Het palet aan golfbanen in Nederland biedt ook ruimte voor een aantal schilderachtige banen die daar niet zo mee te koop lopen. The Duke is er daar misschien wel één van. Dat veel golfers deze golfbaan wellicht nog zien als een gesloten oester, staat haaks op het meer openen van de toegangsdeuren tot deze parel. Want dat gebeurt. Voor greenkeeper Vincent de Vries alleen maar mooi. “Hoe meer mensen de eer van ons werk zien, des te mooier dat is.”
De oorsprong en het gevolg van de passie voor golf van wijlen Karel van Eerd, grondlegger van de Jumbo Supermarkten, zijn wellicht niet bij iedereen bekend. Meer dan veertig jaar geleden ontdekte hij de schoonheid en de kracht van golf tijdens een vakantie in Schotland.
Mooi als sport, krachtig als verbinding. Dat resulteerde in 1990 in de opening van The Duke, een plek waar sport, verbinding, kwaliteit en gastronomie de pijlers zijn. Een formule die Karel en zijn vrouw Kitty lang koesterden. De Members Club op The Duke in het Brabantse Nistelrode is nog altijd een spil, maar de golfbaan is zeker niet meer exclusief voorbehouden aan businessclubleden met een focus op netwerken en oog voor zakelijke kansen. Er is ook ruimte voor greenfeespelers.
Langzaam, zeker aangemoedigd door de huidige bewindvoerders uit de familie en general manager Henrik Jan Guitink, is er een iets andere wind gaan waaien. Wat is gebleven zijn de eerdergenoemde pijlers.
Je wil eer van je werk en het is mooi als dat opvalt.
Wie ook te gast is op de baan, Vincent de Vries gunt ze zonder uitzondering plezier in de ‘snoepwinkel voor greenkeeping’, zoals hij het omschrijft. De hoofdgreenkeeper wordt nog bijna dagelijks overvallen door het ‘wow-gevoel’ als hij het landgoed betreedt. Het valt hem daarom zwaar om maar slechts één plek in de baan aan te wijzen als zijn favoriete ‘hide-out'.
Natuurlijk, de karakteristieke hole 7, waar je vanaf hoogte naar een eilandgreen slaat is hét icoon van The Duke, maar hij neigt zelf meer naar hole 5, waar je nu nog hopen grond aantreft, maar de contouren van de nieuwe, uitgetekende lay-out van deze par-3 al duidelijk zichtbaar zijn. Hier gaan zijn ogen glimmen, zijn armen zwaaien en slaat zijn stem een beetje over. Nog even, en dan snappen ook de golfers die hier afslaan zijn gevoel.
Op weg er naartoe verhoogde De Vries al enigszins de spanning door ons opmerkzaam te maken op de stukken aangeplante heide, die hier en daar heel goed aanslaan en elders in de baan iets meer tijd en zorg nodig hebben.
Het onderhoud van die heide wordt straks dan weer ‘toevertrouwd’ aan de schapen, die volgens De Vries ‘van links naar rechts en van voren naar achter’ door de hele baan gaan. “Voorheen hadden we een herder die hier met zijn schapen kwam, maar nu hebben we ze zelf en zorgen we er goed voor.”
Het is slechts één voorbeeld van hoe het onderhoud van de natuur in de baan en de baan zelf vandaag de dag wordt aangepakt. Duurzaamheid is daarbij de rode draad. De Vries, die jarenlang in dienst was bij een onderhoudsbedrijf werkzaam op golfbanen en ook een lange periode als hoofdgreenkeeper op De Hoge Kleij werkte, is blij met het vertrouwen en grotendeels de vrije hand die hij krijgt van het management.
De kunst is en blijft om dat te combineren met het hoge verwachtingspatroon van de leden en bezoekers. De Vries: “Natuurlijk willen we als greenkeepersteam eer van ons werk en is het mooi als het opvalt. Niet alleen de eigen leden maar ook de meeste bezoekers komen hier voor de mooie baan én voor de kwaliteit.”
Dan past het niet om in één week in het jaar de baan vol te gooien met 400 kuub zand “en het meer weg heeft van een woestijn. Hier willen ze geen zand in het clubhuis. Wij strooien elke maand 50 kuub zand uit. Daar heeft niemand last van en zo komen we per jaar ook aan 600 kuub. Het effect is hetzelfde. Met tien vaste greenkeepers en drie seizoenskrachten heb ik gelukkig een groot team, waardoor dat soort dingen ook kunnen.”
Niet lang na zijn aanstelling kreeg De Vries door droogte ook nog eens te maken met een beregeningsverbod. “We mochten 124 kuub per dag sproeien. Dat was net toereikend voor de greens en het sein om een eigen watervoorziening aan te leggen. We vangen nu zelfs het regenwater van de parkeerplaats op en voeren dat via een buis naar een bassin. We gaan op meer plaatsen het water bufferen en zelfs het overschot van gebieden om ons heen opvangen.”
Parallel aan die duurzaamheidsambitie liep het traject voor GEO-certificering. “We zijn in januari gestart en bijna alle groene vlaggetjes die je moet halen, waren al heel snel groen. De familie Van Eerd was als eerste enthousiast over dit doel. Ze kennen het certificeren ook in de wereld van supermarkten, dus dat sprak ze direct aan. Inmiddels is dat traject ook met succes afgerond.”
Volgens De Vries heeft de inventarisatie van flora en fauna in de baan ook verrassende resultaten opgeleverd. “Maar dat heeft me eigenlijk ook niet verbaasd. Ik weet uit eigen ervaring dat elke golfbaan meer natuurgebied is dan wordt verondersteld. Dan blijkt bijvoorbeeld dat er veel meer diersoorten op de golfbaan leven dan er omheen. Het is ook onze taak om dat verhaal naar buiten toe beter te vertellen.”