Wie de bodem heeft bereikt, kan weer omhoog kijken. Daar klamp ik me aan vast, nadat ik mijn golftas uit de sloot heb moeten vissen bij De Kroonprins en een volledige 18-holesronde in het water viel.
Een van de mensen die zo gehaaid was om mij op social media een identiek voorval onder de neus te drukken van een golfer wiens tas eveneens te water raakte, is Thomas Morsman (26). Hij is de kersverse clubkampioen van ’t Sybrook en een jaar geleden interviewde ik hem al eens voor de rubriek Ongevraagd Advies. We spraken toen af een keer samen de baan in te gaan.
En wat is een beter moment dan dit? Na wat tegenvallende rondes kan ik natuurlijk een les boeken bij mijn gewaardeerde golfpro Loed, maar 9 holes spelen aan de zijde van een scratchspeler lijkt me minstens net zo leerzaam.
Thomas (hcp 0.1) werkt op Weleveld in Zenderen. En op een rustige zomeravond in juli gaan we ervoor op deze 9-holesbaan, in mijn ogen de ‘mooiste van het golfrijke Twente’. Een uitdagende, afwisselende lay-out, fairways en greens in topconditie en prachtig gelegen in het Twentse landschap.
Het doel is helder: wat kan ik leren van een scratchspeler en welke tips gaan mij helpen in mijn missie Breaking 100 (vanaf geel)?
Het zal je niet verbazen: een heleboel. Voor de goede orde deel ik ze op in de volgende vijf lessen:
Er is geen kip op de baan. Hoewel de zon over ruim anderhalf uur al ondergaat, hebben we ‘alle’ tijd en ruimte om de puntjes op de i te zetten op deze niet al te warme woensdagavond.
We spelen vanaf rood en Thomas geeft meteen een interessant kijkje in zijn bovenkamer. Hij begint met de tip die mij het meest zal bijblijven. “Sla alles op 80 procent”, zegt hij. “Ook met je driver en ijzers, ja.” Waarom? Dat legt de scratchspeler uit in deze video:
De tweede les hangt samen met de eerste. Thomas had aanvankelijk net als ik last van die verdomde over-the-top-swing, met allerlei vervelende afwijkingen – zoals slice – tot gevolg.
Door op 80 procent te swingen, krijg ik meer rust in mijn slag en laat ik de club natuurlijker ‘vallen’. Daarmee voorkom ik dat mijn schouders te vroeg indraaien in de downswing. Het mes snijdt zo dus aan meerdere kanten; en dat zijn de beste tips!
“Wat mij ook enorm helpt tegen over the top, is zo wijd mogelijk blijven in mijn downswing”, legt Thomas uit. “Vervolgens draai je met je lichaam door de bal heen.”
Als de jonge Enschedeër een sterk punt in zijn spel moet benoemen, dan zijn het zijn wedges. En dat etaleert hij hier op fraaie wijze:
Thomas heeft mijn spel op de eerste hole rustig aanschouwd, zonder meteen zijn oordeel te vellen. Maar bij de green van hole 2 grijpt hij in. “Blijf even zo staan”, zegt hij na een matige chip. Hij legt een club in lijn met mijn voeten. “Stap nu naar achteren. Wat valt je op?”
Ik sla een hand voor mijn ogen. “Ik sta helemaal scheef opgelijnd”, zie ik direct. Thomas knikt. “Besteed daar elke slag opnieuw veel aandacht aan. Verkeerd oplijnen doet al het werk aan je swing teniet.”
Thomas vergelijkt golf met gitaarspelen. “Als je de eerste paar akkoorden hebt leren spelen, ga je een week later toch ook niet meteen het podium op?”, zegt hij. “Ik zie veel hoge handicappers dezelfde fout maken. Dan ligt de bal op de fairway en denken ze de vlag wel even aan te kunnen vallen vanaf 150 à 160 meter. Niet doen.”
Als je dit in een wedstrijd of qualifying ronde doet, kost dit je de kop
Als we bij de green aankomen blijkt de boom waar mijn bal tegenaan ketste echter zeer mild te zijn geweest: hij heeft mijn bal zomaar op de green ‘gespuugd’.
“Wat zei je ook alweer, Thomas?”
Zijn punt is echter helder. “Goed golf is saai golf”, benadrukt hij. Dat licht hij toe in zijn course management voor deze par 4 en (eerst) de par-4 4de:
En daar hoort volgens hem bovenal bij: “Geen hero shots meer.”
Op de slothole word ik daar keihard mee geconfronteerd. Na een verre drive en een goede tweede slag kan ik mijn bal door de intredende duisternis niet vinden.
Ik drop voor de grote bunker (zie afbeelding), de vlag staat daar schuin achter, op zo’n 50 meter. Aiii, ik shank de bal de bunker in en kom er vervolgens pas na drie slagen uit. Weg goede score.
Het is een oefenronde, dus ik doe nog een poging. Nu is de pitch wél goed: randje green. Toch is Thomas vanzelfsprekend onverbiddelijk in zijn oordeel: “Als je dit in een wedstrijd of qualifying ronde doet, kost dit je de kop.”
Ik denk ineens terug aan mijn fanatieke pokertijd. Daar leerde ik één gouden regel: ga alleen mee met een hand als de kans dat het iets oplevert groter is dan het risico dat je neemt (pot odds en expected value).
Ook golf draait om kansberekening. Veilig naar rechts spelen kost me hier waarschijnlijk een slag, maar levert daarna een eenvoudige pitch naar de vlag op. Ga ik vanuit deze lastige positie tóch direct voor de vlag, dan gaat dat vaker mis dan goed. En juist die verkeerde beslissing kost uiteindelijk de meeste slagen.
Misschien moet ik dit soort afwegingen in de baan veel vaker bewust maken.
Hoewel ik het deze ronde nog moet stellen zonder mijn nieuwe wedges, ze zouden een dag later bezorgd worden, is mijn korte spel verder heel behoorlijk deze ronde. Op een complete blow-up-hole na - op de par-4 5de gaat alles mis - gaat het sowieso niet onaardig.
Het goede gevoel in mijn swing komt langzaamaan terug, mede dankzij de tips van Thomas. Maar ik leg hem uit dat ik ook met de putter gevoelsmatig nog te veel onnodige slagen verlies.
“Neem de tijd om de greens te lezen. Ik ben bijna buiten adem”, zegt hij met gevoel voor overdrijving. “Je racet door de baan. Een hoge handicap betekent niet dat je sneller hoeft te spelen.” Staat genoteerd. “Heb je de lijn eenmaal bepaald, denk er dan niet meer aan als je boven de bal staat, maar focus je alleen nog op de snelheid.”
Misschien is dat wel de grootste les van de avond: een scratchspeler slaat niet alleen betere ballen, maar neemt óók betere beslissingen.
Of die lessen meteen effect hebben? Toeval of niet: een week later, tijdens een 9-holesronde met ‘Tinus’, kan ik al op hole 1 van 't Sybrook (Oost) mijn vuisten ballen.
Na een drive van 200 meter en een van mijn beste approaches ooit (vanaf 105 meter krijg ik de bal tot op een meter van de vlag met mijn pitchingwedge), valt de putt voor birdie in het hart van de hole binnen.
“YES!!!” De oerkreet komt uit mijn tenen. “Van de bodem naar de eerste birdie van het jaar; het kan verkeren”, zeg ik vol euforie tegen mijn goede vriend, tegen wie ik het eerder dit jaar nog moest afleggen in Kuala Lumpur.
Na 21 Stablefordpunten ga ik alsnog met een goed gevoel de vakantie in. Ik ga vooral goed oefenen met mijn nieuwe wedges – ze voelden deze eerste ronde nog wat onwennig – maar die birdie smaakt naar meer.
De top van de Mont Ventoux uit mijn vorige blog lijkt ineens een stuk dichterbij.