Een spirituele reis naar Cypress Point
Tekst Fotografie David Davis
Bijna negen jaar geleden kocht ik in Nederland mijn eerste golfset en wist meteen dat ik hier iets mee op mijn hals had gehad waar ik de gevolgen niet van kon overzien. Als ik niet voorzichtig was, zo voelde ik intuïtief, zou de aankoop een enorme impact op mijn leven hebben. Ik realiseerde me toen alleen niet hoe groot die impact wel niet zou zijn.
Ik groeide op in de Verenigde Staten, in de staat Oregon, en de sporten die ik beoefende, pasten prima bij het leven in een traditionele, kleine Amerikaanse stad: honkbal, american football, basketbal en skiën. Die laatste activiteit had te maken met het feit dat we vlak bij de bergen woonden.
Pas op latere leeftijd begon ik te tennissen en ik was snel verslaafd. Ik oefende alsof mijn leven ervan afhing en uiteindelijk kreeg ik zelfs een studiebeurs van een universiteit en speelde in de hoogste competitie van de nationale studentencompetitie, onderdeel van de NCAA, die ook onder andere universiteitsgolf tot zijn activiteiten mag rekenen.
In die tijd golften al behoorlijk wat van mijn vrienden en ik grapte altijd dat golf voor oudere mensen was en dat ik er zo rond mijn zestigste weleens over zou denken om ook te gaan spelen. Wat mij bij elke sport die ik beoefende motiveerde, was het competitie-element, het cultureel bepaald verlangen om koste wat kost te winnen, de gedachte dat, zoals de beroemde footballcoach Vince Lombardi ooit zei: 'Winning isn't everything, it's the only thing'.
Top-100 Beste banen in de wereld
Als u deze mentaliteit in uzelf herkent, dan weet u dat deze karaktereigenschap moeilijk te veranderen is. Het is een uitdaging om te leren wat echt belangrijk is in het leven en daarvan te genieten - zonder je voortdurend alleen maar te focussen op winnen of het boeken van resultaten.
Toen ik met golf begon, was ik – en op een bepaalde manier ben ik dat nog steeds – iemand die een maar al te herkenbare, aan fanatisme grenzende drive en verlangen had om goed te zijn, om te spelen en opnieuw te winnen. Maar ik kreeg mijzelf al vrij snel in toom. Ik besloot om juist in golf andere doelen na te streven en iets te creëren dat ik al mijn andere sporten en hobby's uit het verleden had gemist.
Het was ongeveer in die tijd dat ik het Amerikaanse Golf Magazine een lijst zag die de redactie om de paar jaar publiceerde: de Top-100 van de Beste Banen in de Wereld.
Ik had mijn alternatieve doel gevonden. Niet iets dat was gebaseerd op prestatie of competitie, maar op ervaringen, plezier, reizen, netwerken en het delen van de grootste sport ooit bedacht met verbazingwekkende en fascinerende mensen. U, als golfer, weet dat dit zeker geen eenvoudige taak is, eentje die me weleens de rest van mijn leven bezig zou kunnen houden. Niet alleen kost dit soort van uitdaging een forse hoeveelheid tijd en geld, maar helaas is het ook een zaak van 'wie je kent', zeker zodra je de Amerikaanse grens passeert. De helft van de Top-100 bestaat namelijk uit banen in de VS, waarvan er circa veertig zo besloten zijn, dat ze geen gewone greenfeespelers toelaten. Maar met een beetje goede wil, kun je de meeste toch wel spelen. Immers, waar een wil is, is een weg. Een kleine selecte groep is, zoals men wel zegt, bijna onmogelijk om te spelen.
Cypress Point, Augusta National en Pine Valley behoren tot deze laatste categorie. Het zijn clubs met weinig leden en de gemiddelde leeftijd van de leden is rond de 75 jaar. Het zijn vaak voormalige captains of industry, mensen uit oudgeldfamilies en oud-topofficials uit de golfwereld. Het zijn clubs waar je je niet als lid voor kunt aanmelden. Ze hebben geen wachtlijst. Je moet worden gevraagd.
Het zijn deze drie banen die meestal strijden om de titel van Beste Baan. Soms wordt ook de Old Course van St Andrews in de strijd gemengd, maar meestal eindigt deze baan op respectabele afstand als vierde.
Van dit kwartet is Cypress Point volgens velen het grootste meesterwerk in golf en voor iemand als ik, geboren in een kleine kustplaats aan de Stille Oceaan, sprak het vanzelf dat het spelen op deze baan in Californië de ultieme droom was. Meer dan welke baan ook in de Top-100 wilde ik deze zo graag spelen. En dit jaar is de droom werkelijkheid geworden!
Hoewel het niet gemakkelijk is om mijn ervaring en de daarbij behorende emotie in woorden uit te drukken, denk ik dat het toch een verhaal is dat het waard is om te vertellen.
Member-guestdag op Cypress Point
Een goede vriend en grote golfer, die toen hij tegen de zeventig was nog vaak beter dan zijn leeftijd scoorde (en hij zou dat nog steeds doen als hij niet het slachtoffer was geweest van een ongeluk, dat ervoor zorgde dat hij niet meer kan spelen), arrangeerde een invitatie voor mij.
Ik had de eer om aan een van de jaarlijkse member-guestdagen van Cypress Point mee te doen: een lunch, een ronde golf en drankjes erna.
Tot mijn verrassing waren we maar met z'n achten: zes leden en twee gasten. Vier van hen waren door mijn gastheer gevraagd ook te komen, zodat hij ze aan mij kon voorstellen. Een eer waarvan ik niet zeker weet of die ik wel heb verdiend. Een van is een bekende golfhistoricus. Hij wist dat ik uit Nederland kwam en hij had zijn huiswerk gedaan. Hij las de groep ter ere van mij het volgende stuk van Irving S. Cobb voor:
Question: 'And you don't like golf?'
Cobb: 'Not in particular. One does not shoot golf; one is shot by it. I'll tell the world. Listen: Golf came from the Dutch, a placid people and it was adopted by the Scotch, who mixed it with cold climate and dour theology. They removed the elements of companionship and conversation. Injected mathematics and perfected a pastime that defied all the laws of physics! John Knox invented the bunker, along with predestination and infant damnation.
It was the third ingredient in the trinity of the Knox platform and was designed for the humiliation of the flesh; his crowning triumph in the dogmatic curriculum. The Dutch played the game along pleasant meadows, between flowering dykes, amid gardens and windmills, set artistically on the level landscape. The Scotch, bent on adding torture, introduced mountains, crags canyons, rivers, gorse and rough country, handicapped by nature and rendered the more difficult by architects.’
Vier van ons gingen spelen en vier van de leden liepen met ons mee. We speelden fourball-betterball en mijn partner en gastheer voor deze dag was een 92-jarige heer, een voormalige Executive Vice President van General Motors Corporation. Met mijn 41 jaar was ik de benjamin van de groep. Gezamenlijk waren we zo rond de 550 jaar jong, schatte ik zo. Ik voelde me als een kind, in meer dan een opzicht. Mocht u geïnteresseerd zijn in een gedetailleerde beschrijving van een rondje op Cypress Point, dan raad ik u aan om het boek The Match van Mark Frost te lezen. Cypress Point is doordrenkt van traditie, maar dit boek beschrijft de misschien wel beste golfmatch ooit gespeeld, die tussen de pro’s Ben Hogan en Byron Nelson en de amateurs Ken Venturi en Harvie Ward. De Match veranderde golf letterlijk in wat de sport nu is.
Euforie
Terugblikkend kan het spelen van Cypress Point het best worden omschreven als een spirituele reis. Het is als het lezen van een geweldige roman die wordt opgebouwd naar een climax die zo emotioneel is dat je je, als is het maar voor een ogenblik, heel euforisch voelt. Zo euforisch dat je je emoties als het ware de vrije loop laat.
De eerste zes holes slingeren zich diep een bos met naaldbomen in, dat deel uitmaakt van een heuvelachtig kustlandschap. Dit gaat over in de tweede acte met zes fantastische linksholes die worden omgeven door duinen. Dit alles leidt tot de meest vrolijke stemmende climax in golf en misschien wel in de natuur: de laatste zes holes, die zich een weg kronkelen en weven langs kliffen en mysterieuze cipressen, waar de branding en een verpletterende natuur je bij elke slag afleiden. De vijftiende, een korte par-3 en misschien wel de mooiste hole ter wereld, is het begin van een slotakkoord van een geweldige symfonie. Met meteen daar achteraan de zestiende, ook een par-3 en een van de allerberoemdste holes, waar je een carry van 193 meter moet hebben over de oceaan en de aanrollende golven, zodat je uiteindelijk een kleine green bereikt die omgeven is door bunkers. Vanaf de backtee was het in ons geval 234 meter tot de vlag, met de wind pal tegen.
Ik hield mijn tranen in bedwang tot vlak na mijn teeshot op de ook al zo fameuze par-4 zeventiende. Staand op een rotspartij, aan drie kanten omgeven door de Stille Oceaan met brullende zeeleeuwen, met rechts een groepje springende en spuitende walvissen, met overal de donderende branding, met de wind en een mooie blauwe lucht realiseerde ik mij dat ik tijdens al mijn golf- en andere reizen nog nooit zo’n mooie plek had gezien. Op een bronzen plaquette, vlak naast de tee, stond ‘Gentlemen I suggest we pause for a moment to admire the beautiful view, count our blessings. Very few are privileged to pass this way!’ Was getekend Clarke W. Bearden, een lid die dat op de tee van zeventien pleegde te zeggen voor hij in 1998 overleed.
Ik had nooit eerder op een golfbaan of bij het zien van de immense schoonheid van de natuur gehuild. Ik bleef een beetje achter bij onze groep om het allemaal in mij op te nemen. Iedereen begreep het.
En hoewel ik in tegenstelling tot Ben Hogan mijn putt van vijf meter voor het halven van onze match miste, was het, inderdaad, een spirituele reis.
David Davis is, in Nederland, directeur van ESN Digital. Hij is tevens vader van twee prachtige meisjes. Davis is lid van de Noordwijkse (hcp 5.8).










