed golf is saai golf."
Misschien moet ik me daar toch weer iets meer aan houden. Om te beginnen: een trainingssessie op de puttinggreen.
Wil je reageren of heb je tips? Mail dan naar roy.heethaar@golf.nl.