Avoda Golf is nog lang niet zo bekend als Titleist, Callaway, Cleveland of TaylorMade. Toch is het jonge merk in korte tijd een opvallende naam geworden in de golfwereld. Dat heeft alles te maken met Bryson DeChambeau, maar achter die samenwerking zit vooral een interessante kijk op golfmateriaal.
Oprichter Tom Bailey was namelijk helemaal niet van plan om een golfmerk te beginnen. De Engelsman speelde zelf op hoog niveau, kampte met rug- en polsblessures en belandde daarna min of meer toevallig in het coachingsvak. Tijdens zijn zoektocht naar oplossingen begon hij steeds kritischer te kijken naar de rol van materiaal.
Zijn uitgangspunt: waarom moet een golfer zich voortdurend aanpassen aan zijn clubs? Kun je een club niet juist zo ontwerpen dat die beter past bij de manier waarop iemand beweegt?
Ook de naam Avoda past bij die gedachte. Het is een Hebreeuws woord dat kan verwijzen naar werk, aanbidding of dienstbaarheid. Bailey koos de naam vanuit het idee dat beter golf niet zomaar komt aanwaaien, maar verdiend moet worden door eraan te werken. Dat klinkt misschien wat filosofisch, maar het past opvallend goed bij de W3: de wedge neemt het werk niet van je over, maar probeert je wel wat meer marge te geven wanneer het contact met de grond niet helemaal perfect is.
Via coach Mike Schy kwam Bailey uiteindelijk terecht in Californië. Daar begon hij zelf clubhoofden te slijpen, prototypes te bouwen en verschillende lengtes en vormen te testen. Aanvankelijk wilde hij slechts een kleine serie clubs maken, zodat hij niet ieder clubhoofd meer zelf met de hand hoefde te bewerken.
Toen kwam Bryson DeChambeau in beeld. De Amerikaan zocht nieuwe ijzers en experimenteerde samen met Bailey en Schy met een opvallend idee: kromming op het slagvlak van een ijzer, vergelijkbaar met de bulge van een driver. Uiteindelijk bouwde Avoda de ijzers waarmee DeChambeau in 2024 op de Masters verscheen.
Het leverde Avoda plotseling wereldwijde aandacht op. Maar voor deze test kijken we niet naar die bijzondere ijzers. We kregen drie W3-wedges opgestuurd: een gapwedge van 50 graden, sandwedge van 55 graden en lobwedge van 60 graden.
Dat mag best meteen gezegd worden: de W3 is een bijzonder mooie wedge. Avoda kiest voor een rustige kleurstelling en een heel minimalistisch ontwerp. Geen schreeuwerige graphics of enorme logo's. Ook achter de bal oogt het clubhoofd netjes en compact.
De vorm van het clubblad is iets anders dan bij de Vokey-wedges waarmee we normaal spelen. Dat was even wennen, maar na een paar ballen eigenlijk geen punt meer.
Ook de bouwkwaliteit maakte een goede indruk. Onze wedges waren op verzoek een halve inch langer dan standaard en voorzien van midsize grips. Precies zo werden ze geleverd. De drie wedges hebben traditionele, oplopende lengtes en sluiten qua loft bovendien logisch aan op onze eigen pitchingwedge van 46 graden.
Voor veel golfers is extra foutmarge rond de green uiteindelijk nuttiger dan een wedge waarmee je theoretisch ieder denkbaar trucje kunt uitvoeren
De echte bijzonderheid van de W3 zie je pas als je de club omdraait.
Avoda heeft deze wedge nadrukkelijk ontworpen voor golfers die bij impact de handen vóór de bal hebben. Door die shaft lean wordt de loft lager en komt de leading edge dichter bij de grond. Dat kan uitstekend werken voor gecontroleerde chips en pitches, maar er zit ook een nadeel aan: raak je de grond nét voor de bal, dan kan de club zich gemakkelijk ingraven.
Daar probeert Avoda met de W3 extra marge te creëren. De zool is relatief breed en heeft een steilere hoek. Volgens Avoda is het ontwerp bedoeld om goed te functioneren bij ongeveer 10 tot 15 graden shaft lean. Daarnaast gebruikt het merk een gesplitste zoolvorm om te voorkomen dat de bredere zool te veel weerstand krijgt wanneer de club door de grond beweegt.
Dat klinkt behoorlijk technisch. In de praktijk is het effect veel makkelijker te begrijpen.
Wie gewend is om bij chips en pitches de handen vóór de bal te houden, merkt snel waar Avoda naartoe wil. Raak je nét te vroeg de grond, dan voel je de zool duidelijk ingrijpen. De club wil minder snel de grond in en blijft makkelijker doorbewegen.
Vooral op zachte en natte Nederlandse fairways vonden we dat prettig. In het najaar is een kleine fout in het raakpunt vaak genoeg om een gewone wedge diep in de ondergrond te laten verdwijnen. Met de W3 krijg je het gevoel dat je iets meer marge hebt.
Dat betekent natuurlijk niet dat je ineens zonder techniek kunt chippen. Een slechte slag blijft een slechte slag. Maar precies bij die kleine fout waarbij je een fractie te vroeg de grond raakt, helpt de zool merkbaar mee.
Voor veel golfers is extra foutmarge rond de green uiteindelijk nuttiger dan een wedge waarmee je theoretisch ieder denkbaar trucje kunt uitvoeren.
Daar zit tegelijkertijd ook de beperking van het ontwerp.
De W3 is niet per se een wedge die uitnodigt om bij ieder schot het clubblad ver open te leggen. Wie graag de handen laag houdt, veel loft toevoegt en voortdurend verschillende creatieve slagen rond de green speelt, zal waarschijnlijk meer mogelijkheden vinden in een traditionelere zoolvorm.
Geen Jordan Spieth-wedge dus.
Maar daar moeten we ook realistisch in zijn. Het overgrote deel van de golfers beschikt niet over de techniek van Spieth. Voor hen is het waarschijnlijk veel relevanter dat een standaard chip of pitch wat makkelijker wordt dan dat ze vanaf iedere ligging een flopshot kunnen produceren.
Golfers die juist graag met de handen vóór de bal spelen en redelijk stevig door de grond slaan, zullen veel sneller begrijpen wat Avoda met deze wedge probeert te bereiken.
Eigenlijk verrassend normaal. En dat bedoelen we als compliment.
Een goed geraakte bal voelt solide en vertrouwd. We merkten qua contact nauwelijks verschil met onze eigen Vokey-wedges. Die zijn inmiddels overigens behoorlijk gebruikt, dus een rechtstreekse vergelijking van bijvoorbeeld spin is niet helemaal eerlijk.
Toch onderstreept de W3 iets wat we bij equipmenttests steeds vaker merken: de grote bekende namen hebben niet het alleenrecht op goede golfclubs.
Avoda kan een wedge bouwen die qua gevoel, afwerking en prestaties gewoon uitstekend meekomt. Het echte verschil zit niet in een magisch hogere balsnelheid of enorme hoeveelheid extra spin, maar in de duidelijke ontwerpkeuze van de zool.
Na de test op de baan namen we de drie wedges ook mee naar TrackMan. Daarbij sloegen we normale volle wedges en keken we vooral naar carry, spin en hoe logisch de drie clubs op elkaar aansluiten.
| Wedge | Club speed | Attack angle | Ball speed | Spin | Carry |
|---|---|---|---|---|---|
| 50° | 79,7 mph | -3,5° | 99,0 mph | 8.130 rpm | 115,3 m |
| 55° | 76,1 mph | -4,1° | 91,8 mph | 8.605 rpm | 104,0 m |
| 60° | 75,1 mph | -4,3° | 83,1 mph | 9.908 rpm | 90,0 m |
De afstanden lopen keurig uiteen: ongeveer 11 meter tussen de 50- en 55-graders en 14 meter tussen de 55- en 60-graders. Ook de spin neemt logisch toe met de loft. De 50 graden kwam gemiddeld op 8.130 rpm, de 55 graden op 8.605 rpm en met de lobwedge zaten we net onder de 10.000 rpm.
Interessant is ook de attack angle. Die liep van -3,5 graden met de gapwedge naar -4,3 graden met de lobwedge. Dat past bij de manier waarop we deze clubs gebruiken: duidelijk neerwaarts door de bal, met de handen vóór het clubhoofd.
De cijfers bevatten dus geen spectaculaire verrassing. Eigenlijk bevestigen ze precies wat we buiten al merkten: dit zijn gewoon heel solide wedges met voorspelbare afstanden en voldoende spin.
Avoda dankt een groot deel van zijn bekendheid aan een van de meest eigenzinnige golfers ter wereld, maar je hoeft absoluut geen Bryson DeChambeau te zijn om iets aan de W3 te hebben.
Voor golfers die graag met de handen vóór de bal chippen en pitchen, is de gedachte achter deze wedge heel logisch. Vooral op zachte en natte ondergrond voel je dat de brede zool en bounce extra marge geven wanneer je nét te vroeg de grond raakt.
Wie graag veel met een open clubblad speelt, vindt de W3 waarschijnlijk minder veelzijdig. Dat is de duidelijke keerzijde van een ontwerp dat zo nadrukkelijk voor een bepaalde manier van spelen is gemaakt.
Maar misschien is de belangrijkste conclusie nog wel een andere. Avoda bewijst opnieuw dat je niet automatisch bij een van de vier of vijf grootste golfmerken hoeft uit te komen voor een uitstekende wedge. Het gevoel is solide, de TrackMan-cijfers zijn gewoon goed, de clubs zijn zeer netjes gebouwd en het minimalistische uiterlijk behoort wat ons betreft tot de mooiste op de markt.
De bijzondere zool geeft de W3 vervolgens ook nog een eigen reden van bestaan. En juist dat maakt deze onbekendere naam meer dan alleen een mooi alternatief voor de gevestigde orde.