Elke winter vinden honderdduizenden vogels hun weg naar Nederland. Sommige soorten trekken door naar warmere gebieden, anderen blijven hier bewust om te overwinteren. Golfbanen vormen daarbij verrassend waardevolle rustplekken: een echte winteroase voor zowel trekvogels als overwinteraars.
Het herkennen van geluiden wordt steeds makkelijker met apps zoals Merlin, die opmerkelijk nauwkeurig vogelgeluiden bepaalt. In de winter, wanneer minder soorten tegelijk zingen, werkt dat zelfs nóg beter. Ook op de grond valt veel te ontdekken. Onder beuken en eiken foerageren in de koude maanden vaak vinken en kepen op zoek naar zaden. Vroege golfers kunnen daarnaast groepen koperwieken en kramsvogels tegenkomen die op fairways en in de rough naar wormen en insecten zoeken. Naarmate het drukker wordt, verdwijnen ze meestal weer naar stillere plekken.
Wie eenmaal merkt hoeveel vogels een golfbaan in de winter herbergt, kijkt nooit meer hetzelfde naar een winterse ronde.
Wintergasten
op de vijver
Wil je in de winter de meeste soorten bij elkaar zien? Loop dan langs de waterpartijen. Rond de waterpartijen valt in de winter vaak het meest te zien, zolang het water niet bevroren is. Het zijn ware magneetjes voor watervogels die op zoek zijn naar voedsel en beschutting. Zo is de kuifeend misschien wel dé typische wintergast. De mannetjes zijn opvallend zwart-wit met een elegante kuif, terwijl de vrouwtjes geheel bruin en subtieler gekleurd zijn. Je ziet ze vaak in kleine groepjes rustig dobberen.
Naast kuifeenden zie je hier vaak wintertalingen, krakeenden en slobeenden. Dit zijn soorten die je buiten de winter minder vaak ziet. En wie echt goed kijkt, kan de dodaars ontdekken: een piepklein fuutje, ongeveer ter grootte van een flinke tennisbal, dat meesterlijk weet te verdwijnen langs rietkragen en oeverplanten.








