Jarenlang was Pieter vooral bezig met analyseren en sleutelen aan zijn swing. Tot hij vorig jaar radicaal brak met alles wat hij in ruim 25 jaar golf had geleerd. “Ik dacht er serieus over na om te stoppen”, zegt hij. “Golf werd steeds ingewikkelder en steeds minder leuk.”
De zestigplusser golft al een kwarteeuw en volgde jarenlang lessen in de hoop beter te worden. Het tegenovergestelde gebeurde, vindt hij nu. “Mijn swing werd een soort bouwpakket. Ik moest allerlei losse onderdelen van bewegingen en houdingen aan elkaar plakken en vervolgens hopen dat het in de baan ook werkte.”
Dat was heel vaak niet het geval. “Het was een kwestie van hit and hope en ik was vooral bezig met het repareren van fouten.”
Veel golfers hebben helemaal niet de tijd om alles eindeloos in te slijpen
De perfectionistische Hilversummer bleef zoeken naar antwoorden. Tot hij besloot het helemaal anders aan te pakken en resoluut te stoppen met golflessen en drivingrangesessies. In november vorig jaar ging Pieter via YouTube, ChatGPT en oude golfboeken op zoek naar het geheim van wat hij een 'simple swing' noemt. Daarbij kwam hij uit bij golfdenkers als Ernest Jones en Manuel de la Torre, die al decennia geleden een veel eenvoudigere kijk op golf bepleitten.
Voor Pieter voelde het als een openbaring. “Ik heb van de ene op de andere dag afscheid genomen van alles wat ik in ruim 25 jaar aan technieken, methodieken en tips had verzameld. Net zoals ik eerder gestopt ben met roken. Rigoureus, maar met geloof en vertrouwen dat je een goede beslissing hebt genomen, zonder te weten wat er nog komen gaat.”
Waar veel moderne lessen volgens hem draaien om techniek, posities en controle, draait zijn nieuwe aanpak om beweging en intentie. “Je kunt een beweging van twee seconden niet analytisch uitvoeren. Als je nadenkt over je polsen, denk je niet aan je swing. Als je nadenkt over je heupen, denk je niet aan je doel.”
Een van de belangrijkste inzichten was voor hem het leren voelen van het gewicht van het clubhoofd. “Veel golfers proberen de club te sturen met hun handen en armen. Ik deed dat zelf ook. Maar als je het gewicht van de club voelt en die beweging vertrouwt, gebeurt er veel vanzelf. Je gaat ontspannener bewegen en hoeft minder te forceren. Swing het clubhoofd, niet je lichaam.”
Sindsdien staat niet langer techniek centraal, maar de beweging zelf. En dat heeft zijn kijk op golf volledig veranderd. Waar hij vroeger boven de bal stond met een hoofd vol technische aanwijzingen, probeert Pieter het tegenwoordig zo simpel mogelijk te houden. “Ik denk alleen nog aan wat ik wil doen. Wat is mijn doel? Welke beweging wil ik maken? Meer niet.”
Volgens hem organiseert het lichaam zichzelf vervolgens veel beter dan veel golfers denken. “Het klinkt bijna te simpel om waar te zijn. Dat dacht ik zelf ook. Maar ik merkte hoeveel dingen automatisch gebeuren zodra je stopt met overal controle op te willen uitoefenen.”
Pieter stelt dat veel amateurs op zoek zijn naar oplossingen die eigenlijk zijn afgeleid van de topsport. “Voor topspelers die elke dag kunnen trainen, werkt een technische benadering misschien uitstekend. Maar de gemiddelde golfer heeft een baan, een gezin en speelt hooguit een paar keer per week. Die heeft meer aan een aanpak die ook standhoudt als je een lastige situatie aantreft in de baan.”
“Want daar sta je dan”, vervolgt hij. “Op een helling, met wind tegen en een beroerde ligging. Dan moet je ineens bedenken wat je polsen, heupen en schouders ook alweer moesten doen...” Situaties die voor hem voelden als een kaartenhuis. “Zodra de omstandigheden veranderden, was ik weer bezig met wat er niet goed ging en wat ik moest repareren."
Een goede golfer redt zichzelf in de baan
Sinds zijn nieuwe aanpak bezoekt hij de drivingrange nog maar zelden. “Ik train alleen nog het chippen en putten. Voor de rest: gewoon spelen.” Dat levert volgens hem meer op dan eindeloos ballen slaan. “Een goede golfer redt zichzelf in de baan. Daar leer je uiteindelijk ook het meeste.”
Zijn handicap schommelt nog altijd rond de 16, maar daar kijkt hij tegenwoordig anders naar. “Ik scoor nu misschien niet ineens veel lager, maar weet veel beter wat ik aan het doen ben.”
Dat zorgt voor rust. “Als ik een slechte bal sla, raak ik niet meer in paniek. Ik weet waarom het gebeurde en ga gewoon verder naar de volgende slag. Ik heb veel meer mentale energie over. Vroeger was ik voortdurend bezig met wat er niet goed ging. Nu ben ik veel meer bezig met wat ik wil doen.”
Of hij nu daadwerkelijk beter is gaan golfen? “Gemiddeld genomen wel, denk ik. Maar belangrijker: ik speel nu op het niveau waar ik vroeger bloed, zweet en tranen voor nodig had. Ik heb voor het eerst sinds jaren weer plezier in elke ronde.”
En daardoor is de keuze tussen 9 en 18 holes tegenwoordig snel gemaakt. “Ik ben eindelijk meer aan het golfen dan aan het oefenen. Dus in plaats van 9 holes en nog twee uur zwoegen op de drivingrange? Geef mij dan maar gewoon 18 holes in de baan. Zoveel mogelijk holes graag!”
9 versus 18 holes in cijfersUit de nieuwste cijfers van de NGF (2025) blijkt dat 9 holes inmiddels de norm is voor de meeste qualifying ronden in Nederland. In 2025 was 62,4 procent van alle geregistreerde scores een 9-holesscore, tegenover 37,6 procent 18 holes. Vooral bij niet-wedstrijdronden kiezen golfers massaal voor 9 holes (70,4 procent). |