De grootste overeenkomst tussen Jens van ’t Wout en Pieter van den Hoogenband is het feit dat ze allebei drievoudig olympisch kampioen zijn. Voor Van ’t Wout kunnen daar nog titels bijkomen, want hij staat als koning van de Winterspelen van Milaan nog maar aan het begin van zijn carrière. Van den Hoogenband behaalde zijn gouden medailles al veel eerder: 2x in 2000 en 1x in 2004.
Leef in het moment, de eerstvolgende slag is de belangrijkste
Ik tref ze op de Lochemse Golf & Country Club waar ze een golfdag hebben van Team EIFFEL. Beiden zijn ze talentcoach van het bedrijf. Ze inspireren, begeleiden en zorgen voor uitdagingen door middel van lezingen en hun (topsport)ervaringen. Van den Hoogenband is al lange tijd een golfer, terwijl Van ’t Wout nog nieuw is in de sport.
“Frits Philips jr. heeft mij geïntroduceerd in golf, toen mijn zwemcarrière net voorbij was”, vertelt de zwemkampioen. “Ik was nieuwsgierig naar andere sporten. Hij zei: zet jezelf op 1 en op 2 en schakel het verhaaldenken uit. Leef in het moment, de eerstvolgende slag is de belangrijkste.”

In die periode was Nike de sponsor van Pieter. “Ik kreeg een op maat gemaakte golfset en daar speel ik nog steeds mee”, zegt hij lachend. “Ik merk elke keer als ik met een leuke groep aan het golfen ben, dat ik het vaker moet doen. Nu speel ik vijf, zes keer per jaar en dat mag wel wat meer. Het slaan van een goede bal werkt verslavend, maar ik doe het gewoon veel te weinig om dat vaak te kunnen.”
Na een paar slechte ballen achter elkaar moet je jezelf uit het moeras trekken en er niet meer aan denken
Het mooiste aan golf is voor Van den Hoogenband het mentale aspect. “Ik moet niet te veel bezig zijn met winnen en goede ballen slaan. Het terugvallen op techniek en rustig blijven is voor mij de uitdaging. Na een paar slechte ballen achter elkaar moet je jezelf uit het moeras trekken en er niet meer aan denken. Zoals Romário de Souza Faria als spits van PSV deed: blijven lachen en dan gaat die kans er daarna wel in.
Hij geniet ook van het sociale aspect en het buiten sporten. “Dat is waanzinnig. En je komt met golf op de meeste plekken van de wereld natuurlijk.”
Als zwemmer had Van den Hoogenband een fenomenale techniek. Is dat als golfer ook zo? “Nee, heel slecht”, zegt hij met een grijns. “Ik heb wel de ‘gorilla-index’, dat betekent dat ik een grotere spanwijdte met mijn armen heb dan mijn lichaamslengte. Daar hebben veel zwemmers en roeiers last van. Ik merk vooral dat ik aan mijn flexibiliteit en mobiliteit moet werken om betere ballen te slaan.”
De chef de mission van de Olympische Spelen in 2021 en 2024 ziet in golf ook overeenkomsten met andere sporten. “Sowieso in de universele taal van sport en in het voorbereiden om mentaal en fysiek top te zijn. Ik kijk bijvoorbeeld ook naar de Netflix-serie Full Swing. Als je ziet hoe fit de wereldtop is en wat voor progressie zij gemaakt hebben, dan is dat heel goed voor de sport.”
Kersvers olympisch kampioen Van ’t Wout staat nog aan het begin van zijn golfcarrière, want die lijkt er te komen. “Ik vind het heel leuk”, vertelt de 24-jarige shorttracker. “Het putten en chippen ligt mij niet zo goed, want dan moet je controle hebben en gefocust blijven. Het hard meppen op de drivingrange vind ik echt leuk.”
Hij groeide op in Canada na te zijn geboren in Laren en speelde daar acht jaar ijshockey. “Ik deed dat linkshandig, dus golfen ook. Het is wel echt anders, want dit is veel op techniek. IJshockey is meer roekeloos en kracht.”
Ik durf bijna niet te zeggen dat ik de beste ben, maar ik denk het wel
Golfen deed Van ’t Wout pas een paar keer: “In Montreal tijdens wereldbekerwedstrijden hebben we een golfbaan naast het hotel. Wij gaan daar dan altijd een dagje heen met de shorttrackselectie om balletjes te meppen. Er zitten alleen geen talenten in ons team. Mijn broer ook niet eigenlijk. Ik durf bijna niet te zeggen dat ik de beste ben, maar ik denk het wel.”

Desondanks ziet hij nog weinig verbetering bij zichzelf. “Maar ik heb hier echt wel een paar dingen geleerd die ik mee ga nemen. Het hielp mij het meest om mijn linkervoet mee te draaien, zodat mijn heupen doordraaien.”
Hij weet als geen ander hoe belangrijk techniek is. “Als shorttrackers gebruiken we vooral onze benen en met golf moet ik opeens mijn schouders gebruiken. Het is heel technisch. Ik merk dat je bijna net zo goed kan stoppen als je je niet goed focust op een bepaald onderdeel. Ik ga zeker golfles nemen met mijn broer en vader, want we willen allemaal handicap 54 halen.”
Van ’t Wout staat het liefst op de drivingrange. “Als je de bal echt lekker raakt, voelt het als een goede bocht. Je voelt de bal bijna niet en de bal gaat meteen ver én recht. Ik kon zien hoe ver de ballen gingen. De verste? 171 meter. Dat was wel redelijk, volgens mij.”
De komende tijd ligt de focus vooral op topsport. Hij is alweer volle bak aan het trainen voor volgend seizoen. Zijn eerste shottrackwedstrijden zijn echter pas in oktober.