Doel
Je leert een goede afstandstabel maken, omdat dat het allerbelangrijkste is in het goed kennen van je eigen spel.
Uitvoering
Verzamel 10 tot 15 ballen op een driving range met een launch-monitor; indien niet aanwezig probeer je slagen dan goed in de gaten te houden. Let op, speel met de ballen waarmee je normaal speelt in de baan! De temperatuur moet ongeveer 20 graden zijn en er mag geen wind staan. Vanuit daar kun je verder bouwen: iets meer wind tegen, iets minder wind tegen, enz.
Je speelt alle ballen met elke club, zodat je een goede indruk krijgt wat de carry-afstand is. Je carry en niet je rol. Pas als je je carry-afstand weet ga je verder: is de baan hard, is de baan zacht en kun je je daaraan gaan aanpassen. Als je aan de slag gaat, let dan ook goed op je spreiding als je geen launch-monitor hebt. Hoeveel sla je links of rechts van het doel?
Heb je alle ballen met de eerste club geslagen? Analyseer dan de gegevens. Haal de hele goed slagen eruit en haal de minder goede slagen eruit. Pas dan krijg je een realistisch beeld over de gemiddelde afstand van je club. Daarna door met de volgende clubs. Noteer alle uitkomsten en stop ze in je tas. Na verloop van tijd ga je patronen herkennen en die kun je dan weer inzetten als je goed wilt scoren.