Om een bal in de hole te krijgen moeten snelheid en lijn kloppen - dat is niets nieuws. En als de dan bal onder het gras valt, heb je het goed gedaan. Om de snelheid echt goed te trainen gebruikt Luiten een oefening zonder een echte hole te gebruiken.
Met een 'nephole' (of ghosthole, zoals Luiten het noemt) krijg je betere feedback op de snelheid van de putt. Het idee is dat de bal over de ghosthole rolt en zo'n 30 centimeter achter de hole tegen een tee eindigt. Zo kun je controleren of je de bal op de juiste snelheid geslagen hebt.
Te harde putts op de juiste lijn gaan er aan de bovenkant langs en te zachte putts gaan onderlangs voorbij de hole. Als je snelheid constant is, dan is de kans groot dat je meer putts gaat holen.