Gevraagd naar zijn mooiste plek op de golfbaan, wordt de greenkeeper toch lichtelijk overvallen door keuzestress. Een ‘aandoening’ waar meer greenkeepers last van hebben. “De golfbaan heeft voor mij niet een specifieke mooie plek. Eigenlijk heeft elk stukje zijn eigen karakter en kan ik daar de schoonheid in zien", zegt hij. "Het is mooi om straks de heide in bloei te zien staan, maar het bos met alle dieren die daarin lopen, is misschien wel net zo mooi of mooier. Dat zijn dingen die ik mooi vind, maar het blijft lastig om er daar één van helemaal bovenaan te zetten.”
Als een wild zwijn door de omheining breekt en het terrein opkomt, dan mag je ingrijpen
In zijn top 3 staat wel hole 16, de fraaie par 3 die volgens Jean-Marc door vele golfers wordt gezien als misschien wel ‘de mooiste hole van Nederland’. Hij glimlacht erbij; een lach die verraadt dat zijn mening niet helemaal ongekleurd is…
Ook vertelt hij lyrisch over het plekje in het bos waar een hoogzitje staat geposteerd. Vanwege het broedseizoen kan hij er nu niet heen, maar vanaf daar ziet hij regelmatig de edelherten het bos uittrekken. Voor een doorgewinterde hobbyfotograaf als Jean-Marc, zijn die tafereeltjes een lust voor de lens.
Maar niet alleen met een fototoestel trekt hij de baan en het bos in. “Er loopt hier heel veel fauna rond: edelherten, damherten, reeën, dassen, vossen. Je kan het eigenlijk zo gek niet verzinnen. Ja, wolven ook. We doen ook schapenbegrazing op de baan, één keer per jaar. Gelukkig hebben we nog geen aanval gehad, maar dat staat wel onder druk.”
Met een jachtakte is de greenkeeper bevoegd om de omvang van diersoorten, die ernstige schade aan landbouw of natuur aanbrengen of risico's voor de openbare veiligheid vormen, te beperken. “Dat houdt niet in dat we dagelijks reeën wegnemen, maar als je een gewond dier aantreft of een wild zwijn door de omheining breekt en het terrein opkomt, dan mag je ingrijpen.”
Als kind dat opgroeide in het Veluwse dorpje De Steeg met de Posbank als achtertuin, had Jean-Marc al een hang naar het bos. Letterlijk aan de hand van zijn vader probeerde hij als kleuter steevast tijdens de vakanties door de grote haag van de golfclub te gluren. “Mijn vader werkte op het vliegveld iets verderop. We kwamen hier in de vakantie vaak langs. Ik was nieuwsgierig naar wat er achter die haag hier gebeurde, maar je zag niet veel.”
Jaren later viel zijn oog op een vacature voor greenkeeper op de Rosendaelsche in het ‘dorpssufferdje’. Aangemoedigd door zijn vader klom Jean-Marc in de pen. “Hij vond het echt iets voor mij. Ik zat in die tijd in de boomverzorging. Met golf had ik niet zo veel, maar ik werkte veel in het westen van het land. Dus elke dag heel vroeg de auto in. Uiteindelijk heb ik op de laatste dag van de sollicitatietermijn een brief gestuurd. En van het een kwam het ander.”
Van de pure bosbouw, het kappen, snoeien van bomen met hoogwerkers naar het manicuren van greens. “Het ging van heel groot naar heel klein, van lomp naar heel fijn werk. Dat was wel een grote omschakeling. Je bent hier veel meer met details bezig. Dat is eigenlijk zorg, ja. Je moet voor dit werk wel een klein beetje aanleg hebben voor de groene wereld. En ook wel een beetje kunnen omgaan met machines en apparatuur.”
Hij leerde zelf het greenkeeping ‘on the job’, met dank aan de collega’s in het team, dat enkele maanden terug werd opgeschrikt door het overlijden van een van hen. Dat hakte er flink in. “Het heeft op iedereen veel impact gehad. Hij was geruime tijd ziek. Iedereen had heel lang met hem gewerkt. Sommigen meer dan 25 jaar. We hebben lang moeite gehad om de draad weer op te pakken, waren zoekende. Het was een lastige tijd en nu eigenlijk nog. Voor mij was het de eerste keer dat een collega van me overleed, maar anderen maakten het al voor de tweede keer mee. Ik denk dat ik zeker voor iedereen spreek als ik zeg dat we Jan-Willem nog dagelijks, misschien wel elk uur missen.”
De greenkeeper maakt alles op de Rosendaelsche intens mee. Niet in de laatste plaats omdat hij er woont. Op het terrein staat een huis, waarin lang de bekende Nederlandse topgolfer en teaching professional Jan Dorrestein woonde. Hij overleed in 2023.
Mijn kinderen zijn hier ook geboren en opgegroeid. Ze vinden het ook heel leuk om hier te zijn
Jean-Marc bewoonde toen al meer dan tien jaar het huis. “Dat is een beetje bij toeval zo ontstaan. Het was een poosje anti-kraak, en toen de club vroeg of wij er niet wilden gaan wonen, hebben we dat gedaan. Mijn kinderen zijn hier ook geboren en opgegroeid. Ze vinden het ook heel leuk om hier te zijn. Ik ben inmiddels gescheiden, dus ze zijn hier nu één keer in de week en om het weekend. Dat vinden ze superleuk. De meiden zijn 5 en 8 en de oudste steekt maar wat graag de handen uit de mouwen. Niet omdat het moet, maar omdat ze het zelf leuk vindt. Zo helpt ze in de horeca bij het afwassen en gaat ze mee de baan in om klusjes te doen.”
Wonen op je werk, Jean-Marc krijgt weleens de vraag of dat niet lastig is. “Ja, het heeft voor- en nadelen. Je bent altijd op je werk. Aan de andere kant, je moet daar zelf gewoon grenzen aan stellen. En het komt bijna nooit voor dat ze voor iets bij mij aan de deur kloppen.”
De afgelopen tijd is er veel aandacht besteed aan het geven van licht en lucht aan de greens. Je wil daar meer wind overheen hebben en meer zonlicht op laten schijnen. We hakken hier geen bomen om de open haard vol te krijgen, maar het is wel een golfbaan en daar draait het hier om. Aan de andere kant zijn we ook bezig om hier dingen terug te krijgen, zoals heide. Dat maakt het werk ook zo leuk.”