Als er één onderwerp is waar golfers snel verdwalen in termen en beloftes (en waar ik vaak mail over ontvang), dan is het de shaft. Flex, kickpoint, torque, ‘low spin’ - het klinkt allemaal meetbaar en logisch, maar het gevaar is dat je gaat zoeken naar een eigenschap, terwijl je eigenlijk zoekt naar een reactie van jou als golfer: een club die je helpt om het clubblad vaker square (richting) het doel terug te brengen.
Dit korte maar uitstekende stuk van Lou Stagner, gebaseerd op onderzoek van biomechanicus Dr. Sasho MacKenzie, vat deze nuchtere gedachte goed samen: als golfer ben je geen robot, maar een ‘non-lineair adaptief systeem’. In gewone taal: jouw zenuwstelsel luistert naar wat de shaft doet. Trillingen, buiging en timing geven feedback, waarop je onbewust je release, tempo en kracht aanpast. De shaft verandert dus niet de balvlucht, maar verandert jouw swing (en vervolgens de balvlucht).
Lees die laatste zin nog eens. En denk eraan zodra iemand begint over een exotische shaft van honderden euro’s waarmee hij ineens vijftien meter verder slaat — en jij die volgens hem of haar ook zou moeten gebruiken.
De shaft die jouw impact richting het midden van het clubblad brengt, is vaak de beste keuze - ongeacht wat er op staat
Waar moet je dan wél op letten? Het is nuttig om de volgorde om te draaien waar veel amateurs mee beginnen. MacKenzie’s onderzoek wijst erop dat het gewicht van de shaft vaak een consistenter effect op de uitkomst heeft dan de flex-letter op het label. Die letter is overigens onbetrouwbaar: er is geen vaste industriestandaard voor ‘regular’, ‘stiff’ of ‘x-stiff’. De ‘S’ van het ene merk kan dichter bij de ‘X’ van een ander merk liggen, waardoor labels vergelijken eigenlijk appels met peren is.
Een shaft die omschreven wordt als extra stiff en zwaar kan in de goede handen voor een lage lancering en lage spin zorgen. In de verkeerde handen zorgt het juist voor heel veel meer spin en een hoge lancering. Het is dus maar net wie de club swingt.
Shaftproducent Mitsubishi zegt het volgende over het kiezen van een shaft op basis van eigenschappen: "Alleen omdat ze allemaal op deze manier zijn geplot (spin, lancering, buigprofiel), betekent niet dat de prestaties exact deze kenmerken zullen volgen. Alle golfers swingen anders en belasten en buigen een golfshaft op een andere manier"
Concreet: focus tijdens testen (of een fitting) minder op ‘de perfecte flex’ en meer op het vinden van de shaft waar je niet tegen hoeft te vechten. Probeer eerst verschillende gewichtsklassen (bijvoorbeeld 40, 50, 60 of 70 gram), kijk naar waar je de bal raakt op het clubblad (bijvoorbeeld met droogshampoo) en check of je spreiding kleiner wordt. De shaft die jouw impact het meest en het vaakst richting het midden van het clubblad brengt, is vaak de beste keuze - ongeacht wat er op staat.
Kortom: een shaft is geen magische garantie voor extra meters (en zeker niet het belangrijkste onderdeel van de club, zoals veel golfers beweren), maar een communicatielijn tussen jou en het clubhoofd. Hoe beter die communicatie, hoe ‘makkelijker’ je driver - en ook je andere clubs - uiteindelijk worden.
Clubfitter Ian Fraser over het belangrijkste onderdeel van een golfclub - shaft of clubhoofd?