Lodewijk Copijn van de firma H. Copijn & Zoon in Noord-Wales
Eyken, Cremers, Morrison, Copijn en Diemer Kool op de oude baan van de Noordwijksche (1927)
Opening van de Twentsche met o.a. Copijn (3e van links) en Gerry del Court (met band om linker arm), 1927
Een fragment van een advertentie van Copijn in Maandblad Golf (1938).
Een fragment van de tekening van de Rotterdamsche Golfbaan
Aanleg van de baan op landgoed Groot Haesebroek (1938), nu de baan van de Haagsche
Fragment van een advertentie van Copijn in Maandblad Golf (1946)
Arnout Janmaat, de archivaris van de NGF-commissie Erfgoed, heeft artikelen geschreven voor verschillende clubbladen. Dit artikel gaat over de firma Copijn die een belangrijke rol in de Nederlandse golfgeschiedenis heeft gespeeld.

Tuinman van de Nederlandse golfgemeenschap; hoe de firma Copijn uit Groenekan een begrip in de golfsport werd

Bij het lezen van jubileumboeken van Nederlandse golfclubs valt vaak de naam op van een bedrijf uit Groenekan, de firma Copijn. Wanneer er in de laatste decennia voor de oorlog een golfbaan werd aangelegd, dan zorgde het familiebedrijf uit Groenekan bijna altijd voor de uitvoering. Maar hoe kwam deze boomkweker en tuinarchitect in de golfwereld terecht? 

Toen Lodewijk Copijn (1878-1945) in 1908 de leiding van het bedrijf van zijn vader Hendrik overnam, was tuinarchitectuur de voornaamste bezigheid van de familieonderneming. In hetzelfde jaar dat hij eigenaar werd van H. Copijn & Zoon trouwde Lodewijk Copijn met de Engelse Gladys Dawson, dochter van een bakker die zich tot hotelier opwerkte. Copijn bezocht het land van zijn vrouw regelmatig en bekwaamde zich net als andere tuinarchitecten zoals bijvoorbeeld Springer in de Engelse stijl van landschapsontwerpen. De ‘Arts & Crafts’ stijl, een reactie op de industriële revolutie, met een hang naar de sfeer van vroeger, had hierbij zijn voornaamste belangstelling. (1) 

Explosie van golfbanen

Precies op het moment dat Copijn in Engeland studeerde op de arts en crafts stijl, explodeerde het aantal golfbanen in dit land: een ware ‘golf boom’. Deze twee ontwikkelingen hadden wel wat met elkaar te maken, volgens sporthistoricus Wray Vamplew: 

‘Golf presented a pastoral experience, but not too wild a one, culminating on each hole with "the supreme object of suburban veneration: the perfect lawn".' 

Copijn moet hierin een nieuwe kans voor het bedrijf gezien hebben. Veel van de bestaande klanten als Blijdenstein (Het Pinetum, Hilversumsche (2)) en Van Loon (Hydepark, Doorn) waren immers nauw gelieerd aan de golfsport. Daarop besloot Copijn zich toe te gaan leggen op golfbanen. In Engeland deed hij alvast wat ervaring op. (3)

Terug in Nederland moest Copijn nog wel de nodige scepsis wegnemen bij de golfbestuurders. Voor professionele golfzaken vertrouwde men van oudsher liever op de kwaliteit uit het Verenigd Koninkrijk. John Duncan Dunn bijvoorbeeld, de man die de eerste banen in Nederland aanlegde. 

Eerste klus in Twente

In 1926 roerde Copijn zich voor het eerst in de aanbestedingen rond golfbanen. De nieuwe baan in Twente was zijn eerste klus. Het ontwerp van Willem Janssen en Gerry del Court werd door Copijn gerealiseerd. Voor de andere klussen moest hij wat meer weerstand overwinnen. In de Corinthian staat vermeld dat Copijn hiertoe de Schot ‘Alexander’ had ingehuurd, een greenkeeper met ambities. Dit moet haast wel George Alexander van Gleneagles geweest zijn, de greenkeeper van die club die ook de eerste negen holes in 1928 zou aanleggen. 

Met Alexander als voorman wekte Copijn in ieder geval de interesse van de Hilversumsche, de Kennemer en de Noordwijksche, waar uitbreidingsplannen in de maak waren. Harry Colt, de architect van deze banen, was echter geen voorstander van een greenkeeper als voorman:

‘They no doubt think that if they obtain a Scottish greenkeeper, all will be well. As a matter of fact they are usually about the worst men for landscape work that are ever employed! They are excellent at greenkeeping, but generally hopeless at constructional work.’ (4)

Bovendien zag Colt weinig in de aanstelling van tuinarchitect Copijn in het algemeen:

‘The design for a garden is so different to that required for a golf course. In the one case you are only dealing with a comparatively small area of ground, and can therefore enter into minute details.’ (5)

Voorzitter Van der Vliet van de Kennemer wilde echter per se een Nederlandse firma voor het werk inhuren en dus werd de gok genomen en het werk aan Copijn gegund. Noordwijk en Hilversum volgden. Het pakte goed uit. Colt bleek na hun eerste ontmoeting gecharmeerd van de Groenekanner: 

‘I was very much impressed with him as a man, and shall do everything I possibly can to assist him.’ (6)

Naam gevestigd

Na de voltooiing van de banen in Enschede, Hilversum, Zandvoort en Noordwijk was de naam van Copijn in de golfwereld definitief gevestigd. Er volgde nog meer werk in Doorn, Eindhoven, Den Bosch, Breda en Hattem. In Rotterdam (Kralingen) tekende Copijn zelfs voor het ontwerp van de 9-holes baan. In 1938 richtte hij met compagnon en zwager Hendrik Schouten en jonkheer R.H.M. van Loon een vennootschap op met als doel de aanleg en het onderhoud van golfbanen en ‘alles wat daarmede in den ruimsten zin verband houdt’.  

Interessant is de derde vennoot van deze firma, René van Loon. Hij was de zwager van Gerry del Court, de man met wie Copijn zijn eerste golfklus deed en tevens de beste vooroorlogse golfer van ons land. De aanleg van de golfbaan op landgoed Groot Haesebroek was de eerste klus van deze vennootschap. Deze baan, ontworpen door het bureau van Harry Colt en Hugh Alison en geopend in 1938, was van de zakenman Daniel Wolf. Sinds 1941 is dit de baan van de Koninklijke Haagsche. 

Voetnoten

1 E.A.C. Smeets, Landscape and Society in Twente and Utrecht (2006) 163. 

2 A. Plomp, ‘B.W. Blijdenstein, bankier, filantroop en schaker’, HHT-EP (2004) 29. E.A.C. Smeets, Landscape and Society in Twente and Utrecht (2006) 253. 

3 W. Vamplew, ‘Empiricism, theoretical concepts and the development of the British golf club before 1914’, Sport in society (2015) 1-30.

4, 5, 6 Archief Kennemer Golfclub, Dossier Colt.

7 M. Kamphuis, Met levend materiaal. Copijn 1763-2013.

  • Paginadatum 28 februari 2018
  • Auteur Arnout Janmaat, archivaris KNGF commissie erfgoed - Stichting NGA Early Golf